Evolutie in de Brusselse journalistiek

door SV op 18/03/2010

in Buitenland, Varia

Post image for Evolutie in de Brusselse journalistiek

Het aantal door de Europese Commissie geaccrediteerde journalisten is afgenomen van ca. 1300 in 2005 tot 752 dit jaar. De belangrijkste reden daarvoor is economisch. Structureel is de verschuiving van lezers naar websites en blogs, weg van de institituten die traditioneel journalisten in dienst hadden (ten word wiki voor newspaper: printed words for reading on toilet or lining a birdcage); tijdelijk is de ineenstorting van de advertentiemarkt. Een tweede reden is dat redacties niet langer het gevoel hebben dat de revolutie het heetst brandt in Brussel.

Vanavond, 18 maart 2010, vergadert de International Press Association (API) hoe hiermee om te gaan. Geheel in de tijdgeest stelt API voor te beginnen met journalisten slechts het EU-ambtenaren-belastingtarief te laten betalen, zodat Brussel een aantrekkelijker post wordt. Deze voorgestelde zelfverrijking zal niet snel het aantal journalisten doen stijgen. Het zijn immers de kranten en televisiestations die de kosten van de journalist betalen; deels op die basis besluiten zij journalisten uit te zenden. Zolang die kosten niet dalen, hebben kranten geen motief meer journalisten te sturen (het is onwaarschijnlijk dat kranten het bruto-salaris zullen differentieren naar het toepasselijke belastingtarief). Wel kan het voor journalisten aantrekkelijk worden om te proberen langer in het Brusselse te blijven. Ik denk dat Europa echter niet erbij gebaat is als niet alleen de Eurofielen maar ook de verslaggevers ver voor de troepen uitlopen.

API signaleert bovendien dat wellicht moet worden nagedacht over de onbeperkte stroom informatie die nu uit de Europese instituties vloeit; API meent dat er als gevolg hiervan minder geinformeerde, kwalitatief hoogwaardige verslaglegging van informatie is (kennelijk omdat consumenten of redacties meer informatie via “goedkopere” kanalen ontvangen). Liefhebbers van het mededingingsrecht herkennen een klassieke poging om blogs en websites, concurrenten van journalisten, te beperken door hun toegang tot grondstoffen te bemoeilijken. Als ik het goed zie, is dit ook een ondeugdelijke poging een voordeel te behalen. Als alle informatie slechts aan geaccrediteerde journalisten zou worden verstrekt en deze hierover als eerste rapporteren, kopieert de digitale concurrentie het uit de krant. Het probleem waaronder kranten lijden – dat consumenten geen of weinig geld overhebben voor kwaliteit en snelheid – wordt niet opgelost door de digitale concurrentie te handicappen, als dat al zou lukken. In ieder geval wordt het Europese publiek door dergelijke maatregelen niet beter, maar slechter en in ieder geval in minder grote getale geinformeerd.

Ook kranten zullen moeten leven met de dynamiek van een veranderende wereld. Wie onvoldoende toegevoegde waarde levert, moet zijn biezen pakken. Is dat erg? Niet echt: de NY Review of Books bericht vandaag dat zo vlak voor de Franse revolutie informatie werd rondgepompt op een wijze zoals geruchten en nieuws zich nu via digitale weg voortplanten:

“The anecdotes constituted the early-modern equivalent of a blogosphere, one laced with explosives; for on the eve of the Revolution, French readers were consuming as much smut about the private lives of the great as they were reading treatises about the abuse of power. In fact, the anecdotes and the political discourse reinforced each other.”

Is dit de reden dat ons staatshoofd zich zo’n zorgen maakte over de digitalisering van de maatschappij?

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: