Enquête Eerste Kamer verzandt

door GB op 30/05/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Enquête Eerste Kamer verzandt

Senator Schuurman is hier eerder nog als CU-knuffelopa weggezet, maar dat beeld moet toch worden gecorrigeerd. Uit een reconstructie van het einde van ‘klein rechts’ blijkt dat Schuurman zeer verbolgen was over SGP-senator Holdijks weigering om Schuurmans enquête, ‘zijn laatste grote daad in de Senaat’ te ondersteunen.’ Volgens deze reconstructie heeft Schuurman vervolgens zijn SGP-collega’s uitgescholden op een wijze die deze laatsten van hem niet hadden verwacht en het RD verder niet durft weer te geven.  In ieder geval schijnt collega-senator Kuiper een tijdje te hebben moeten bemiddelen. Misschien verklaart dat ook waarom deze Kuiper, en niet Schuurman zelf, in de tijdelijke voorbereidingscommissie parlementair onderzoek privatisering/verzelfstandiging overheidsdiensten heeft plaatsgenomen. Het lijkt in elk geval waarschijnlijk dat Schuurman als papegaai op de schouder van Kuiper nog wel een deuntje mee heeft gezongen in deze commissie.

Afgelopen week heeft de voorbereidingscommissie zich in een rapport over Schuurmans ‘grote daad’ uitgesproken. Staatsrechtelijk interessant is het rechttrekken van wat achteraf toch als vrij impulsief gekwalificeerd kan worden: aanname van de motie-Schuurman. De meest voor de hand liggende interpretatie van de motie is namelijk dat de Eerste Kamer daarin gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid uit artikel 70 Grondwet en dus een parlementaire enquête heeft ingesteld. De Eerste Kamer ‘besluit’ immers een dergelijk onderzoek ‘te doen instellen’ en verwijst in de motie ook nog eens expliciet naar de Wet op de parlementaire enquête 2008. Gevolg daarvan zou zijn dat de nieuwe Eerste Kamer het besluit weer ongedaan moet maken. De voorbereidingscommissie drukt deze consequentie weg door de motie te kwalificeren als ‘het uitspreken van de wens om te komen tot’ een dergelijke parlementaire enquête.

Vervolgens neemt de commissie de ruimte om tevens te bezien of een parlementair onderzoek niet beter past. Dat scheelt een paar zware bevoegdheden maar vooral in politiek gewicht. Probleem is alleen dat het Reglement van Orde van de Eerste Kamer dat fenomeen, in tegenstelling tot dat van de Tweede Kamer, niet kent. De voorbereidingscommissie beveelt aan het Reglement op dit punt aan te vullen, maar loopt het gat alvast dicht met ‘de natuurlijke bevoegdheid tot het instellen van een parlementair onderzoek’ en het voorbeeld van de commissie-De Wit in de Tweede Kamer. Het is nu dus aan de nieuwe Kamer straks te besluiten over de wenselijkheid van het parlementaire onderzoek en het instellen van een commissie die dat onderzoek mag verrichten. Als de PVV zich bij VVD, CDA en SGP aansluit bestaat de mogelijkheid dat de Eerste Kamer daar straks niet voor zal kiezen.

Voor Schuurman lijkt me dat geen reden om van achter de geraniums weer een potje te gaan schelden. Inhoudelijk is het resultaat volgens mij niet meer wat hij met zijn motie beoogd heeft. De onderzoeksvraag is door de voorbereidingscommissie namelijk beperkt tot de beraadslaging in het parlement over privatiseringen. En meer in het bijzonder: de beoogde effecten voor de relatie individuele burger – rijksoverheid in verhouding tot de daadwerkelijk ingetreden effecten. Hoewel er van alles gedefinieerd wordt en uitgesplitst in doel/hoofdvraag/deelvraag/invalshoek blijft onduidelijk wat de ‘verhouding burger-overheid’ betekent. De voorbeelden in het rapport zijn niet veel belovend. Een beoogd effect in de relatie burger-overheid kan bijvoorbeeld ‘verbetering dienstverlening’ zijn. Een geconstateerd effect: ‘de overheid geen eigenaar meer’ of: ‘burger richt zich bij onvrede op de rijksoverheid’. Te verwachten inhoud van het rapport Commissie-Privatisering: de verwachting dat de treinen beter op tijd zouden gaan rijden was eigenlijk nergens op gebaseerd maar de overheid bleef kop van jut voor woedende reizigers. En dat voor vijf ton in de vorm van een ‘integrale reviewstudie’ (?).

Zie ik het goed, dan wilde Schuurman een bijdrage leveren aan het debat dat Pim Fortuyn opende met zijn Puinhopen van acht jaar paars, waar minister Veerman aan deelnam toen hij zich afvroeg of de overheid wel moest uitgaan van een calculerende burger die jaarlijks zijn zorgpolis doorneemt en ziekenhuizen selecteert en waar met Kruiters Mild despotisme weer nieuw leven inzit. Dat gaat over veel fundamentelere kwesties. Niet over de verbetering van de dienstverlening, maar over de vraag in hoeverre de overheid een ‘dienstverlener’ moet willen zijn. Schuurman kan beter zelf een boek schrijven. En dat hoeft dan nog niet eens zijn laatste grote daad te zijn. De enquête doen we hier wel:

Welk scheldwoord gebruikte Schuurman?

Bekijk resultaten

Laden ... Laden ...

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: