Filmreview: To play the king

door GB op 19/07/2009

in Recensies

To play the king is het vervolg op The house of cards: de BBC-serie met het cynische verhaal van de conservatieve Chief Whip Francis Urquhart. In The house of cards roeit hij zich een weg naar boven, totdat hij Prime Minister is van het Verenigd Koninkrijk. In dit tweede deel raakt hij als Prime Minister in conflict met de koning. Hoewel het fictie is, ligt het er duimendik bovenop dat Charles op de troon is gekomen – klaar om zijn te lang opgespaarde ideeën in de praktijk te brengen. Die staan haaks op de snoeiharde sociale politiek van Francis Urquhart, die ongeveer het dubbele van Margret Thatcher is. Veel in het verhaal heeft trouwens de dimensies van een echt Shakespeariaans koningsdrama.

Onlangs waarschuwden sommigen dat het politiek gevaarlijk zou worden wanneer Beatrix op prinsjesdag een ‘visionair verhaal’ zou houden. Verder dan de vliegtax en de WW-premie moesten we Hare Majesteit maar niet laten gaan, om de broze verhoudingen in de constitutionele monarchie niet te veel op de proef te stellen. In dat verband is het wel aardig om een scenario door te rekenen waarin koning en een Prime Minister openlijk in conflict komen. Het begint allemaal in de normale situatie waarin de koning, in zijn wekelijkse overleg met de PM, een bepaald beleidsvoornemen aanbeveelt. Urquhart gaat er echter niet op in, ‘om de koning een lesje te leren.’ De staf van de koning laat dit uitlekken, zodat het conflict binnen de constitutionele monarchie op straat ligt. Dan gaan de handschoenen uit.

Het aanvalsplan van de PM is om zich te voorzien van steun van de gescheiden vrouw van de koning. Zij wordt ingelijfd in de strijd tegen haar ex-echtgenoot door de belofte dat haar zoon (die nog een kind is) op de troon zal komen. Daarmee isoleert de PM de koning van zijn familie kan hij de koning aanvallen zonder vijand van de monarchie te zijn. Om ook wat explosiever materiaal achter de hand te hebben, voorziet Urquhart zich ook van een flinke dosis schandaalinformatie om de monarchie voor decennia een rol in de roddelrubrieken te garanderen.

De koning, van zijn kant, organiseert etentjes om de parlementaire oppositie te paaien en op te stoken en gaat op mediatournee langs bedelaars en daklozen om zich openlijk te distantieren van het a-sociale beleid. De koning laat zelfs televisiespotjes opnemen waarin hij zichzelf positioneert als degene die het echte Groot-Britannië gaat redden.

Uiteindelijk worden er algemene verkiezingen uitgeschreven. Urquhart verstevigt de plek van de koning en zijn familie in het schandaalnieuws, en laat tegelijkertijd briljante politieke strategen allerhande plannen lanceren, die goed vallen in het conservatieve hartland. Voorstellen over sociale dienstplicht enz. Urquhart wint de verkiezingen nipt, en hij verzoekt de koning af te treden.

In Nederland hebben we trouwens ook een klein koningsdrama gehad binnen de constitutionele monarchie: Thorbecke, Willem III en de aprilbeweging. Koning Willem III week openlijk af van de door Thorbecke uitgestippelde koers. Volgens sommigen bewust, omdat hij zich wilde ontdoen van zijn eerste minister. Thorbecke streek de plooien niet glad, maar trad af. Koning en ministers moesten naar buiten toe op een lijn zitten. De daarop volgende verkiezingen waren geen overwinning voor de liberalen, maar hielpen een gematigd conservatief ministerie in het zadel. In ons koningsdrama trok Willem III dus min of meer aan het langste eind. Voor zolang het duurde, echter.

Maar had Thorbecke volgehouden, en hadden de kiezers hem gesteund, dan hadden we zoiets kunnen bijzetten in onze parlementaire geschiedenis:

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: