Een reisverslag naar de rechtbank Amsterdam. Groot is mooi en goed

door IvorenToga op 26/03/2013

in Rechtspraak

Post image for Een reisverslag naar de rechtbank Amsterdam. Groot is mooi en goed

In deze tijd heet al het kleine mooi en goed. Wie Sonneveld over het dorp hoort zingen, verlangt naar tijden van weleer dat iedereen elkaar kende en hooguit een straat verwijderd elkaar nabij was, ook als de verlanger toentertijd nog niet eens geboren was. Diezelfde nostalgie doet zich nu voor rond de schaalvergroting van de rechterlijke organisatie. Er zijn vele rechters die uitspreken dat het lokale en het landelijke bestuur op te grote afstand zit, hen niet meer vertegenwoordigt en zo verder. Men wil warmte, betrokkenheid en verbondenheid. Ik zou zeggen ‘zoek dat thuis en schaf een potkachel aan’, maar daarmee doe ik geen recht aan de oprecht behoeftige rechters. De schaalvergroting is nu een feit en rechters kunnen zich daarbij neerleggen, gelaten en opstandig, omdat ze dit manna uit de bestuurlijke hemel niet beliefden. Ik ben altijd een voorstander geweest van grote steden. Als we anno 2013 alle Nederlanders in dorpen wilden laten wonen, dan zouden we België moeten annexeren voor meer grondgebied. Bij meer mensen en dus ook bij meer werkers zijn er steeds grotere steden nodig. Deze wetmatigheid lijkt echter meer op een onontkoombaarheid en minder op een positieve keuze. Laat ik u daarom meenemen naar één van de grootste gerechten van Nederland en aan de hand van enkele indrukken illustreren waar aldaar de warme potkachel zetelt en hoe dit tegemoet zou kunnen komen aan de warmtebehoeftige rechters.

Wie de entreetoren van de rechtbank Amsterdam binnentreedt en de ruimtes rond de zittingzalen waarneemt, ziet een mierenhoop. Advocaten en hun cliënten praten, lopen, overleggen en zitten in hoekjes, terwijl Jan en Alleman er tussendoor loopt, op weg naar een (zitting)zaal, een overleg, op weg naar een van de vele uithoeken van dit uitgebouwde kantoorpand. Een nijvere mierenhoop, gekanaliseerd via de vele gerechtsbodes die aan een van de vele balies werken en heen en weer lopen naar de zittingzalen. Ik schat zo in dat deze immens aandoende gerechtstorens niet eens heel vertrouwd zijn bij alle rechters en dat velen niet grondig de weg weten naar zittingzalen waar ze niet vaak hoeven te komen. Wat houdt dit gebouw aan de gang, wie organiseert de schier eindeloze werkprocessen, wat vormt het hart van het levende organisme dat een rechtbank nu eenmaal vormt?

Om enige indruk te krijgen vroeg ik toestemming voor een rondleiding. Ik werd rondgeleid door twee leidinggevenden van het stafbureau en de facilitaire dienst die deze rechtbank al sinds de jaren zeventig grondig kennen. De wandeling vangt aan vanaf het cellenblok. Voor een strafrechter, die meestal in de zittingzaal zetelt, is het zeer verhelderend om te zien hoe omvangrijk en ingewikkeld de taak is om een gedetineerde tijdig aan te voeren, binnen te geleiden, te fouilleren, soms met meerderen in een cel te plaatsen en om uiteindelijk nadat de strafrechter laat weten deze of gene gedetineerde in de zittingzaal te willen zien verschijnen, binnen uiterlijk 5 minuten zorg te dragen voor de lange rondgang van de ene cel naar die specifieke lift en via soms een nog wat langere route naar de bewuste zaal te brengen. De rechtbank ontvangt een bepaald bedrag om 110 mensen parketpolitie in dienst te hebben. Dit aantal lijkt enorm. De rechtbank Amsterdam heeft als enige rechtbank in Nederland eigen parketwachten in dienst. Daarvoor ontvangt de rechtbank van de politie een bepaald bedrag. Op die manier heeft de rechtbank alle beveiliging in eigen hand, waar andere gerechten gebruik maken van de diensten van de politie, extern ingehuurde beveiligers, eigen beveiligers enzovoort. Toch lijkt de Amsterdamse beveiligingsorganisatie relatief goedkoper dan de externe beveiligingsbureaus die andere rechtbanken bedienen. Tegen de 36 Euro per uur die een externe beveiliger kost staat de 16 Euro uurloon van de interne rechtbankbeveiligers in Amsterdam. Daarvoor moet dan ook het Amsterdamse gerechtshof beveiliging worden geboden, de gerechtslocatie Almere en in het bijzonder de Osdorpse bunker die veel menskracht vergt. Dit laatste zit zo. Veel andere gerechten laten grote en gevoelige strafzaken in de bunker behandelen, maar de Amsterdamse rechtbank levert daarvoor de beveiliging. Scheef, maar dit soort scheefgroei vergt veel bestuurlijk geduld van de rechtbank om tot een billijker regeling te komen.
Ik was al overtuigd, maar in de rechtbank Amsterdam raakte ik nog meer bezield door de gedachte dat uitbesteding van allerhande taken niet per definitie de beste keuze is geweest van de rechtspraak. Pleitbaar wordt gevisualiseerd dat de parketpolitie in eigen dienst niet tot ledigheid leidt. Bij minder strafzittingen of een geringere drukte worden deze functionarissen ingezet voor taken als gerechtsbode of voor bijstand aan de telefonieafdeling.
Al jaren pleit ik voor zelfbeheer voor rechters die de bestuurlijke doelen met zo min mogelijk claim op de organisatie behalen. Zelfbeheer voor een rechtbank op het vlak van beveiliging vind ik meer verantwoord dan diensten afnemen van een centrale organisatie in den lande. Helaas gaat de schaalvergroting van dit moment niet hand in hand met eigen verantwoordelijkheid voor het lokale gerecht om stafdienst en facilitaire bedrijf in te richten naar eigen inzicht, terwijl de grootte van de organisatie dit wel degelijk haalbaar zou maken.

Dat deze gerechtstorens oorspronkelijk niet bedoeld zijn voor rechtspraak maakt dat dit gerecht gebouwelijk vroeg oud is geworden en dringend aan nieuwbouw toe is. Oplosbaar is dat de centrale balie beter moet worden bewegwijzerd of gehuisvest. Minder oplosbaar zijn de grote kosten om het glazen dak schoon te maken. Urgenter lijkt mij het feit dat de baliemedewerkers nog met stapels schriftelijke dagrollen moeten werken om de verdachte de weg te wijzen naar de rechter die zijn zaak behandelt. Dit is organisatorisch uit de tijd. Dit landelijke probleem verdient meer innovatie, zodat de medewerker de naam van de justitiabele intikt en in één oogopslag kan zien waar de bezoeker zich moet vervoegen.
Natuurlijk kan ik wijzen op de mankementen van een groot kantoorgebouw dat nooit bedoeld was voor rechtspraak en dat geen goede klimaatbeheersing heeft, maar we kunnen ook bewondering voelen bij een werkgemeenschap die zoveel kleine en grote rechtszaken behandelt en die dit ondanks de ongemakken klaarspeelt. En dat met een sluitende begroting, hetgeen voor zo’n groot gerecht dat op verschillende locaties gehuisvest is, een prestatie van formaat is. Medewerkers van facilitaire zaken zullen van hoog tot laag stellen dat zij het de rechter makkelijk(er) willen maken. Maar ik draai het om: de hoofdpersoon is de rechter en deze moet het aan zijn adeldom verplicht voelen om meer omgevingsbewustzijn te ontwikkelen. Dit betekent bijvoorbeeld concreet dat een voortreffelijke strafrechter die een zaak voor slechts korte tijd wil aanhouden, zich ook rekenschap moet geven van de vraag of er op die nieuwe datum wel een zittingzaal beschikbaar is, een officier van justitie en of er wel voldoende parketpolitie beschikbaar is.

Rechters mogen in deze grote rechtbank zelfbewust hun werk doen in erkentelijkheid naar de medewerkers die hun werk zo goed mogelijk proberen te faciliteren. Daar hoort ook rekening houden met deze groep bij. Misschien kan in deze tijd van versobering in plaats van externe studiereizen interne rondleidingen worden georganiseerd om zich nog meer onderdeel te gaan voelen van het wondere levende organisme dat zo’n grote rechtbank als Amsterdam vormt. Dat besef genereert heuse warmte van een potkachel, gestookt door een gerechtsbestuur en door een grote groep mensen die vrijwel altijd onzichtbaar hun werk doen, secretaresses, bodes, beveiligers, archiefmedewerkers, applicatiebeheerders, een lange rij die het waard zijn om eens bezocht te worden door de hoogste ambtsdragers die van hun diensten gebruik maken. Persoonlijk word ik liever gefaciliteerd door een medewerker die mij dagelijks nabij is, wetend dat dit wordt georganiseerd door een hoofd facilitaire dienst en een gerechtsbestuur op afstand. Zodra rechters ontvankelijk worden voor het organisme, dat hen omringt en hen bedient, ervaren ze een bestuur en organisatie op afstand die hen in de diensten van bodes, balies, beveiligers meer nabij is dan ze nu menen en waardoor ze eerder gaan denken aan arresten in plaats van aan manifesten. De rechtspraak is groter dan de rechter!

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: