‘Een zekere ruwheid’

door GB op 10/11/2016

in Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for ‘Een zekere ruwheid’

Bij ‘een zekere ruwheid’ denk je aan de aanstaande verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer. En als de overheid burgers ‘ergens in betrekt’, dan denk je aan een goedbedoelde inspraakronde. Zo niet in het fiscale recht. Dat de Gemeente Steenwijkerland haar inwoners ‘met een zekere ruwheid in de rioolheffing betrekt’, betekent dat de eigenaar van een camping 143 euro rioolheffing moet betalen terwijl de eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw voor het zevenvoudige wordt aangeslagen: 1000 euro. Beiden hebben te maken met meerdere gebruikers. Maar een recreatieterrein wordt door een speciale regel voor de Wet waardering onroerende zaken (de WOZ-belasting) als één object gezien en een bedrijfsverzamelgebouw wordt dat niet. De achtergrond van die speciale regel is dat de gemeente geen zin heeft om bij te houden wie welke chalet bezit. Bij het heffen van de WOZ maakt de uitzonderingsregel niet veel verschil, omdat de campingbaas gewoon de complete rekening krijgt gepresenteerd en zelf maar moet kijken hoe hij het dat met zijn klanten verrekent. Als deze uitzondering wordt doorgezet in de rioolheffing, begint het echter te knagen. Rioolheffing moet je betalen omdat de gemeente zorgt voor het andere einde van de rioolbuis. En dan krijgt de één keurig een rekening voor de zeven kleine ondernemers die in zijn bedrijfsverzamelgebouw staan door te trekken, terwijl de ander tegen starttarief een complete camping op het gemeenschappelijk riool mag laten lozen. Wordt dat geen verboden discriminatie? Ja, zei het Hof. Ja, zei de Advocaat-Generaal. Maar nee, zei de Hoge Raad deze week.

De redenering van de Hoge Raad is op zichzelf niet heel bijzonder. Waar gehakt wordt vallen spaanders, en waar belasting wordt geheven ontstaan hokjes. Boxen, zeggen ze dan in fiscale recht. De vraag is telkens wanneer het te gek wordt. Wanneer er zoveel bijzondere gevallen op één hoop worden gegooid, dat het onrechtmatig willekeurig begint te worden. Kennelijk waren voor het hof en de Advocaat-Generaal de grenzen overschreden, maar trekt de Hoge Raad de lijnen ruimer. Niet veel nieuws onder de zon – weinig toegevoegde waarde.

Relevant is dit arrest echter wel in een breder verband. Er wordt met regelmaat beweerd dat de Belastingkamer helemaal niet activistisch is bij het toetsen van regelgeving aan discriminatieverboden, maar eerder steeds coulanter lijkt te worden. Her en der plaatst de Hoge Raad nog wel eens een kanttekening, maar echt doorbijten doet de Belastingkamer nauwelijks meer als het op regelgeving aankomt. Voor die bewering is deze uitspraak nieuw bewijs. Zelfs ruwheid in het kwadraat, zoals hier aan de orde, kan nog door de terughoudende beugel van De Hoge Raad. Bijzonder is ook dat geen betekenis toekomt aan het feit dat het hier om toetsing van een gemeentelijke verordening aan artikel 1 van de Grondwet gaat. In de literatuur wordt wel een overtuigend verschil gemaakt tussen toetsing van lagere nationale regelgeving aan hogere nationale normen enerzijds en toetsing van formele wetten aan verdragen anderzijds. Het eerste zou dan veel minder problematisch zijn dan het tweede, omdat de rechter in het laatste geval tegenover de formele wetgever komt te staan, waarbij het praktisch ook nog onmogelijk is om te reageren met een verdragswijziging. In deze theorie zijn de schouders die de Hoge Raad hier ophaalt, des te opvallender.

Wie dus graag nog eens wil doorpraten over het schandalige activisme van de Hoge Raad kan contact opnemen met eigenaren van bedrijfsverzamelgebouwen in Steenwijkerland. Of kamperen op een lokaal belastingparadijs.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JAdB 10/11/2016 om 11:26

Opvallend is wellicht ook dat andere bestuursrechters juist steeds kritischer lijken te worden. Zie bijv. de CRvB t.a.v. de Fraudewet, en de Afdeling mbt de Wav en het alcoholslot.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: