Eerste hulp bij het zoeken naar een professionele standaard voor rechters

door IvorenToga op 01/10/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Eerste hulp bij het zoeken naar een professionele standaard voor rechters

Een professionele standaard voor rechters wordt nog steeds gepresenteerd als de oplossing voor alle problemen in de rechtspraak. Over de daaraan ontleende verwachtingen ben ik niet zo positief. Dat neemt niet weg dat het geen kwaad kan te spreken over wat aanvaardbare rechtspraak is omdat daarmee de spanningen binnen de rechtspraak op een vruchtbare wijze zichtbaar worden. Mijn stelling is dat die spanningen niet veroorzaakt worden omdat de rechtspraak te weinig middelen heeft, maar omdat er te weinig middelen zijn om aan sommige particuliere kwaliteitsstandaarden te kunnen voldoen. Enige discussie over de professionele standaard heb ik echter nog niet op gang zien komen binnen de gerechten. En dat verbaast. Want, wanneer ook rechters het als de oplossing zouden zien, waarom zijn de rechters daar dan niet gelijk mee aan de slag gegaan in deze turbulente gerechtelijke tijden? Tot nu toe is het vooral bij veel woorden en weinig daden gebleven. Daarom geheel vrijblijvend een ‘eerste hulp’ bij het zoeken naar een professionele standaard voor rechters.

Ver hoeven we niet te zoeken. Een paar muisklikken op rechtspraak.nl laat zien dat de Hoge Raad het ene na het andere arrest wijst naar aanleiding waarvan een discussie over individuele kwaliteitsstandaarden kan worden gevoerd. Een willekeurige blik op de op 17 september jl. gewezen arresten biedt legio voorbeelden om heel concreet bepaalde taakopvattingen van rechters te bediscussiëren. Ik pik er één uit en dat is het arrest over de vraag wanneer de Hoge Raad ambtshalve in zou moeten grijpen (ECLI:HR:2013:704).

In die zaak had de advocaat-generaal ambtshalve geconcludeerd dat de verdachte voor het verkeerde feit was gedagvaard en veroordeeld. De uitgesproken veroordeling op basis van 184 Sr was niet mogelijk, maar wel een veroordeling voor de met hetzelfde strafmaximum bedreigde overtreding van de APV. Omdat het volgens de Hoge Raad aannemelijk was dat na verwijzing of terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad de tenlastelegging zal worden gewijzigd en dat vervolgens een vergelijkbare straf zal worden opgelegd, acht de Hoge Raad geen grond aanwezig om de aangevallen uitspraak ambtshalve te vernietigen. ‘In zo een geval is niet voldoende evident dat de verdachte zwaarwegend belang heeft bij ambtshalve cassatie en ligt het in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op de door rechtsgeleerde tussenkomst ingediende klachten’, aldus de Hoge Raad.

De daaraan voorafgaande beschouwing van de Hoge Raad biedt meer licht op de gedachten achter deze beslissing. Ik citeer:

‘Omdat door een raadsman of door het openbaar ministerie steeds cassatieklachten moeten worden ingediend, moet de Hoge Raad in beginsel ervan kunnen uitgaan dat misslagen in de bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt en dat het achterwege blijven van een daarop toegespitste klacht berust op een weloverwogen keuze. Dan ligt het bij een beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op de noodzaak zaken binnen een aanvaardbare termijn af te doen, in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op de door rechtsgeleerde tussenkomst ingediende klachten’.

De overwegingen van de Hoge Raad zijn om twee redenen interessant in relatie tot een discussie over de professionele standaard van rechters.

In de eerste plaats benoemt de Hoge Raad uitdrukkelijk de beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en de noodzaak om alle zaken binnen aanvaardbare termijn af te doen als redenen die in de afweging om wel of niet ambtshalve in te grijpen mogen worden betrokken. Ik lees het arrest van de Hoge Raad zo dat er gelet op die omstandigheden keuzes moeten worden gemaakt en dat in dit geval het beperkte belang van de verdachte (beter gezegd: de afwezigheid van enig materieel belang) maakt dat er geen reden is tot ambtshalve ingrijpen. Een dergelijke insteek zou ook door feitenrechters kunnen worden gekozen, zeker door de appelrechters die zich in het kader van het voortbouwend appel dienen te richten op datgene wat procespartijen verdeeld houdt. Vertaald naar de appelrechtspraak zouden de overwegingen van de Hoge Raad dus ook beschouwd kunnen worden als een aansporing om terughoudend te zijn met ambtshalve ingrijpen. Dat zou bijvoorbeeld achterwege kunnen blijven in die gevallen waarin dat ingrijpen slechts tot formele aanpassingen van het vonnis leidt, maar waarmee materiaal niets voor de verdachte verandert.

Daarmee hangt de positionering van de advocaat samen en daarmee kom ik bij de tweede reden. De Hoge Raad gaat er van uit dat het niet klagen over een bepaalde misslag door een advocaat op een weloverwogen keuze berust en dat op grond daarvan ambtshalve ingrijpen in veel gevallen niet aangewezen is. De grote verantwoordelijkheid die de advocaat in de cassatiefase krijgt toebedeeld, roept de vraag op in hoeverre er ruimte is voor een soortgelijke benadering in bijvoorbeeld de appelfase. Daar kan natuurlijk tegen in worden gebracht dat de verdachte op die manier wel erg afhankelijk wordt van de deskundigheid van de advocaat, maar ook die stelling is het bediscussiëren waard. Want waarom accepteren we wel dat de verdachte volledig afhankelijk is van de advocaat bij de beslissing om wel of niet in appel of cassatie te gaan, maar niet in de appel- of cassatiefase zelf? Dit terwijl de gevolgen van het achterwege laten van het indienen van een rechtsmiddel vele malen groter kunnen zijn, zeker wanneer de rechter in zaken die hem wel bereiken ambtshalve blijft ingrijpen als er voor de verdachte echt wat op het spel staat. De verdachte die appel heeft ingesteld krijgt op die manier meer rechtsbescherming dan de verdachte die het indienen van appel op advies van zijn advocaat achterwege laat. Waarom zou dat niet voldoende kunnen zijn?

Mijn belangrijkste boodschap is echter dat het niet zo moeilijk is om een discussie over de professionele standaard te entameren. Rechters hoeven niet te wachten op de rapporten daarover die hen door de Raad en de gerechtsbestuurders in het verschiet worden gesteld. Ze kunnen bij wijze van spreken morgen de lunchpauze benutten om even een rondje om het gerechtsgebouw te maken en met collega’s informeel te spreken over een van de vele interessante arresten van de Hoge Raad. Eerste hulp bij het zoeken naar een professionele standaard zou dus snel en effectief door de rechters zelf kunnen worden verleend. En dat ligt ook wel voor de hand. Zij zijn immers de specialisten!

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JADB 01/10/2013 om 13:37

Grappig, een wiskundeleraar (ons beiden bekend) vertelde mij laatst dat de onderwijskwaliteit meer gebaat is met het vrijmaken van tijd waarbinnen docenten met elkaar kunnen overleggen over hoe zij hun vak uitoefenen dan met het uitbreiden van het aantal lesuren. Daarvoor is wel vereist dat de professionals ook echt willen overleggen, ofwel: luisteren naar een ander en vrijwillig de visie van een ander overwegen en mogelijk overnemen. Dat is niet altijd evident (zoals de Vlamingen dat zo mooi zeggen).

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: