EHRM probeert Oostenrijk bij de progressieve les te houden

door GB op 16/11/2011

in Grondrechten, Rechtspraak

Na Lautsi haalt de Grote Kamer van het EHRM voor de tweede keer in korte tijd de gewone EHRM-kamer uit de nek van van een lidstaat. Dit keer ging het om Oostenrijk. Daar was een ingenieus dubbelplan tussen twee stellen om – met opheffing van elkaars gebreken – in het laboratorium toch kinderen te verwekken stuk gelopen op de Oostenrijkse wet. IVF-behandelingen mogen wel in Oostenrijk, maar dan alleen met eigen materiaal.

Dit soort kwesties valt onder artikel 8 EVRM, maar deze vragen plaatsen het EHRM in een ontzettend lastig parket: een mengsel van ethiek en medische mogelijkheden. Een beproefde methode voor het Hof is dan de inzet van de margin of appreciation die afhankelijk wordt gesteld van de Europese consensus op het specifieke onderwerp. Daarvoor turft het hof de landen waar zoiets wel kan en beziet het of daar voldoende grond in schuilt om de achterblijvers in de rij te zetten.

Het intrigerende van deze methode van rechtsvinding is dat hij enerzijds heel simpel lijkt, maar anderzijds magische aspecten heeft. De consensus moet namelijk ook solide zijn, om echt te tellen. In ieder geval is Oostenrijk in dit concrete geval nog onvoldoende achtergebleven om door Straatsburg veroordeeld te worden. Maar zonder waarschuwing komen ze er in Wenen niet vanaf: Nevertheless the Court observes that the Austrian parliament has not, until now, undertaken a thorough assessment of the rules governing artificial procreation, taking into account the dynamic developments in science and society noted above.

Dat had het Constitutionele Hof van Oostenrijk ook al geprobeerd te zeggen, en daarom geeft het EHRM Oostenrijk de gebruikelijke waarschuwing:

Even if it finds no breach of Article 8 in the present case, the Court considers that this area, in which the law appears to be continuously evolving and which is subject to a particularly dynamic development in science and law, needs to be kept under review by the Contracting States.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 Reinier Bakels 16/11/2011 om 08:47

Dit is weer een typisch geval dat rechters een politieke vraag krijgen voorgelegd. Omdat échte politici er niet uit komen. Net zoiets als dat het U.S. Supreme Court wordt opgezadeld met het abortusvraagstuk.

2 PB 16/11/2011 om 10:05

Bizar dat een stel ongekozen rechters, die niet eens zijn benoemd door Oostenrijkse instanties (een duidelijk verschil met de VS), hier de wetgever van een land een bepaalde politieke ideologie wil opdringen. Een mooi geval van “judicial governance”…

3 JU 16/11/2011 om 12:07

@PB

Volgens mij ga je wat kort door de bocht PB.

Allereerst wordt Oostenrijk door het Hof niet veroordeeld. Het zegt alleen maar dat de wetgever de vinger wel aan de pols moet houden. Met het opdringen van politieke ideologieën valt het dus wel mee.

Ten tweede werd, zoals in de post ook wordt aangegeven, dezelfde constatering ook al door de nationale (en dus wel door de Oostenrijkse instanties benoemde) constitutionele rechter gedaan.

En ten derde benoemen de Oostenrijkse instanties in elk geval wel één van de Straatsburgse rechters. In dat verband is het toch wel aardig dat mevrouw Steiner, de Oostenrijkse rechter, geen concurring opinion bij deze uitspraak van de Grote Kamer schreef. Zij kan zich dus kennelijk vinden in de genoemde overweging. Steiner zat overigens óók in de Kamer die wel tot een schending concludeerde en behoorde toen, zij het slechts gedeeltelijk, tot de meerderheid.

Tot slot lijkt mij een vergelijking met de VS ook niet echt zinvol. Hoeveel rechters mag de staat Iowa naar het Supreme Court in Washington afvaardigen?

4 RvdW 17/11/2011 om 17:02

@PB en in aanvulling op JU,

De Straatsburgse rechters worden, anders dan vrijwel al hun nationale collega’s, gekozen door de volksvertegenwoordiging. Het is dan ook niet correct te spreken van ongekozen rechters.

Daarnaast is de scheidslijn tussen politieke en juridische vraagstukken bepaald niet onomstreden ‘last time I checked’. Een kwestie tot een politiek issue verklaren, enkel omdat de nationale wetgever dat vindt, lijkt me geen nuttige benadering. Dan kunnen we de idee van mensenrechtenbescherming wel direct bij het grof vuil zetten. Gebruik van de margin of appreciation met als gevolg een beperkte toets aan procedurele eisen, zoals het vereiste dat een grondige discussie moet hebben plaatsgehad in het parlement, lijkt me een constructievere oplossing.

Ten slotte is mensenrechtenbescherming geen puur nationale keuze. Ja, het EHRM kan Oostenrijk dwingen mensenrechtenschendingen te beëindigen. Ja, de Veiligheidsraad kan Syrië dwingen mensenrechtenschendingen te stoppen. Burgers, en met name minderheden, zijn nu eenmaal soms liever niet aangewezen op de goodwill van hun nationale overheid.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: