Filibuster in de Oudheid

door LD op 15/08/2010

in Varia

Post image for Filibuster in de Oudheid

Op dit weblog is in diverse bijdragen reeds stilgestaan bij het instrument van de filibuster in met name het staatsrecht van de Verenigde Staten. Recentelijk nog besprak GB de film ‘Mr. Smith goes to Washington’. Daarin ging het nog over een ‘echte’ filibuster: een politicus die in een vertegenwoordigend lichaam een ellenlange speech houdt die vaak maar zijdelings in verband staat met het onderwerp op de agenda, en die voornamelijk bedoeld is om te voorkomen dat het debat gesloten wordt en een beslissing kan worden genomen. De oudst bekende voorbeelden van filibusters vinden we – voor zover mij bekend – in de klassieke Oudheid. In deze bijdrage wil ik kort stilstaan bij de filibuster in de Romeinse Senaat ten tijde van de Republiek (509-27 v. Chr.).

De Senaat vormde het belangrijkste adviescollege van het Republikeinse Rome. Anders dan de andere Republikeinse instituties had de Senaat een zeker permanent karakter. Waar de gekozen magistraten doorgaans een ambtstermijn van één jaar hadden en de volksvergaderingen alleen samen konden komen op instigatie van een magistraat, slechts op bepaalde dagen (dies fasti et comitiales), en dan ook nog eens volgens ingewikkelde en trage procedures, was een Senaatszitting zo geregeld. Tot ver in de Republikeinse periode kon de Senaat in principe op iedere dag van de week bijeen komen, zelfs op zogenaamde dies nefasti (letterlijk: ‘verboden dagen’). Senator was je bovendien na je benoeming (niet: verkiezing!) in principe voor het leven, al konden de censors bij bepaalde gedragingen besluiten senatoren uit de Senaat te zetten. Hoewel dit in de late Republiek vaker voorkwam dan in de vroege jaren – in 70 v. Chr. werden maar liefst 64 van de ca. 600 senatoren uit hun ambt gezet – bleef hier sprake van uitzonderingen. De korte ambtsperiode van de magistraten gecombineerd met het impermanente en bovendien massale karakter van de volksvergaderingen (iedere volwassen mannelijke burger had stemrecht) maakte de Senaat tot een zeer machtige speler binnen de groeiende Republiek. Taken die lastig bij de andere instituties belegd konden worden, kwamen al gauw formeel of informeel bij de Senaat te liggen. Het onderscheid tussen de iure bevoegdheden en de facto bevoegdheden was hierbij lastig te maken. Duidelijk is dat de Senaat veel macht en gezag bezat. De senatoren hadden bovendien volop tijd voor hun werkzaamheden, want in de Republiek gold dat arbeid weliswaar adelde, maar dat de adel zeker niet diende te arbeiden. Een senator diende te leven van zijn (grond)bezit. Op grond daarvan kon hij zich bezighouden met de publieke zaak.

Zoals gezegd kon de Senaat in principe op elke dag van de week bijeengeroepen worden. Een senaatszitting kon duren van zonsopgang tot zonsondergang. Hoewel later beginnen tot de mogelijkheden behoorde, was later ophouden niet toegestaan. Wilde de Senaat een besluit kunnen nemen – een senatus consultum – dan diende de zitting vóór zonsondergang gesloten te zijn. Dit opende de mogelijkheid van een filibuster, aangezien de senatoren niet aan spreektijden gebonden waren en zelfs de simpelste pedarius (backbencher; iemand die doorgaans alleen als stemvee fungeerde) in principe het recht had te spreken. De Latijnse term voor een filibuster is diem consumere, wat letterlijk ‘de dag opmaken’ betekent. Afgaande op de bronnen lijken de senatoren zich pas in de late Republiek bewust te zijn geworden van de mogelijkheden die het diem consumere bood. Goede voorbeelden van Romeinse politici die zich van de filibuster hebben bediend zijn de volkstribuun en volksmenner Publius Clodius Pulcher en de fameuze senator Marcus Porcius Cato de Jongere geweest. Vooral Cato is in dit licht interessant, omdat zijn acties laten zien hoe machteloos andere politici stonden tegenover het handelen van een collega die de dag wenste te verbruiken.

Marcus Porcius Cato de Jongere stond reeds in zijn eigen tijd bekend vanwege zijn soberheid (al dronk hij stevig), zijn onkreukbaarheid, zijn rechtlijnigheid en zijn oerconservatieve opvattingen over het wezen van de Republiek. Van vernieuwers als Gaius Julius Caesar moest hij niets hebben. Achter hun plannen voor bijvoorbeeld landhervormingen – het verdelen van publiek land onder arme Romeinse burgers – vermoedde hij doorgaans, en met enig recht, politieke motieven van de initiatiefnemers, voornamelijk gericht op het verhogen van hun eigen populariteit. Toen Caesar in januari van 59 v. Chr., het jaar waarin hij consul was, een voorstel voor een lex agraria in de Senaat verdedigde, behoorde Cato tot de voornaamste tegenstanders. Alles leek aanvankelijk goed te gaan. De hoogste magistraten en ex-magistraten deden hun zegje zonder al te veel tegenstand te bieden. Toen was het de beurt aan Cato om te spreken. Cato was slechts quaestor (het laagste ambt van de cursus honorum met voornamelijk financiële verantwoordelijkheden) en volkstribuun geweest, maar wist een stemming over Caesars landwet te voorkomen door een eindeloze redevoering te houden. Een informele manier om een spreker te bewegen zijn speech te beëindigen was er zeker: boegeroep en geluiden van afkeuring van collega-senatoren kwamen zeer veel voor. Omdat de Senaat met open deuren diende te vergaderen, waren ook verbale interventies van buitenaf niet uitgesloten. Er was echter slechts één formele manier om een spreker het woord te ontnemen: de voorzittende magistraat – in dit geval dus de consul Caesar – diende de spreker fysiek uit de vergaderzaal te verwijderen. Dat was precies was Caesar tijdens deze zitting liet doen. Hoewel op grond van zijn imperium daartoe formeel bevoegd, was de maatregel direct zeer impopulair bij een deel van de overige senatoren. Volgens de traditie verliet een senator zelfs het Senaatsgebouw met de mededeling dat hij liever bij Cato in de gevangenis was, dan hier in het Senaatsgebouw bij Caesar. Cato kon de rol van slachtoffer van een tiran spelen en Caesar leed een gevoelige nederlaag: een Senaatsbesluit kwam er niet.

Hoewel het voor magistraten als Caesar zeer frustrerend moet zijn geweest dat door toedoen van een senator als Cato de Senaat geen beslissing kon nemen, moet bij het voorgaande wel bedacht worden dat de Romeinse Senaat qua taken en bevoegdheden sterk verschilde van bijvoorbeeld de Amerikaanse Senaat van vandaag de dag. Deze laatste is onderdeel van de wetgevende macht en kan wetten afstemmen. In het Republikeinse Rome werden wetten door de volksvergadering vastgesteld, niet door de Senaat. Het advies over een wet van de Senaat was weliswaar zeer gezaghebbend, maar uiteindelijk besliste het soevereine Romeinse volk op voorstel van een magistraat. Cato’s acties konden dan ook niet verhinderen dat Caesar zijn voorstel voor een landwet niet veel later aan de volksvergadering voorlegde. Daar werd de wet met een ruime meerderheid, maar zeker niet zonder slag of stoot, aangenomen. Voordat de stemming plaatsvond was Caesars collega-consul Bibulus nog vernederd doordat iemand een emmer mest over hem had leeggestort.

Andere voorbeelden van filibusters van Cato vinden we in de jaren 60 v. Chr. In 62 v. Chr. richtte de proconsul Pompeius vanuit Klein-Azië het verzoek tot de Senaat de verkiezingen voor de consuls voor het volgende jaar uit te stellen, zodat hij persoonlijk aanwezig kon zijn om zijn medestander Piso te ondersteunen. Formeel diende hierover beslist te worden door de zittende consuls, en wel door de consul die de verkiezingen voor het volgende jaar zou voorzitten. Zo’n consul zou zo’n verstrekkende beslissing als het uitstellen van verkiezingen echter niet snel nemen zonder advies van het belangrijkste adviescollege van het oude Rome: de Senaat. Door met een filibuster te voorkomen dat de Senaat advies kon geven, verhinderde Cato dat de verkiezingen werden uitgesteld. Veel maakte het niet uit, want Piso won ook zonder de lijfelijke steun van Pompeius.

In 60 v. Chr. boekte Cato wel met een filibuster een belangrijke overwinning op Caesar, een overwinning die overigens de toch al ongemakkelijke verstandhouding tussen de twee tegenpolen alleen maar zou verslechteren. Het jaar ervoor had Caesar als propraetor het gouverneurschap van een Spaanse provincie bekleed. Hij had enige overwinningen op Spaanse stammen behaald, was door zijn manschappen als imperator (‘zegevierend generaal’) begroet en kon op grond daarvan aanspraak maken op een triomftocht in Rome. Dat was de hoogste eer die een Romeins veldheer ten deel kon vallen: op de dag van de triumphus kwam hij, rijdend in een strijdwagen, getooid in de kledij van Jupiter Optimus Maximus en met rood beschilderd gezicht, even heel dicht bij de status van godheid. Caesars probleem was echter dat hij zich tevens verkiesbaar wilde stellen voor het consulschap van het volgende jaar. Daarvoor diende hij de symbolische heilige grens van de stad Rome – het pomerium – te overschrijden om zich persoonlijk kandidaat te stellen op het Forum. Generaals die het pomerium overtrokken, legden daarmee echter automatisch hun imperium neer en konden als gevolg daarvan geen troepen meer meevoeren in een triomftocht. Daarmee zou de hele triomftocht van de baan zijn. Er was een oplossing: kandidaatstelling in absentia. Formeel had een van de zittende consuls over deze dispensatie te beslissen, maar wederom gold dat deze dat doorgaans niet zonder rugdekking van de Senaat zou doen. Met een ellenlang betoog voorkwam Cato dat de Senaat een beslissing nam. Caesar verkoos vervolgens het consulschap boven een triomftocht en trok het pomerium over. Het volgende jaar zou hij als consul opnieuw met Cato clashen, zoals hierboven beschreven.

Hoewel met een filibuster in de Romeinse politiek dus zelden iets formeel geblokkeerd kon worden, was niettemin sprake van een machtig politiek wapen, dat naarmate de Republiek verder instortte steeds vaker van stal werd gehaald. In de keizertijd speelde het geen rol van betekenis meer. Hoewel de Senaat onder de eerste keizers zeker nog gezag bezat, verwerd hij later steeds meer tot een stempelmachine die een kruisje zette onder van tevoren opgestelde besluiten.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: