Feit of fictie

door PWdH op 01/09/2011

in Varia

Afgelopen vrijdag sprak Margreet Ahsmann haar oratie uit. Het zwaartepunt lag bij het plan de RAIO-opleiding af te schaffen als specifiek opleidingstraject voor pas afgestudeerden. Die dreigt met de RIO-opleiding voor juristen met werkervaring te worden opgeborgen in een zogeheten uniform Opleidingshuis voor de rechtspraak. Onder het motto ‘feiten of fictie’ kraakte Ahsmann dit voornemen, dat volgens haar met meer retoriek (‘STER-reclame’) is omgeven dan met empirisch onderzoek naar de merites van de huidige opleidingen, gehanteerde selectiecriteria, een doordacht didactisch plan, rechtstheoretische en financiële onderbouwing e.d.

Het is altijd toe te juichen als plannen van in nevelen gehulde instituties als de Raad voor de Rechtspraak eens goed tegen het licht worden gehouden. Zeker in tijden van bezuinigingen. En Ahsmann heeft een paar harde punten. Al zijn die evenmin evidence based. De vraag is dan ook wat er wordt gewonnen als alleen nog uitspraken over de rechtersopleiding tot het debat mogen worden toegelaten die zijn gebaseerd op empirisch onderzoek, zoals haar wapenspreuk ‘feiten of fictie’ suggereert. Zeker als er nauwelijks empirisch onderzoek is. Wat dat betreft valt er wellicht inderdaad nog het nodige te leren van de artsenopleidingen.

Problematisch lijkt mij ook de toepassing van het ‘feiten of fictie’ adagium op het debat over de rechtenstudie. Het gaat dan om de bekende vragen of die wel zwaar genoeg is en of die nu opleidt tot rechtsgeleerde of rechtswetenschapper. Volgens Ahsmann is het debat tot op heden vooral gebaseerd op persoonlijke voorkeuren, intuïtie, gevestigde belangen en zelfs ideologie. Debatteren is daarom vooral polemiseren. Dat is ongetwijfeld waar: zie de hier gepubliceerde Ars Aequi-column van Wim Voermans. Maar de vraag is of dat erg is en of het anders kan of moet. Het gaat hier toch bij uitstek om een normatieve discussie.

Daaraan ontkomt Ahsmann opnieuw zelf ook niet als ze zich bijvoorbeeld op Posner beroept voor de stelling dat de waarde van rechtswetenschappelijk onderzoek juist bestaat in de oriëntatie op de praktijk. Even de kamers van de rechters opruimen, aldus Posner. Dat is geen feit of fictie, maar een autoriteitsargument. Niet om flauw te doen: Ahsmann zegt behartenswaardige dingen over de onverbrekelijke band tussen theorie en praktijk die de juristerij eigen is.

Rijtjes stampen en kritisch reflecteren op juridische constructies die in de praktijk door partijen, rechters en wetgevers worden bedacht, desnoods als het dan echt moet met behulp van interdisciplinaire technieken. Dat lijkt mij intuïtief zo’n beetje wat afgestudeerde studenten gedaan moeten hebben, met in de bachelor het zwaartepunt bij kennis verwerven  en in de master bij reflectie. Er blijft dan nog één vraag over: waar laten we het pachtrecht?

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: