Erfzonde en staatsrecht II

door GB op 06/03/2009

in Uncategorized

Politieke verantwoordelijkheid voor voorgangers blijft een lastig te nemen toren. (ha! vandaar dat plaatje!) Hieronder dook die vraag al even op, naar aanleiding van het dagboek van Zalm. Is een minister nu wel of niet politiek verantwoordelijk voor wat er in het verleden is gebeurd? Ik kom vooralsnog niet verder dan een langdradig, technisch en omslachtig antwoord. Iedere verbeteraar kan zich bij de reacties melden.

Allereerst is het goed de vertrouwensvraag af te splitsen. De vraag of een bewindspersoon zijn biezen moet pakken is een volledig politieke vraag, en kan op elke grond worden beantwoord. Een hoogleraar Mediarecht liet zich onlangs nog in de kroeg ontvallen dat zelfs de weersomstandigheden redengevend mochten zijn.

Blijft over de vraag wat er onder onder ‘verantwoordelijkheid’ wordt verstaan. In de eerste plaats is dat, zoals Thorbecke stelde, de plicht tot antwoorden. Tegenwoordig is dat recht op inlichtingen grondwettelijk verankerd. Maar houdt het daarbij op? Kortmann breidt het geven van inlichtingen alvast een beetje uit tot het geven van uitleg en het verklaren. (Constitutioneel Recht 2008, 318) Anderen gaan daarin verder en onderscheiden twee fasen: de inlichtingenfase en de debatfase. In die laatste fase wordt de verantwoordelijke ook geacht zich te verdedigen. (Elzinga, De staat van het recht, 100)

De invulling van deze ‘debatfase’ lijkt me in ieder geval van belang. Wil je een gepassioneerd inhoudelijk betoog van een minister, dan kan je dat niet verwachten ten aanzien van beleid dat hij tegelijk met zijn aantreden heeft afgeschaft. Zie je verantwoordelijkheid meer als een neutrale inlichtingenplicht, en desnoods een plicht tot verklaren, dan zijn er weinig problemen om een minister te bevragen over zaken die in het verleden speelden en die nu al afgesloten zijn. Hoogstens wordt dit recht op inlichtingen dan nog begrensd door natuurlijke grenzen, zoals de kostprijs om iets boven water te halen over de tiendaagse veldtocht.

Een andere factor die van belang lijkt binnen de verantwoordelijkheid voor gedane zaken is de vraag waar de verantwoordelijkheid wordt neergelegd. Is dat het ambt, of is dat juist de ambtsdrager. Visser redeneert in zijn dissertatie vanuit de stelling dat het ambt verantwoordelijk is, en niet de persoon. Hij neemt dan ook aan dat er verantwoordelijkheid bestaat van het eigen handelen van een minister uit de voorgaande periode. (In dienst van het algemeen belang, 191) Kortmann laat de verantwoordelijkheid aangrijpen bij de ambtsdrager, en neemt geen retroverantwoordelijkheid aan. (Min. Ver. opnieuw gewogen, 107)

Plaatselijk is het iets duidelijker, omdat de wet daar expliciet de fasen inlichtingen en verantwoording benoemt. De plicht tot verantwoording bestaat volgens artikel 169 Gemeentewet ten aanzien van het ‘door het college gevoerde beleid’. Geen verantwoordelijkheid voor het beleid van collegeleden afzonderlijk. Een amendement van de PvdA, destijds, om ‘buiten twijfel te stellen dat ook indien de wethouder feitelijk zelfstandig optreedt hij verantwoording verschuldigd blijft aan de raad’ is ingetrokken na bezwerende formules van deze zijde van het kabinet. Die bestonden onder andere uit een beroep op het collegialiteitsbeginsel.

De vraag naar de verantwoordelijkheden voor het verleden is daarmee verdampt; het door het college gevoerde beleid, al dan niet ongewijzigd overgenomen van het voorgaande, staat centraal. Welke individuele wethouder de raad aanspreekt op het gevoerde collegebeleid is aan de raad. Ook dat strookt met het collegialiteitsbeginsel.
Wie dit allemaal onbevredigend vindt kan zich melden bij de inmiddels freischwebende denktank Frank Ankersmit. Wat hem betreft laten we de VOC zitten, maar graven we morgen Colijn nog op.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 LD 08/03/2009 om 22:53

Die Tiendaagse Veldtocht is een interessante casus. Deze militaire operatie vond plaats in augustus 1831, derhalve 17 jaar voordat de politieke ministeriele verantwoordelijkheid werd ingevoerd. Ervan uitgaande dat de veldtocht grotendeels uit de koker van Koning Willem I kwam en voor diens handelen geen minister verantwoordelijk was, moet worden aangenomen dat niemand verantwoordelijk was. De Koning zelf was het immers ook niet. Kun je dan aannemen dat de huidige minister-president verantwoordelijk is als vragen gesteld worden over de kosten van de veldtocht? Jouw standpunt lijkt te zijn dat dit niet het geval is vanwege de technische onmogelijkheid van het verzoek. Ik zou zeggen dat je geen verantwoordelijkheid kunt erven als die nooit bestaan heeft. Trouwens, het ambt van minister-president bestond ook nog niet in 1831.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: