Ernst Hirsch Ballin vs. ‘Hofbashers’ II

door RdG op 08/02/2011

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

In het opgelaaide debat over rechtsstaat, democratie en mensenrechten hoeven we voor de mening van oud-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin niet meer te verwijzen naar oude toespraken. Hij heeft zich als ambteloos burger nu ook uitgesproken in het NJB.

Nadat Hirsch Ballin kort heeft besproken wat verstaan kan worden onder “de rechtsstaat” wijdt hij een alinea aan ‘een betekenisveld van de rechtsstaat dat wél stevig in de juridische begripsvorming is verankerd: de rechtsstaat als garant van grondrechten’:

‘Vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet niet verboden heeft – en grondrechten hebben de betekenis dat de wetgever niet bij meerderheid alles mág verbieden wat hij wil, maar altijd de fundamentele rechten en vrijheden van ieder mens moet eerbiedigen om zichzelf te zijn, met wat hem of haar eigen is.’

Hirsch Ballin verzet zich ook nu weer tegen het feit dat steeds meer politici grondrechten als ‘hinderlijk’ ervaren, iets waar hij in een eerder aangehaalde toespraak (destijds als Minister) ook al tegen ageerde:

‘Zonder ook maar iets af te doen aan de plicht te bestrijden wat slecht is, moet hier een waarschuwing klinken: wie fundamentele rechten van individuen wil opofferen aan het belang van de gemeenschap overschrijdt de rubicon. En zonder ook maar iets af te doen aan de waarde van de democratie, die Thierry Baudet in zijn bijdrage aan de bundel wil verdedigen, wie democratie en rechten van de mens als kenmerk van een rechtsstaat tegen elkaar uitspeelt, maakt meer dan een denkfout. Ook de wil van de meerderheid moet zich willen laten matigen door de fundamentele rechten van ieder mens.’

Overduidelijk wijst Hirsch Ballin, net als overigens Jit Peters eerder in woord en geschrift deed, op de kern van grondrechten: zij bieden de minderheid bescherming tegen de meerderheid.

Terecht legt Hirsch Ballin vervolgens een link met het ambt dat het in deze discussie het zwaarst te verduren krijgt: de rechter. Of het nu de rechter van om de hoek of die uit Straatsburg is, ze moeten het ontgelden omdat ogenschijnlijk door hen die bescherming tegen de meerderheid gestalte krijgt.

Maar policiti én rechters ontlenen hun legitimiteit beiden aan diezelfde rechtsstaat:

‘Jazeker, politici worden gekozen en rechters niet. Maar de legitimatie van politieke ambtsdragers ligt niet enkel en alleen in het feit dat ze gekozen zijn. Ze zijn gekozen op de basis van een constitutie die democratie en rechtsstaat omvat, en de ene kan niet zonder de andere. Democratische macht is altijd beperkte macht, “limited government”, regeren met eerbiediging van de duurzame fundamentele rechten van de burger, vrijheden die niemand mogen worden ontnomen. Dat vereist óók geduld, het besef dat niet altijd “alles uit de kast” mag worden gehaald om doelstellingen te bereiken, zelfs niet als er een meerderheid van stemmen vóór is.’

De bijdrage van Hirsch Ballin eindigt dan ook met een strenge aanbeveling:

‘Democratie en rechtsstaat zijn niet los verkrijgbaar. En als er één taak, één ideaal is dat voor de politiek zou moeten gelden, dan is het wel dat niet alleen maar te aanvaarden, te “respecteren”, maar ook daadwerkelijk te “willen” en uit te dragen.’

Voor geïnteresseerden is het volledige stuk inmiddels ook na te lezen op www.njblog.nl.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: