Europees bankentoezicht: een oplossing met een hoop vragen

door Ingezonden op 03/07/2012

in Europa, Haagse vierkante kilometer

Post image for Europees bankentoezicht: een oplossing met een hoop vragen

Vorige week werd bekend dat noodlijdende banken in de toekomst direct een beroep kunnen doen op het Europese noodfonds (ESM). Daarmee krijgen reddingsoperaties in de vorm van kapitaalverschaffing een ander karakter dan bijvoorbeeld de noodhulp aan Griekenland en Spanje. Omdat de kapitaalverschaffing direct naar de banken gaat, komt die niet ten laste van de staatsschuld en heeft zij dus niet per definitie een negatieve invloed op de rente op de staatsobligaties. Hiermee wordt de vicieuze cirkel van geldnood op de kapitaalmarkten – kapitaalverschaffing aan de kapitaalmarkten – oplopende rente van de staatsobligaties – verhoging van de staatsschuld – verminderde kapitaalstromen – geldnood doorbroken en wordt geprobeerd de financiële markten los te koppelen van de overheidsfinanciën. In ruil voor deze hulp moeten de lidstaten een centraal-Europese toezichthouder dulden. En daar heerst nog enige verwarring over, niet in de laatste plaats bij de regering. Premier Rutte beweerde vorige week in diverse media dat er geen nieuwe bevoegdheden zullen worden gecreëerd om dit toezicht vorm te geven en wees, om te benadrukken dat Nederland heus niet alle touwtjes uit handen heeft gegeven, ook nog maar eens op het unanimiteitsvereiste dat geldt voor uitkeringen uit het noodfonds. Blijkens art. 4 lid 4 ESM Verdrag geldt die unanimiteit echter niet voor noodsituaties; dan volstaat een gekwalificeerde meerderheid van 85% van de stemrechten. Omdat Nederland slecht 5,72% stemrecht bezit, hebben wij in een noodsituatie dus weinig te vertellen, en omdat logischerwijs aangenomen mag worden dat een beroep op het ESM ook echt een keer zal voortkomen uit een noodsituatie, is hameren op besluitvorming bij unanimiteit slechts een zoethoudertje.

Dat geldt ook voor de bewering dat de nieuwe Europese bankentoezichthouder geen nieuwe bevoegdheden zal toekomen. Dit toezicht zal immers niet slechts passief plaatsvinden. Het is nu juist de bedoeling dat de ECB, ter behoud van de monetaire stabiliteit in de Unie, in kan grijpen bij een financiële instelling als de nationale toezichthouder niet de resultaten boekt die nodig zijn om deze stabiliteit te waarborgen. In het ergste geval moet de ECB dus kunnen interveniëren bij een financiële instelling. Dat vereist wel degelijk nieuwe bevoegdheden, die een aantal vragen oproepen.

Het is de bedoeling dat het Europese bankentoezicht door de ECB zal worden uitgevoerd. Deze maatregel is gebaseerd op art. 127 lid 6 VvEU, waarin staat dat aan de ECB specifieke taken opgedragen kunnen worden betreffende het beleid op het gebied van bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen (banken) en andere financiële instellingen. Maar wat dit Europese toezicht precies in gaat houden, is vooralsnog onbekend. Het huidige Nederlandse toezicht – en interventiestelsel is gebaseerd op het zogeheten Twin Peaks-model, waarin het gedragstoezicht bij de AFM ligt en het prudentieel toezicht bij DNB. Het prudentiele toezicht valt uiteen in macroprudentieel toezicht, dat is gericht op de stabiliteit van het financiële stelsel als geheel, en microprudentieel toezicht, dat is gericht is op de solvabiliteit van individuele financiële instellingen. Beide vormen van prudentieel toezicht liggen bij DNB, die in haar gecombineerde rol van toezichthouder en centrale bank een sleutelpositie inneemt op het snijvlak van de financiële markten en centraal monetair beleid. Hetzelfde geldt voor de ECB. De ECB zal zich in haar rol als centrale bank en toezichthouder  moeten richten op macroprudentieel beleid, maar dit toezicht zal tevens microprudentiele aspecten kennen. Wil de ECB rechtmatig kunnen interveniëren, dan zal zij de solvabiliteit van individuele financiële instellingen immers in het oog moeten houden. Me dunkt dat het monitoren van financiële instellingen hier te lande aan de nationale toezichthouder wordt overgelaten, zoals dat thans dagelijkse kost is. Wel zullen er afspraken gemaakt moeten worden over de uitwisseling van toezichtvertrouwelijke informatie, hetgeen de vraag oproept hoe de informatieprotocollen tussen de nationale toezichthouder en de ECB  op dit punt er uit komen te zien.

Het toeval wil dat hier te lande op 13 juni jl. de Interventiewet in werking is getreden, die het DNB en de minister van Financiën een stuk eenvoudiger maakt om te interveniëren bij noodlijdende financiële instellingen. De interventiebevoegdheden van DNB houden hoofdzakelijk een versoepeld overdrachtsregime in dat betrekking heeft op de solvabiliteit van individuele financiële instellingen. Daar zal onderhavig besluit  tot een gecentraliseerd Europees bankentoezicht weinig invloed op hebben. De vraag is meer of de nieuwe noodbevoegdheden van de minister van Financiën, die in geval van dreigende instabiliteit van het financiële stelsel praktisch elke benodigde maatregel kan treffen, nu niet een wassen neus zijn. Als een omvangrijke financiële instelling in zwaar weer verkeert en dientengevolge de financiële stabiliteit als geheel in gevaar komt, wie intervenieert er dan? Wanneer wordt de betreffende lidstaat geacht hiervoor op te draaien en wanneer de ECB? En: Hoe (on)aantrekkelijk moet het zijn om als financiële instelling aan te kloppen bij het ESM? Is het denkbaar dat een lidstaat de Raad zal trachten te bewegen tot kapitaalverstrekking uit het ESM omdat de staatskas dan niet belast wordt? Welke waarborgen zal het toezichtstelsel dienaangaande moeten kennen?

Een andere vraag is hoe de drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) zich zullen verhouden tot een Europees bankentoezicht. De ETA’s vormen samen het European System of Financial Supervisors (ESFS), dat naast het eveneens relatief nieuwe European Systemic Risk Board (ESRB) functioneert. Voor zowel het ESFS, ESRB en de afzonderlijke ETA’s geldt dat zij niet centraal-Europees worden aangestuurd en met name zien op naleving van Europese regels die van toepassing zijn op de financiële sector (ESFS), het signaleren van en waarschuwen voor risico’s voor de financiële stabiliteit in de EU (ESRB) en het bevorderen van,  adviseren over en bemiddelen inzake (technische aspecten van) toezichtregelgeving (ETA’s.) Regelgevende bevoegdheden in crisissituaties hebben deze toezichthouders dus niet. Daar zal het nieuwe bankentoezicht een aanvulling op moeten zijn.

Het is dus afwachten hoe het Europees bankentoezicht vorm gegeven zal worden en wat dat betekent voor het nationale toezichthouderschap. In het streven om eind 2012 een dergelijk toezichtregime opgezet te hebben, lijkt in ieder geval besloten te liggen dat voorgaande vragen op korte termijn zullen worden beantwoord.

Samantha Daniels, promovenda Financieel toezicht en staatsnoodrecht

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 06/07/2012 om 23:59

Indien een Europees gecontroleerd bankentoezicht inderdaad meer een nationaal-politiek-onafhankelijk toezicht uitoefent dan nationale toezichthouders deden is er m.i. reeds sprake van een verbetering.
Het Europarlement moet dan wel beter de supervisie organiseren (en niet in dezelfde fouten en nalatigheden vervallen) als de nationale parlementen.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: