Filmreview: Charlie Wilson’s War

door PWdH op 26/07/2009

in Recensies

Tijdens het recente bezoek van Balkenende aan Obama werd duidelijk dat Nederland ook na het einde van de Uruzgan-missie in 2010 nog wel (op enigerlei wijze) bij Afghanistan betrokken zal blijven. Het kan dan ook geen kwaad ons nog eens te verdiepen in de tumultueuze geschiedenis van dat land. Daarbij mag de film Charlie Wilson’s War (2007) niet ontbreken.

Deze speelt in het vorige tijdperk waarin een internationale oorlog in Afghanistan werd uitgevochten. We schrijven de jaren tachtig, het is nog volop Koude Oorlog en de Sovjetunie heeft het land in 1979 bezet. De moedjahedien, de voorlopers van de Taliban, zijn in hun primitiviteit geen partij voor de Sovjettanks en -helikopters.

Hoofdpersoon is de naamgever van de film, Charlie Wilson (Tom Hanks), Congressman voor het Texas Second Congressional District. Hij is een gelukkige afgevaardigde, want zijn District wil niets, afgezien van zo min mogelijk staatsinmenging. Het gevolg is dat Wilson het grootste aantal IOU’s heeft van iedereen. Zijn grootste verdienste is dat hij vijf keer is herkozen. Verder besteedt hij zijn tijd vooral aan whiskey en vrouwen. Hoe het constitutioneelrechtelijk zit, weet hij overigens precies. Als een van zijn cliënten om inmenging in de rechtsgang vraagt, weigert hij, ‘because that is against a shitload of… really good laws’.

Als de Sovjets de moedjahedien steeds verder in de pan hakken, zet de rijke, rechtse en christelijke Texaanse Joanne Herring (Julia Roberts) Wilson er op haar eigen wijze toe aan meer te doen dan de Olympische Spelen te boycotten. Tot dan toe verleent de V.S. al wel enige clandestiene steun aan de Afghanen, maar dat zet weinig zoden aan de dijk (onder meer het opsturen van geweren uit de Eerste Wereldoorlog). Herring stuurt Wilson naar de president van Pakistan, en die stuurt hem op zijn beurt naar een vluchtelingenkamp. Daar ziet Wilson de misère en hoort hij over de misdaden van de Sovjets en besluit dat het tijd is voor actie. Dat betekent: wapens zoeken die zich kunnen meten met de tanks en helikopters van de Sovjets.

De film wordt pas echt mooi als Gust Avrakotos (Philip Seymour Hoffmann die schittert in zijn rol) in beeld komt. Deze snordragende CIA-agent met Griekse roots trekt zich van niets of niemand wat aan maar weet alles van spionage en covert warfare. Zijn openingszin is ‘Excuse me, what the fuck’, waarna hij de zojuist herstelde ruit van het kantoor van zijn baas voor de tweede keer aan diggelen slaat, omdat hij tegen zijn zin niet is benoemd als hoofd van de afdeling Helsinki. In plaats daarvan belandt Avrakotos op de Afghanistandesk.

Samen met Wilson reist hij naar het Jeruzalem en Caïro om een monsterverbond te smeden tussen de V.S., Israël, Egypte, Pakistan en Saudi-Arabië. Israël en Egypte beschikken over grote hoeveelheden wapens van Russische makelij, die daarmee geschikt zijn om door de V.S. naar Afghanistan te worden gestuurd, zodat de Koude Oorlog ook koud blijft. Dat alles wordt gefinancierd uit het covert operations budget van de Defense Appropriations Subcommittee. Dat is onbeperkt en er wordt ‘blind’ over gestemd. Afgevaardigen weten wel over welk bedrag ze stemmen, maar niet (precies) waarvoor. Behalve Wilson dan. En de voorzitter. Die overtuigen ze door een ritje naar het vluchtelingenkamp en de symbolische bevrijding van een meisje uit een Pakistaanse gevangenis. Mede dankzij al zijn IOU’s weet Wilson steeds voldoende stemmen te winnen om dit budget te verhogen van USD 5 miljoen tot uiteindelijk USD 500 miljoen. Antitankwapens, Stingers, bommen en granaten stromen Afghanistan binnen. Dan komt de war by proxy pas echt op gang en weten de moedjahedien de Sovjets tot de aftocht te dwingen.

Tot zover de geschiedenisles (naar verluidt is de film gebaseerd op ‘waar gebeurde feiten’). Wat de film de vermakelijk maakt, zijn de mooie, snelle dialogen, en in het bijzonder het voortdurende cynische gemopper van Avrakotos. Wat de film de moeite waard maakt, is Avrakotos verwijt dat Joanne Herring de oorlog als een religieuze oorlog neerzet. ‘And America doesn’t fight religious wars. That’s why I like living there’. Volgens Herring moeten we het echter zien als een bevrijdingsoorlog: christenen bevrijden moslims van atheïstische communisten. Het thema keert terug als de voorzitter van de Appropriations Committee een toespraak houdt in het vluchtelingenkamp. Herring fluistert tegen Wilson dat ze God aan hun zijde nodig hebben, waarop hij zegt te vrezen voor de dag waarop God wellicht aan beide zijden zal staan. Op dat moment roept de voorzitter door de microfoon dat ‘America will always be on the side of the good’. ‘Al Akbar’, antwoorden van de moedjahedien.

De ontknoping van de film is dan ook niet het vertrek van de Sovjets uit Afghanistan, noch het einde van de Koude Oorlog. In plaats daarvan zien we Wilson, daartoe aangezet door Avrakotos, in een verlaten vergaderzaal tevergeefs pleiten voor USD 1 miljoen voor het bouwen van scholen in Kabul. Zijn collega-afgevaardigen menen dat de zaak daar is afgedaan. Wilson: ‘This is what we always do. We always go in with our ideals and we change the world and then we leave. We always leave. But that ball, though, it keeps on bouncing.

Voor enkele fragmenten zie de uitzending van Zomergasten 2008 met minister Plasterk.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: