Federalist Papers no. 33 – Concerning the General Power of Taxation (continued)

door JAdB op 04/01/2012

in Europa, Rechtspraak, Uncategorized

Post image for Federalist Papers no. 33 – Concerning the General Power of Taxation (continued)

Hamilton behandelt de regel in de ontwerpconstitutie die bepaalt dat de Federale overheid bevoegd is om wetten te maken ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden die haar in de constitutie zijn gegeven. De ontwerpconstitutie bepaalt verder dat deze wetten van voorrang hebben ten opzichte van de wetten van individuele staten, zolang eerstgenoemde maar in overeenstemming met de constitutie zijn.

Deze regels stuitten, aldus Hamilton, veel mensen tegen de borst, vanzelfsprekend omdat zij afdoen aan de soevereiniteit van de individuele staten.  Hamilton kan zich niet vinden in de hieruit voortkomende “virulent invective and petulant declamation against the proposed Constitution” . Terecht merkt hij op dat, als je de Federale overheid een bepaalde bijvoegdheid geeft, bijvoorbeeld die om belasting te heffen, die bevoegdheid van iedere betekenis zou zijn ontbloot als die bevoegdheid niet kan worden uitgeoefend door bindende regels op te stellen. De in de constitutie neergelegde regel waarin de bevoegdheid wordt gegeven om wetten te maken die een voorrangspositie hebben, is volgens Hamilton dan ook overbodig. De regel is alleen gegeven om onduidelijkheid tegen te gaan.

Zo’n 200 jaar na dit Paper kwamen we er in Europa achter dat een dergelijke verduidelijking nog niet zo’n gek idee is. Het EEG-verdrag – hoewel dat natuurlijk niet te vergelijken is met de constitutie van de Verenigde Staten – bood namelijk geen duidelijkheid over de suprematie van de daarin vervatte dan wel daarop gebaseerde regels ten opzichte van nationale regels. Het Hof van Justitie oordeelde in het COSTA/ENEL-arrest dat van dergelijke suprematie sprake is. Wat zou Hamilton daarover gezegd hebben? Hamilton schrijft in zijn paper:

If a number of political societies enter into a larger political society, the laws which the latter may enact, pursuant to the powers entrusted to it by its constitution, must necessarily be supreme over those societies, and the individuals of whom they are composed. It would otherwise be a mere treaty, dependent on the good faith of the parties, and not a government, which is only another word for political power and supremacy.

Interessant aan deze overpeinzingen van Hamilton is, dat de vraag of wetgeving voorrang heeft, wordt gekoppeld aan de vraag of een “political society” in het leven wordt geroepen. Hij werkt dat begrip helaas niet verder uit. Maar ik heb het vermoeden dat Hamilton tot het oordeel zou komen dat het EEG-verdrag niet kan worden gezien als een “mere treaty”, en dat daarmee een “political society” in het leven is geroepen, op grond van dezelfde overwegingen als die van het HvJEG in het COSTA/ENEL-arrest:

By creating a community of unlimited duration, having its own institutions, its own personality, its own legal capacity and capacity of representation on the international plane, and, more particularly, real powers stemming from a limitation of sovereignty or a transfer of powers from the states to the community, the members have limited their sovereign rights, albeit within limited fields, and have thus created a body of law which binds both tehir nationals and themselves.

The integration into the laws of each member state of provisions which derive from the community and more generally the terms and the spirit of the treaty, make it impossible for the states as a corollary to accord precedence to a unilateral and subsequent measure over a legal system accepted by them on a basis of reciprocity. Such a measure cannot therefore be inconsistent with that legal system. The executive force of community law cannot vary from one state to another in deference to subsequent domestic laws, without jeopardizing the attainment of the objectives of the treaty (…).

(…)

It follows from all these observations that the law stemming from the treaty, an indepent source of law, could not, because of its special and original nature, be overridden by domestic legal provisions, however framed, without being deprived of its character of community law and without the legal basis of the community itself being called into question.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: