Filmreview: The Butler

door LD op 03/01/2014

in Buitenland, Grondrechten, Recensies

Post image for Filmreview: The Butler

In een wat grijzer verleden werden op Publiekrecht & Politiek regelmatig films vanuit constitutioneel perspectief geanalyseerd. De laatste filmreview dateert echter van meer dan drie jaar geleden. De hoogste tijd om de draad weer op te pakken: aan het rijtje gerecenseerde films kan The Butler worden toegevoegd. The Butler is gebaseerd op het leven van Eugene Allen (1919-2010), een zwarte Amerikaan die acht Amerikaanse presidenten zou dienen als butler en uiteindelijk als hoofdbutler. De film belicht de donkere bladzijden uit de laatste 100 jaar van de Amerikaanse geschiedenis, die zelfs met de verkiezing van Barack Obama wellicht nog niet helemaal zijn omgeslagen. The Butler neemt ons mee naar de uitgebuite zwarte sharecroppers in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren ’20 en voert ons langs de raciale segregatie, de burgerrechtenbeweging en de oorlog in Vietnam naar de verkiezing van de eerste zwarte president. De achtergronden van de film zijn authentiek en huiveringwekkend in beeld gebracht, van gelynchte ‘negroes’ tot straatrellen na de dood van Martin Luther King en uitgebrande bussen na een aanval van de Ku Klux Klan. Als kijker houd je een beklemmend gevoel aan de film over, ook al omdat de gebeurtenissen in veel gevallen nog niet eens zo lang geleden plaatsvonden.

Eugene Allen heet in de film overigens Cecil Gaines. Daarmee is meteen duidelijk dat The Butler geen volledig autobiografische film is. Sterker nog, er zijn eigenlijk meer verschillen dan overeenkomsten tussen de ‘echte’ Eugene Allen en de fictieve Cecil Gaines. Beiden bedienden acht presidenten, beiden waren het slachtoffer van stelselmatige discriminatie – ook binnen het Witte Huis – en beiden konden uiteindelijk op Barack Obama stemmen, iets wat ze vijftig jaar eerder, toen ze naar Washington DC vertrokken, nooit voor mogelijk hadden gehouden. Voor het overige is het leven van Cecil Gaines gefingeerd. Voor de kwaliteit van de film maakt dat niet veel uit. Een steeds terugkerend thema is de moeizame relatie tussen Cecil en zijn zoon Louis. Beiden zijn de stelselmatige achterstelling van zwarte Amerikanen beu en beiden zoeken naar manieren om hier een einde aan te maken. Cecil doet dat door hard te werken, zodat zijn zoons een goede opleiding kunnen krijgen. Zo nu en dan probeert hij – tot in de jaren tachtig zonder succes – de lagere lonen van het zwarte personeel van het Witte Huis bij zijn superieuren aan te kaarten. Hij is al zeer verheugd over de kleine stapjes van vooruitgang die onder presidenten als Eisenhower en Kennedy worden gemaakt. Maar voor zoon Louis gaat het allemaal niet snel genoeg.

Louis Gaines (overigens ook fictief) is meer een man van de geweldloze actie. Zeer tegen de zin van zijn vader besluit hij in de jaren zestig te gaan studeren in het conservatieve Zuiden, en wel aan Fisk University, een traditioneel zwarte universiteit in Tennessee. Hier is op dat moment de invloedrijke activist James Lawson actief, die de studenten traint in manieren om zich geweldloos te verzetten. Dit leidt tot acties als het plaatsnemen in de voor blanken gereserveerde zones in restaurants en zogenaamde Freedom Rides om te protesteren tegen gesegregeerde bussen. De reacties op deze acties zijn doorgaans wél gewelddadig, terwijl de autoriteiten de kant van de geweldplegers kiezen, waardoor Louis een imposant strafblad opbouwt. Tot zijn grote frustratie besluit zijn jongere broertje Charlie niet zijn voorbeeld te volgen. Sterker nog, die besluit zijn land te gaan dienen door bij het leger te gaan en zich te laten uitzenden naar Vietnam. Hoe dat afloopt, laat zich raden. De spanningen binnen de familie Gaines over de beslissingen van vader en zoons lopen als een rode draad door de film.

Als kijker zijn we via de hoofdpersonen van de film getuige van belangrijke constitutionele momenten in de Amerikaanse geschiedenis. Soms gebeurt dat via gesprekken die de president voert met zijn adviseurs in het Oval Office. Cecil Gaines is daarbij aanwezig als de doorgaans zwijgende butler, van wie de blik echter meer zegt dan 1.000 woorden. Dat is al meteen het geval in 1957, als Gaines de thee brengt bij de Republikeinse president Eisenhower, die met zijn staf spreekt over Brown vs. Board of Education en de weigering van de democratische gouverneur van Arkansas Orval Faubus om deze uitspraak van het Supreme Court over desegregatie op scholen uit te voeren. Faubus zou uiteindelijk zelfs de National Guard inzetten om zwarte leerlingen te verhinderen Little Rock Central High School binnen te komen. Daarop zag Eisenhower zich uiteindelijk genoodzaakt de 101st Airborne Division in te zetten om de school feitelijk te integreren. Met in zijn achterhoofd de Amerikaanse Burgeroorlog, die juist het gevolg was van federale inmenging in zaken die de staten als hún aangelegenheden zagen, moet het een buitengewoon lastige beslissing zijn geweest.

Na Eisenhower zien we Cecil Gaines nog thee inschenken voor John F. Kennedy, Lyndon B. Johnson, Richard Nixon en Ronald Reagan. Gerald Ford en Jimmy Carter ontbreken in de film, tenzij enkele korte archiefbeelden waarop zij te zien zijn worden meegerekend. Na de moord op Kennedy zijn we getuige van de aanname van de belangrijke Civil Rights Act van 1964 onder zijn opvolger Johnson, een zeer belangrijk stuk wetgeving op het gebied van kiesrecht en non-discriminatie. Het beeld dat geschetst wordt van de Texaan Johnson is overigens niet onverdeeld positief. Hij gebruikt regelmatig het woord ‘nigger’ en de scène waarin hij met constipatie op het toilet zit, met de deur open en zijn personeel aan de andere kant, is zonder meer lullig te noemen. Ook Nixon komt er niet best van af. Hij wordt als een weinig sympathieke opportunist neergezet, die in zijn tijd als vice-president onder Eisenhower al probeerde het zwarte personeel van het Witte Huis op hem te laten stemmen (in de verkiezingen die hij van Kennedy zou verliezen). Tegenover de Black Panthers stelt hij zich onverzoenlijk op, maar die blijken later in de film ook voor Louis Gaines te radicaal te zijn. Ronald Reagan ten slotte dreigt zijn veto in te zetten als het Congres sancties tegen Zuid-Afrika goedkeurt. De boodschap van de filmmakers is kennelijk dat de zwarte Amerikaan aan diverse presidenten niet veel gehad heeft.

Of die conclusie terecht is, kan ik moeilijk beoordelen. Sommige zullen meer hebben kunnen en moeten doen, maar in het Amerikaanse constitutionele bestel zijn zij uiteraard niet de enige spelers en over wetgeving gaat uiteindelijk het Congres, niet de president. Ik vond The Butler vanwege het sterke spel van Forest Whitaker als Cecil Gaines en de tocht langs belangrijke constitutionele momenten, voorafgegaan door huiveringwekkend onrecht, zeker de moeite waard. Niet alles in de film is realistisch te noemen, maar het kwam allemaal wel zeer authentiek over. Pijnlijk authentiek.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: