Emmanuel Macron en de parlementaire verkiezingen in Frankrijk

door Ingezonden op 12/06/2017

in Buitenland

Post image for Emmanuel Macron en de parlementaire verkiezingen in Frankrijk

Frankrijk heeft een nieuwe president: Emmanuel Macron. Wetgeving is nodig om zijn programma voor een nieuw Frankrijk uit te voeren, afgezien van referenda (art 11 Constitution). Hoewel de wetgevende macht van het parlement – anders dan in Nederland – limitatief is omschreven (art 34), is medewerking van het parlement nodig voor veel veranderingen die Macron wil doorvoeren. Een parlementaire wet heet loi. Een voorbeeld is de al tijdens de presidentiële campagne aangekondigde wet – mede in reactie op de affaire Fillon – die onder andere verbiedt dat politici hun naasten inhuren.

Net als in Nederland bestaat het parlement in Frankrijk uit twee kamers: Assemblée nationale (Tweede Kamer) en Sénat (Eerste Kamer). Op zondagen 11 en 18 juni zijn de verkiezingen voor de Assemblée nationale. In elk kiesdistrict brengen de Franse inwoners hun stem uit op een van de kandidaten . Gekozen is de kandidaat die op 11 juni de absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen krijgt en bovendien een kwart van alle stemmen die uitgebracht hadden kunnen worden; in andere gevallen is een tweede ronde op 18 juni nodig waaraan alle kandidaten meedoen op wie in de eerste ronde een minimumaantal stemmen is uitgebracht. Gekozen is dan de kandidaat met de meeste stemmen . Een kiesdistrict bestaat uit enkele gemeenten van een département (art L1-L11, L125 en L126 Code électoral). Een département is de bestuurslaag tussen de gemeenten en de regio in.

De beweging die Macron voor zijn presidentiële campagne in het leven heeft geroepen – En Marche! – heeft in tal van kiesdistricten een eigen kandidaat gesteld. En Marche is een (privaatrechtelijke) vereniging waarvan men lid kan worden en het is ook een groupement politique in de zin van de wet over financiering politieke partijen. De gekozen kandidaten zullen zich in de nieuwe Assemblée nationale verenigen onder de naam La République En Marche! In het Bretonse departement Finistère is Richard Ferrand kandidaat. Ferrand is niet zomaar een kandidaat, hij is rechterhand van Macron binnen de vereniging En Marche. En hij is nu ook minister. Een minister mag niet ook Kamerlid zijn; als hij wordt verkozen, wordt hij automatisch opgevolgd door zijn veel minder populaire vervanger (art LO176). Saillant detail is dat Ferrand er sinds eind mei van wordt verdacht naasten te hebben ingehuurd, zowel in de periode dat hij politicus was als in de periode daarvoor (als directeur van een sociale zorginstelling). Hierdoor is hij (en zijn vervanger) volgens peilingen niet meer de gedoodverfde winnaar (Le Monde, 1 juni).

Indiening van wetsvoorstellen gebeurt door de regering (gouvernement), niet door de president. Inmiddels heeft de president Édouard Philippe tot minister-president (Premier ministre) benoemd. Eigenlijk vind ik minister-president geen goede vertaling, want hij is slechts bij uitzondering voorzitter van de (wekelijkse) ministerraad. Vaste voorzitter is de president (art 9 Constitution). De president benoemt ook de andere ministers en staatssecretarissen, op voordracht van de minister-president (art 8). Philippe is een vooraanstaand politicus van het (centrum)rechtse Les Republicains. Onder de ministers bevinden zich vooraanstaande politici uit andere centrumrechtse partijen, uit de Parti Socialiste en uit de (groene) EELV.

Niet uitgesloten is dat door deze benoemingen een deel van het traditionele electoraat van deze partijen op de kandidaten van La Republique En Marche (LRM) zal stemmen. Evenmin is uitgesloten dat LRM geen meerderheid haalt en er ook geen andere meerderheid is die het programma van Macron wil steunen. In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen haalden alleen al de kandidaten van het Front national (Le Pen) en het radicaal-linkse La France insoumise (Mélenchon) gezamenlijk meer dan 40% van de stemmen, beiden zijn niet enthousiast over de hervormingen die Macron wil doorvoeren. Dan zou de Assemblée nationale de regering naar huis kunnen sturen; de president zou op zijn beurt nieuwe verkiezingen kunnen uitschrijven (art 12, 49 en 50). Of hij formeert een nieuwe regering die niet door de Assemblée nationale naar huis wordt gestuurd maar die wel veel minder enthousiast is om zijn (wetgevings)programma te initiëren (cohabitation).

Een parlementaire wet (loi) moet in Frankrijk net als in Nederland in beide kamers zijn vastgesteld (art 44 en 45). De Sénat heeft – anders dan onze Eerste Kamer – ook het recht van amendement. Een in de ene kamer aangenomen wetsvoorstel dat daarna in de andere kamer wordt geamendeerd zal opnieuw moeten worden behandeld in de eerstgenoemde kamer. Als die kamer op haar beurt amendeert, zal dit geamendeerde wetsvoorstel opnieuw behandeld moeten worden in de andere kamer. Deze pendel van wetsvoorstellen (navette parlementaire) kan enige tijd doorgaan. De regering kan ingrijpen door een commissie bestaande uit leden van beide kamers te doen instellen. In de praktijk leidt dat bijna altijd tot een compromis tussen de kamers. Als een compromis toch onmogelijk blijkt, mag de Assemblée nationale op verzoek van de regering als enige kamer de wet vaststellen. Zo’n wet wordt dan petite loi genoemd.

Ook de Sénat is dus van groot belang voor invoering van het wetgevingsprogramma. En de Sénat houdt dit jaar ook verkiezingen, op 24 september. Afgezien van de verkiezingstijdstippen, verschilt de politieke samenstelling van de Sénat van de Assemblée nationale doordat een kiesdistrict bestaat uit het hele departement, een stelsel van evenredige vertegenwoordiging geldt voor de grotere departementen en het geen rechtstreekse verkiezingen zijn (Code électoral art LO274, L294 en L295 en art 24 Constitution). Bovendien beperkt de verkiezing in september zich tot de helft van de Sénat. Behalve enkele overzeese gebiedsdelen gaat het deze keer om Parijs en omgeving en de departementen die (over het hele land verspreid) in alfabetische volgorde liggen tussen Indre-et-Loire (evenredige vertegenwoordiging) en Pyrénées-Orientales (meerderheidsstelsel) (art LO 276).

De Eerste Kamer in Nederland wordt net als de Sénat niet rechtstreeks (getrapt) gekozen. Een verschil is dat de Eerste Kamer wordt gekozen door de leden van de Provinciale Staten, terwijl de Sénat wordt gekozen door een kiescollege bestaande uit Kamerleden en leden van het regionale parlement die zijn gekozen in het département, alle leden van het departementale parlement en alle leden van de gemeenteraden. De laatste vormen uiteraard de overgrote meerderheid. In kleine gemeenten (9000 inwoners) wijst de gemeenteraad een of meer vertegenwoordigers aan, naar rato van het aantal inwoners. Gemeenten met meer dan 30.000 inwoners krijgen extra zetels toegewezen bovenop het aantal raadsleden (art L279-286 Code électoral). In alle departementen tezamen zijn er ongeveer 100.000 kiezers; dat zijn er meer dan de 570 in Nederland.

Juni en september beloven spannende maanden te worden voor Emmanuel Macron.

Leon Janssen

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: