Formatie 2012: partnerschappen, benoeming en openbaarheid

door GB op 22/09/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Formatie 2012: partnerschappen, benoeming en openbaarheid

Het eerste lijsttrekkersdebat na de verkiezingen zit erop en het grote hergroeperen is begonnen. Het meestbesproken partnerschap is de wijze waarop Samsom en Rutte elkaar in de armen sluiten. Eensgezind betoogden ze dat je linksom of rechtsom bij hun samenwerking uitkwam. Roemer huilde zoveel bittere tranen van verlatenheid, dat Rutte Samsom te hulp schoot. De liberalen willen best met socialisten samenwerken, maar slechts met één soort tegelijk. Wilders had zelf al ingezien wat zijn nieuwe rol is, en hij heropende zijn loket voor boze en teleurgestelde rechtse kiezers. In het midden gingen CDA en D66 een verbond met elkaar aan. Bij interrupties volgden Pechtold en Buma elkaars punten op en aan het einde steunde het CDA moties van D66 die Donner wellicht hartfalen zouden hebben bezorgd. Alleen de uitvoering in het midden valt nog wat tegen. Pechtold stond als een opgewonden teckel in de binnenzak van verkenner Kamp te snuffelen naar de laatste snippers aantekeningen en Buma dacht dat hij nog in het Jeugdjournaal zat of hij solliciteerde naar een functie als Cliniclown. In ieder geval is het stellig de vraag of prof. Steenkamp met de vorming van het CDA ooit bijdragen als ‘hoeba, hoeba, hoeba, hop, hop, hop, zij vormen samen een paar apart’ voor ogen stond. Samsom toonde vormbehoud en leverde een bijna perfecte tweede termijn af. Das om. Rustig. Uit het hoofd. Begrijpelijk. Concreet. Stekels op ministeriabele lengte. Verplichte kost voor liefhebbers van parlementarisme. En als we toch complimenten uitdelen: Kamp was gewoon goed en Bosma deed het als tijdelijke Kamervoorzitter zeer verdienstelijk.

Hoe dit politiek gaat aflopen zullen we moeten afwachten. Staatsrechtelijk valt er nog wel wat te verhelderen. Bijvoorbeeld de juridische benoeming van de informateurs. Volgens het aangepaste Reglement van Orde kan de Kamer dat tegenwoordig zelf. Kennelijk meende de Tweede Kamer eenzijdig per interne regeling een bevoegdheid die voorheen krachtens ongeschreven staatsrecht aan het staatshoofd toekwam aan zich te kunnen trekken, en niet te volstaan met een bindende voordracht aan de Koningin. Volgens het officiële persbericht lukte het de Tweede Kamer  donderdag om zelf twee informateurs te benoemen. Maar persberichten zijn er om te wantrouwen. Feit is, dat als de Tweede Kamer bijvoorbeeld een Kinderombudsman benoemt, het er dan zo uitziet. De voordracht van een lid van de Hoge Raad gaat – als er gestemd moet worden – middels een ingewikkelde schriftelijke stemming. Niets van dat gebeurde donderdag. Bosma sloot de vergadering af met de mededeling dat de conclusie moest worden afgeleid uit de aangenomen motie Rutte/Samsom, dat hij eerst naar het paleis zou gaan en dat hij de volgende dag de informateurs officieel hun opdracht zou overhandigen. Dat laat de mogelijkheid open dat ten paleize de in de Kamer getrokken conclusie op geschept papier wordt overgeschreven en voorzien van een Koninklijke handtekening. Dat lijkt niet gebeurd. Bosma overhandigde vrijdag weinig stijlvolle enveloppen met linksboven, zo te zien, het logo van de Tweede Kamer. Er lijkt dus inderdaad geen sprake van een bindende voordracht aan de Majesteit maar van een daadwerkelijke benoeming door de Tweede Kamer, eventueel in afschrift aan de Majesteit. Publicatie van de overhandigde brieven zal daar uiteindelijk uitsluitsel over gaan geven. De informateurs zelf gebruikten na lezing van de brief op hun persconferentie de formulering dat zij donderdag door de Kamer belast waren met een opdracht.

Als scharnierpunt in de benoeming geldt dus de aanname van de motie Rutte/Samsom. Het dictum van die motie luidt dat ‘de inhoud van het advies wordt overgenomen’. Dat past, als daarmee een benoeming beoogd werd, niet helemaal lekker op de formulering van het advies. De inhoud van het advies was namelijk ‘de benoeming te bespreken van een informateur van VVD-huize en een informateur van PvdA-huize.’ Deze informateurs ‘zouden als opdracht kunnen krijgen’ een stabiel VVD-PvdA kabinet te te onderzoeken. Voor de uitvoering van de opdracht waren Bos en Kamp beschikbaar. Het advies was indirect, in zijn formulering strikt genomen gericht op de bespreking van en niet rechtstreeks op de benoeming van. Kamp en Bos werden niet voorgedragen maar waren slechts beschikbaar voor als zij de opdracht zouden krijgen. Mochten deze gegevens ooit in handen van Ad van Rooij van SOPN belanden, dan loopt het naar zijn overtuiging hier waarschijnlijk ongelooflijk uit de rails en is de wegens vormgebreken toch al non-existente Staat der Nederlanden nu definitief van het padje af. Twee niet benoemde informateurs gaan aan het werk! Liefhebbers van constitutionele sacramenten zullen tevreden constateren dat de benoeming van een informateur juist niet gaat op de wijze waarop een Kinderombudsman wordt benoemd. Maar door overname van een advies om de mogelijkheid van de benoeming van een beschikbaar persoon te bespreken.

Verder behoeven de inspanningen van Pechtold misschien nog enige staatsrechtelijke toelichting. Het is althans voorstelbaar dat niet iedereen onmiddellijk begreep waar hij zich zo druk over maakte. In de eerste plaats ging het over de screening van kandidaat-ministers. Afgelopen periode deed het Kamerlid Schouw verwoede pogingen een op Amerikaanse leest geschoeide benoemingsprocedure te realiseren. Belastingaangiftes van de afgelopen 10 jaar, zakelijke belangen, huisje in Bulgarije, laatste verslagen van de psychiater – alles openbaar en uit te pluizen door elk willekeurig weblog. Op dit moment verloopt de controle van het verleden van kandidaat-ministers via de formateur. Niet wij, maar hij/zij controleert die gegevens. Schouw probeerde om via artikel 68 Grondwet, het recht op inlichtingen, alsnog de belastingaangiftes en aanverwante zakelijkheden boven tafel te krijgen. Hij stuitte daarbij op minister Donner met wie hij in een discussie verzeilde over het bereik van artikel 68 Grondwet. Zonder dat de gevraagde gegevens boven tafel kwamen. Dat probeerde Pechtold nu te voor te zijn, door zijn motie voor te stellen. De motie haalde het niet.

Het tweede punt dat misschien enige toelichting vergt is de openbaarheid van de informatiestukken. De achtergrond daarvan is dat NRC-Handelsblad in het verleden ooit via de Wob de hand heeft proberen te leggen op de stukken van de mislukte formatie Bos-Balkenende in 2003. Met name in de CPB-stukken werd enig belang gesteld, wellicht ter beoordeling van de compromisbereidheid van beide partijen. Het lukte NRC niet om de stukken te pakken te krijgen, om de simpele reden dat er geen bestuursorgaan was dat die stukken had. Ze waren onderdeel geworden van het privé-archief van de informateurs. Dat waren Leijense en – het zal weer niet waar wezen – Donner. In Wob-land opperde prof. Hins dat de Koningin in het vervolg in de informatieopdracht ook de verplichting moest opnemen de stukken aan Algemene Zaken over te dragen. Zoiets zal Pechtold hebben gewild met zijn motie. De formulering laat ook hier aan duidelijkheid te wensen over. Het werd – in ruil, wellicht, voor steun van VVD en PvdA – de uitspraak dat ‘het wenselijk is dat de onderhandelende partijen voor aanvang van de informatie afspraken maken met de informateurs over de manier waarop zij gezamenlijk zorg zullen dragen voor openbaarheid van het “informatiedossier” na afronding van hun opdracht.’ Tijdens hun persconferentie lieten Kamp en Bos weten de motie onnodig ingewikkeld geformuleerd te vinden. Ze deden hun werk in opdracht van de Kamer en zouden de Kamer het lot van hun stukken nalaten.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 PJK 25/09/2012 om 01:39

GB, goeie updates. Keep it on!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: