Evaluatie Oekraïnereferendum: fact free constitutional law?

door GB op 24/11/2016

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Evaluatie Oekraïnereferendum: fact free constitutional law?

Terwijl Rutte nog naarstig naar een uitweg zoekt, heeft het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) al een lijvig rapport over het Oekraïne-referendum aan zijn toch al imposante verzameling kiezersonderzoeken toegevoegd. Omdat rondom het laatste referendum ook het nodige over de staatsrechtelijke tafel ging, is het rapport een mooie kans om een paar van die constitutionele claims te factchecken.

Zo waren er rechtszaken waarin namens het Forum voor Democratie werd beweerd dat ‘op basis van onderzoek’ moest worden aangenomen dat de vermindering van het aantal stembureaus het opkomstpercentage zou frustreren. Het aangevoerde bewijs werd daags erna door onze bloggende politicologie-collega’s al gedemonteerd. Het verband tussen iemands stembusgang en de moeite die hij daarvoor moet doen, is op basis van literatuur hoogstens zwak te noemen. Iemand die wil gaan stemmen, laat zich niet door een paar honderd meter extra lopen van de wijs brengen. Desondanks ging de voorzieningenrechter in Oost-Brabant mee met de redenering. ‘Aannemelijk is dat de mate waarin de kiezer wordt gefaciliteerd mede bepalend is voor de opkomst,’ overwoog hij. ‘Het in belangrijke mate terugbrengen van het aantal locaties waar kiezers hun stem kunnen uitbrengen zal het opkomstpercentage naar redelijke verwachting dan ook negatief beïnvloeden.’ Gevolgd door een rechterlijk bevel om meer stembureau’s op te tuigen.

En wat blijkt nu? ‘Slechts 1% van de niet-stemmers gaf aan moeilijkheden te hebben ondervonden en een deel van de moeilijkheden die ze rapporteerden hadden weinig of niet te maken met het geringe aantal stembureaus. We vinden dus geen aanwijzingen dat het lagere aantal stembureaus een grote invloed heeft gehad op de opkomst.’ Als kiezers willen stemmen, dan willen ze daar gelukkig ook moeite voor doen. Ook in Son en Breugel.

Veel andere conclusies uit het evaluatierapport zijn relevant voor de voortdurende discussie over de wenselijkheid van nationale referenda. Het afgelopen referendum is bijvoorbeeld niet gewonnen door een felle minderheid die tegen was, terwijl een zwijgende, instemmende meerderheid deels te lui was om naar de stembus te gaan en deels thuisbleef om de opkomst onder de 30% te houden. Onder de tegenstemmers zijn ook mensen niet gaan stemmen, omdat ze dachten dat de opkomstdrempel niet gehaald zou worden. Wat daar ook van zij: uiteindelijk heeft het voor de uitslag niet uitgemaakt. ‘Zonder de strategische niet-stemmers was de stemverhouding ongeveer 43% – 57% geweest.’ Dat is ook weer een geruststelling voor wie spijt heeft van zijn strategische keuze.

Met de conclusie van het rapport dat sprake was van strategisch niet-stemmen, overleeft de Evaluatie van de Kiesraad deze factcheck. Voor de Kiesraad was het strategisch niet-stemmen in zichzelf al een ‘ongewenst, onbedoeld neveneffect’ van de opkomstdrempel. Dat principiële bezwaar tegen alles wat afdoet aan de opkomst blijft ook overeind als het effect van het strategisch thuisblijven voor deze concrete uitslag niet beslissend is geweest.

Blijft over de claim van de Afdeling Advisering van de Raad van State. Destijds, ter gelegenheid van de advisering over de novelle waarmee de opkomstdrempel werd ingevoerd, had de Raad zo zijn aarzelingen. Door referenda met een opkomstdrempel te verdelen in geldige en niet-geldige referenda zou het algemene niet-bindende karakter van het raadgevende referendum (en dus de constitutionele toelaatbaarheid onder de huidige Grondwet) weleens kunnen worden ondermijnd. Fokke (PvdA), Voortman (GroenLinks) en Schouw (D66) wimpelden deze kritiek in hun Nader Rapport weg. Ook geldige referenda blijven juridisch formeel niet-bindend, en dus was er in hun ogen geen probleem.

En wat blijkt nu? ‘Het gevaar van een opkomstdrempel (ongeacht de hoogte ervan) is dat het mogelijk suggereert dat de regering de uitslag moet volgen en
moet luisteren naar de mening van de burger wanneer deze drempel overschreden wordt. Dat lijkt inderdaad het geval te zijn. Wat namelijk opvalt, is dat zelfs een kleine meerderheid van de voorstemmers (51,9%) en niet-stemmers (57,3%) vindt dat de regering moet luisteren naar de burger en de uitkomst moet volgen. Zoals een niet-stemmer het verwoordt: ‘De 30% is gehaald, daar kan de regering niet omheen.’ Uiteraard gaat het hier slechts om percepties op basis van kiezersonderzoek, maar dit geeft wel aan in hoeverre de opkomstdrempel een relatief lage opkomst meer gewicht geeft in de hoofden van kiezers.’

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: