Federalist Papers no. 31: Concerning the General Power of Taxation (continued)

door JMB op 06/06/2011

in Varia

Post image for Federalist Papers no. 31: Concerning the General Power of Taxation (continued)

Hervorming van het belastingstelsel was één van de doelstellingen die met de invoering van de nieuwe constitutie verwezenlijkt moest worden.  Het ging hierbij vooral om het toekennen van de bevoegdheid aan de federale overheid om zelf rechtstreeks belastingen te heffen bij de burgers. Onder de Articles of Confederation was deze bevoegdheid exclusief voorbehouden aan de Staten en was de Unie van hen afhankelijk voor wat betreft haar eigen inkomsten. Zoals eerder al aangegeven, kon de Unie voor de uitvoering van de haar toebedeelde taken heffingen opleggen aan de Staten, maar het was uiteindelijk aan laatstgenoemden om hier vervolgens invulling aan te geven. De praktijk had meer dan voldoende uitgewezen dat dit systeem niet functioneerde, zodat voor Hamilton de noodzaak voor verandering evident was.

Hamilton merkt op dat daar waar het morele en/of politieke kwesties betreft, mensen niet zomaar bereid zijn om hervormingen door te voeren. In zekere zin een prijzenswaardige eigenschap, aldus Hamilton, aangezien door voorzichtigheid en gedegen onderzoek fouten kunnen worden voorkomen. Het gevaar van deze houding is echter ook dat men er in door kan schieten. Hoe anders kon de oppositie tegen de belastinghervormingen worden verklaard, terwijl de noodzaak ervan zo overduidelijk was?

Hamilton stelt: ‘A government ought to contain in itself every power requisite to the full accomplishment of the objects committed to its care, and to the complete execution of the trusts for which it is responsible, free from every other control but a regard to the public good and to the sense of the people.’

De Unie kon alleen aan deze taakopdracht voldoen indien ze beschikte over voldoende middelen, middelen die ze niet voldoende verkreeg onder de Articles of Confederation. De nationale veiligheid, de bescherming tegen geweld van buitenaf dan wel van binnenuit, moest geen andere beperking kennen dan ‘the exigencies of the nation and the resources of the community’. De conclusie kon dan ook niet anders zijn dan dat, wilde de Unie in staat zijn haar taken uit te voeren, zij daar de benodigde middelen voor moest hebben en die kon zij alleen ontvangen door de bevoegd te krijgen rechtsstreeks belastingen te heffen.

Tegenstanders hadden hiertegen ingebracht dat het voor lokale overheden van net zo’n groot belang was om over voldoende inkomsten te beschikken en dat deze minstens zo’n belangrijke inbreng hadden wat betreft de bevordering van het welzijn en het geluk van de bevolking. Dit was niet alleen een taak voorbehouden aan de Unie. In het geval de Unie een onbegrensde bevoegdheid zou krijgen om zelf direct belastingen te innen, vreesden zij dat dit in de toekomst onvermijdelijk ten koste zou gaan van de Staten. De constitutie zou leiden tot een federaal monopolie op belastingheffing, waarbij het gevaar dreigde dat de Unie belastingwetgeving van de Staten terzijde zou schuiven op grond van het gegeven dat het in strijd was met haar eigen belangen. Dit zou leiden tot een uitholling van de financiële middelen van de Staten en uiteindelijk de ondergang van de Staten inhouden. Daarmee kwam een belangrijk politiek tegenwicht ten opzichte van de federale regering te vervallen.

Hamilton ziet het allemaal zo’n vaart nog niet lopen en geeft aan dat het net zo waarschijnlijk is dat Staten inbreuk plegen op de rechten en bevoegdheden van de Unie als andersom. Welke partij in een dergelijk geval aan het langste eind trekt, hangt af van de middelen die zij ter beschikking hebben, al acht Hamilton het zeer waarschijnlijk dat de Staten als overwinnaar uit zo’n conflict komen, aangezien de macht uiteindelijk altijd bij het volk ligt en er redenen zijn te geloven dat de Staten meer invloed op de burgers zullen hebben. Wat er allemaal zou kunnen gebeuren? Hoe het allemaal zou kunnen aflopen? Het blijft allemaal vaag en voer voor speculatie, en het heeft daarom weinig zin dat men zich op dat pad begeeft. Beter is het: ‘to confine our attention wholly to the nature and extent of the powers as they are delineated in the Constitution. Every thing beyond this must be left to the prudence and firmness of the people; who, as they hold the scales in their own hands, it is tob e hoped, will always take care top reserve the constitutional equilibrium between the genera land the State governments.’

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: