EHRM: Pieter van Vollenhoven helpt Donner uit de brand

door GB op 17/10/2009

in Rechtspraak

En nu de strafrechtelijke ministeriele verantwoordelijkheid toch zo in de belangstelling staat: gisteren was in het nieuws dat het EHRM kon leven met het feit dat Donner en Verdonk (die zelf wel voor vervolging van Van der Laan stemde) niet voor de strafrechter zijn gebracht voor de Schipholbrand. Vermoedelijk gaat het om deze ontvankelijkheidsbeslissing.

De klacht steunt op artikel 3 van het EVRM, het martelverbod. Daar hangt ook een aantal procedurele positieve verplichtingen aan vast die een lidstaat verplichten martelen adequaat te onderzoeken en te straffen. In het internationale recht wordt verder nog extra zwaar getild aan het martelen van overheidswege.

Maar zelfs als het Hof er vanuit zou gaan dat artikel 3 EVRM inderdaad in het geding is, dan kan daaruit niet meteen volgen dat de verantwoordelijk minister strafrechtelijk vervolgd wordt. Dat geldt des te meer wanneer niet sprake is van een duidelijke vorm van opzet bij de betrokken ministers.

Dan valt het oog van het Hof op Pieter van Vollenhoven en zijn Onderzoeksraad. Nu deze de regering al onder handen hebben genomen, vindt het Hof het wel genoeg.

Turning to the actual circumstances, the Court further observes that there was an investigation by an independent committee, the Investigation Committee for Safety Issues. Its report was made public less than eleven months after the fire. The report, which was extensive and detailed and highly critical and which the Court is prepared to accept as reliable, identified specifically the Government institutions which it blamed for the failure to secure the safety of the detainees and for any inadequacy in the care given to them afterwards (i.e. the Ministry of Justice; the Ministry of Housing Spatial Planning and the Environment; and the Municipality of Haarlemmermeer). In fact, it led to the resignation of the two ministers responsible for the safety and care of the detainees on grounds of political responsibility.

The Court takes the view that, in so far as they were addressed directly to members of the Government at ministerial level, the procedural requirements of Article 3 were satisfied in this case. There is nothing in the application to suggest that the Minister of Justice – one of those who resigned over the matter – and the Minister for Immigration and Integration personally disregarded their duties to the point of criminal responsibility warranting prosecution.

In de uitspraak wordt verder geen aandacht geschonken aan het feit dat vervolging van een minister in Nederland een politieke beslissing is, althans een beslissing voorbehouden aan politieke organen. Daar houdt het EHRM geen rekening mee, zodat de Hoge Raad misschien ooit voor een van de grootste uitdagingen in het leerstuk van de omvang van de rechtsvormende taak komt te staan: uit artikel 3 EVRM een opdracht tot vervolging van een minister afleiden. Of: een opdracht tot het geven een opdracht tot het instellen van vervolging.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: