Eerste Kamer eerst!

door CM op 14/12/2012

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Eerste Kamer eerst!

Onder de kop ‘Puur politieke opstelling misplaatst’ sprak het Financieele Dagblad vorige week de vrees uit dat de Eerste Kamer het werk van de Tweede Kamer zou gaan overdoen. Dit was geen algemene bespiegeling over het nut van het tweekamerstelsel, maar een concrete analyse van de dadendrang van met name de oppositie in de huidige Eerste Kamer. Die lijkt niet veel op te hebben met terughoudendheid en kwaliteitstoetsing, maar bedrijft liever snoeihard politiek. In het verleden kon een dergelijke opstelling niet als die van de Eerste Kamer als instituut worden gezien, maar nu de oppositie daar in de meerderheid is en in principe ieder wetsvoorstel uit de koker van Rutte en Samsom kan torpederen, zou dat anders kunnen worden. De oppositiefracties (maar liefst 10 van de 12 fracties in totaal) lieten er tijdens de recente Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer in onheilspellende betogen geen misverstand over bestaan: voor de acht benodigde Senaatszetels zou het kabinet moeten knokken. Maar als de Senaat Tweede Kamertje gaat spelen, kan men hem misschien beter afschaffen, aldus het FD. Een orgaan dat dubbel werk doet en ook nog eens over een veel zwakkere democratische legitimatie beschikt, daar zitten we niet op te wachten.

Maar we moeten het er wel mee doen. Voor het vastleggen van een andere constitutionele rol voor de Eerste Kamer of het afzwakken van haar macht is een wijziging van de Grondwet nodig. De Eerste Kamer moet daar zelf mee instemmen. Twee maal zelfs, en in tweede lezing met een tweederde meerderheid. Het absurde van deze tweede lezing wordt pas goed duidelijk als men bedenkt dat het heel goed dezelfde Eerste Kamer kan zijn die in zowel de eerste als de tweede lezing beslist. De Tweede Kamer wordt tenminste nog ontbonden na de eerste lezing en keert in andere politieke samenstelling terug, maar voor de Senaat geldt dat niet. In het verleden zijn diverse suggesties gedaan om de constitutionele regels ten aanzien van de verkiezing en taak van de Eerste Kamer te wijzigen. Zo zou de Eerste Kamer direct gekozen kunnen worden (wat helemaal het risico van een kopie van de Tweede Kamer oplevert), haar ongebreidelde vetorecht bij wetgeving kunnen inruilen voor een terugzendrecht of een versterkte meerderheid nodig hebben voor verwerping van een wetsvoorstel. Vanuit het Montesquieu Instituut kwam na de laatste Eerste Kamerverkiezingen het plan om enkele van deze elementen te combineren door de Eerste Kamer voortaan rechtstreeks te verkiezen en tegelijkertijd haar vetorecht te ontnemen. Zij zou voortaan een wetsvoorstel alleen met een tweederde meerderheid mogen verwerpen en bij verwerping met een gewone meerderheid moet de zaak voor een compromis naar de Verenigde Vergadering. Voor al deze plannen geldt dat de instemming van de Eerste Kamer zelf niet gemakkelijk verworven zal kunnen worden. Onze Senaat beschikt in de wetgevingsprocedure gewoon over veel macht en zal die niet licht afstaan.

Maar misschien is er een andere oplossing denkbaar. In sommige tweekamerstelsels heeft de regering de keuze een wetsvoorstel in het Lagerhuis of het Hogerhuis in te dienen. Bij ons geldt echter de verplichting een wetsvoorstel eerst naar de Tweede Kamer te sturen. Laten we dat nu eens omdraaien. In de nieuwe grondwettelijke procedure mag eerst de Senaat zich over een wetsvoorstel uitspreken. Voor de goede orde: dat is dus de oude, vertrouwde Senaat die indirect gekozen is en ieder wetsvoorstel mag verwerpen. De Eerste Kamer mag het wetsvoorstel zo behandelen als zij wil. Een constitutionele benadering, met veel aandacht voor toetsing aan de Grondwet en internationaal recht, ligt voor de hand wanneer de regering in beide Kamers over een meerderheid beschikt. Een snoeihard politieke handelwijze is mogelijk wanneer die meerderheid in de Eerste Kamer ontbreekt. Als het kabinet niet over een meerderheid in de Eerste Kamer beschikt, zoals nu het geval is, zal er onderhandeld moeten worden. Dat is momenteel niet anders, maar het voordeel is wel dat de regering niet meer in de Tweede Kamer hoeft te onderhandelen om de steun van de geestverwante fracties in de Eerste Kamer te verwerven. Dat is wat we nu (zullen) zien gebeuren, en eigenlijk is dat een gedrocht. Het suggereert dat senatoren aan touwtjes vastzitten, die worden bediend door de fractievoorzitters in de Tweede Kamer. In mijn voorstel vinden de onderhandelingen daar plaats waar het wetsvoorstel ligt: in de Senaat. Bijkomend voordeel is dat het wetsvoorstel ook nog gewijzigd kan worden. Zoals bekend kan dat nu niet: ligt een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer, dan is het stikken of slikken. De enige uitwegen zijn novelles of het niet in werking laten treden van bepaalde artikelen. Uitwegen die ook zo hun nadelen hebben. Met een novelle wordt de Tweede Kamer voor het blok gezet, en bedingt de Senaat dat bepaalde wetsartikelen nooit in werking zullen treden, dan wordt de Tweede Kamer (die eerder met die artikelen instemde) zelfs geheel gepasseerd. Wat mij betreft mag de Eerste Kamer best een recht van amendement krijgen. Als senatoren bepaalde wensen hebben, mogen ze die ook zelf onder (juridische) woorden proberen te brengen.

In de nieuwe constellatie kan de Eerste Kamer nog steeds een wetsvoorstel verwerpen. Maar omdat zij het tevens, hetzij met amendementen, hetzij via de regering, zo kan smeden dat er een meerderheid voor is, ligt dat niet direct voor de hand. Wetsvoorstellen die een meerderheid hebben verworven, belanden bij de Tweede Kamer. Die krijgt dus te maken met een ontwerp dat al de zegen van een deel van volksvertegenwoordiging heeft. Opdat de regering niet ogenblikkelijk ongedaan maakt wat door de Eerste Kamer aan het oorspronkelijke wetsvoorstel gewijzigd is, zou kunnen worden bepaald dat alleen de Tweede Kamer het wetsvoorstel nog mag wijzigen. Daarmee kunnen uiteraard bepaalde door de Eerste Kamer bewerkstelligde en gewenste veranderingen weer worden teruggedraaid, maar gezien de directe democratische legitimatie van de Tweede Kamer lijkt dat principieel niet zo problematisch. De gedachte dat een wetsvoorstel ruimere steun heeft gehaald in de Senaat dan alleen de stemmen van de coalitiefracties zou tot enige terughoudendheid in het amenderen kunnen leiden. Brede steun voor wetsvoorstellen zal ook door de Tweede Kamer wenselijk worden geacht, het is heel goed mogelijk dat de Tweede Kamer amendementen van de Eerste Kamer gewoon zal omarmen omdat ze van goede kwaliteit zijn en het schofferen van de ‘overkant’ kan tot gevolg hebben dat de oppositie in de Eerste Kamer in de toekomst minder bereid zal zijn te onderhandelen. Als puntje bij paaltje komt, spreekt de Tweede Kamer echter het laatste woord. Vanuit democratisch oogpunt is dat alleen maar toe te juichen.

In het hierboven summier uiteengezette stelsel levert de Eerste Kamer geen bevoegdheden in. Zij krijgt er zelfs bevoegdheden bij in de vorm van een amendementsrecht. De macht van de Eerste Kamer wordt wel enigszins verminderd doordat de Tweede Kamer het laatste woord heeft, maar dat is gelet op haar directe verkiezing zeer goed te verdedigen. Een punt van kritiek op het hier verdedigde stelsel zou kunnen zijn dat onze Eerste Kamer, die bestaat uit deeltijdpolitici, helemaal niet in staat is zoveel wetsvoorstellen ‘rauw’ (= niet voorgekookt door behandeling in de Tweede Kamer) te behandelen. Het lijkt mij echter dat de senatoren prima kunnen vaststellen aan welke wetsvoorstellen zij de bulk van hun energie willen besteden. Slimme selectie is heel goed mogelijk. Simpele, technische en politiek onomstreden wetsvoorstellen gaan dan gezwind door naar de andere Kamer, terwijl over de politiek meer controversiële wetsvoorstellen een fundamenteel debat wordt gevoerd. Het stelselmatig starten van de parlementaire wetgevingsprocedure in de Eerste Kamer heeft ook in een ander opzicht nog zijn charme: Zo valt in elk geval beter uit te leggen waarom het instituut eigenlijk Eerste Kamer heet.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Yoeri Roosendaal 15/12/2012 om 14:05

Senator Noten was zelf in het verleden bepaald niet vies van een beetje politiek bedrijven. Nu bepleit hij in Nieuwsuur dat de Eerste Kamer een terugzendrecht moet krijgen, een oud idee dat ook in de bijdrage van CM wordt genoemd. Ik kan me niet voorstellen dat de Eerste Kamer daar ooit mee zal instemmen. Dat geldt overigens ook voor het voorstel van CM. Het zit leuk in elkaar, het klinkt best logisch, maar onze Senaat heeft gewoon ooit de ideale positie gekregen waarin hij het laatste woord spreekt. Je bent wel gek als je dat opgeeft.

2 Bert van der Linde 15/12/2012 om 17:30

Dit voorstel staat of valt met het kaliber van de senatoren. Heb ik me daar in het verleden wel eens zorgen over gemaakt, thans is de samenstelling van de Eerste Kamer er een van formaat. Met illustere wetenschappers als prof. Lokin-Sassen, enkele oud-ministers zonder portefeuille en de frisse jongelingen van de PVV-fractie heeft de Senaat stellig aan statuur gewonnen. Ook onder vigeur van de huidige wetgevingsprocedure kunnen we dus verzekerd zijn van een gedegen, de partijlijnen overstijgende, opbouwend kritische toetsing van wetsvoorstellen..

3 a.zecha 24/12/2012 om 18:03

Partijvertegenwoordigers in de Tweede Kamer en regering blijken feitelijke inbreuken op de rechtszekerheid, rechtsveiligheid en rechtsbescherming van de persoonlijke grond-, mensen- en burgerrechten van individuele burgers te gedogen en zelfs na te streven. Partijvertegenwoordigers in de Eerste Kamer hebben de nationale legalisering van de landelijke elektronische verzameling en opslag van individuele persoonsgebonden zeer gevoelige gegevens over de psychische, psychiatrische, lichamelijke, medische en sociale situatie en toestand van individuele Nederlandse burgers en de uitbesteding ervan aan deelnemers op de vrije markt (!) unaniem met hun recht op veto kunnen voorkomen (EPD).

Daarop bedachten een meerderheid van partijvertegenwoordigers in de Tweede Kamer en de regering – de binitas politica – onder de leiding van het ministerie van Welzijn Gezondheid en Sport constructies met het doel de unanieme afwijzing door de Eerste Kamer te ontduiken.
In plaats van een enkele nationale landelijke elektronische dataverzameling te gebruiken worden op diverse regionale plaatsen aangelegde (en aan te leggen) meerdere dataverzamelingen met de verhullende naam van LSP’s: Landelijke SteunPunten gebruikt. Niet bekend is of verzamelen, opslag en beheer van de gegevens aan eenzelfde (!) vrijemarktdeelnemer wordt uitbesteed.
Onder druk van hun partij (en de druk vanuit de vrije markt?) bogen de ruggen van onze senatoren daar waar zij het ten aanzien het EPD recht hielden.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: