Formatie 2017: koninklijke rechten voor individuele Kamerleden?

door GB op 12/05/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Formatie 2017: koninklijke rechten voor individuele Kamerleden?

Het is bepaald ironisch dat de huidige fase waarin de kabinetsformatie zich bevindt die van de ‘informatie’ wordt genoemd. Overheidscommunicatie is immers zelden zo inhoudsloos is als nu. Een gelikte site vol persberichten dat men hard werkt, streeft naar snelle resultaten, stappen zet, enzovoort. Hoe overtuigend de redenen voor deze radiostilte ook mogen zijn, de nadelen zijn er niet minder om. Die worden zeker gevoeld bij de 142 Kamerleden die niet rechtstreeks bij de onderhandelingen zijn betrokken en zich evenmin met iets anders mogen bezighouden dan de lopende zaken. De Regelingen van de Tweede Kamer zijn rituelen geworden waarin VVD, CDA, D66 en GL hoogstens bereid zijn verzoeken voor een brief van de regering te steunen, in de waarschijnlijk terechte verwachting dat die brief er voorlopig toch niet komt. Dat is frustrerend, zowel voor degenen die telkens vergeefs proberen iets op de agenda te zetten als voor de Kamerleden die aan de beurt zijn zoiets iedere keer weer tegen te houden. In de Regeling van 10 mei deden Wilders en Roemer een poging om het communicatieslot op de deur van de Stadhouderskamer te forceren. Ze vroegen informateur Schippers om een brief. Daarbij rees een staatsrechtelijke vraag.

Wilders en Roemer deden een beroep op artikel 139b van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Dat bepaalt:

De Kamer kan na afronding van een opdracht tot kabinets(in)formatie besluiten om een formateur of informateur dan wel formateurs of informateurs uit te nodigen om over het verloop van die kabinets(in)formatie inlichtingen te verschaffen.

Het is dus de bevoegdheid van de Kamer als geheel om de informateur uit te nodigen inlichtingen te verschaffen over een lopende formatie. Het pleidooi van Roemer dat zijn verzoek geen meerderheid vereist maar uitsluitend hoeft te worden ‘doorgeleid’, was dan ook incorrect. Alleen wanneer een individueel Kamerlid inlichtingen van een minister verlangt, geeft artikel 68 Grondwet in beginsel recht op een antwoord. Toen CDA, VVD, D66 en GL het verzoek van Wilders en Roemer niet steunden, was de kous dus eigenlijk af: bij gebrek aan meerderheid geen uitnodiging. Maar toen greep Kamervoorzitter Arib in. Zij stelde voor om dan toch in ieder geval een brief naar Schippers te sturen waarin melding zou worden gemaakt van de gevoelens die in ieder geval bij een deel van de Kamer leefden. Of CDA, VVD, D66 en GL voor het blok werden gezet, weet ik niet. Feit is dat ze geen van allen zin hadden om ook daar bezwaar tegen te maken. Daarmee is het recht om inlichtingen aan een informateur te vragen door een ingreep van de Kamervoorzitter hard op weg om een individueel recht voor Kamerleden te worden. Formeren zonder de Koning wordt zo steeds meer formeren als een Koning: inclusief het recht om geïnformeerd te worden, te waarschuwen of zelfs aan te moedigen. Dat zal in ieder geval de Regelingen weer een beetje opfleuren.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 R.G. Vleeming 13/05/2017 om 15:09

Een belangrijke woordenset in art. 139b lijkt me ook ‘na afronding’. Dat zou feitelijk tussentijdse inlichtingenverschaffing al moeten uitsluiten. En toestaan van die brief? Lijkt me gevalletje toestaan dat de informateur geïnformeerd wordt over een bestaand minderheidsstandpunt in de Kamer. Een brief die de informateur vervolgens voor kennisgeving kan aannemen.

2 W. van den Hagemot 18/05/2017 om 17:22

Hoezo eigenlijk überhaupt gesproken van bevoegdheid van de Kamer? Heb ik een Grondwetwijziging gemist? Is een niet algemeen verbindend verklaard intern Reglement in staat om eenzijdig en zonder middelen van verzet of verweer een Staatsrechtelijk prerogatief van de Koning onverbindend te maken? Dan kunnen zelfs wij als individuen met evenveel recht op dat punt (met méér recht) een beroep doen op Art.132a, lid1 juncto lid2, sub e van datzelfde Reglement. Immers; inhoudelijk betreft een initiatief om artikel 139a van het Reglement te bespreken om weer in te trekken geen Grondwettelijke aangelegenheid ! 🙂 Lijkt me duidelijk een gevalletje van Détournement de Pouvoir..

3 GB 19/05/2017 om 08:35

Goed punt en volstrekt mee eens. De wijziging van de formatieprocedure had bij extern werkend voorschrift moeten gebeuren. Maar dat vond men destijds geen overtuigend argument, het is toch in het Reglement gebeurd, en de Koning lijkt zich erbij neer te leggen. Dus moeten we door…

Overigens denk ik in dit geval dat een bevoegdheid tot uitnodigen zich wel verdraagt met het legaliteitsbeginsel, zeker als die gericht is aan een door de Kamer zelf ingeschakelde persoon met de aanduiding informateur…

4 W. van den Hagemot 19/05/2017 om 13:23

@ uitnodigen: Ja, OK, duidelijk. Maar ondertussen is er geen gezagsverhouding (meer) geregeld voor de procedure zelf. Let maar op hoe het nu gaat: het nog komt van schipperen tot aanmodderen… 🙂

@ zich erbij neerleggen: een leeuw die zich erbij neer lijkt te leggen… Klinkt gevaarlijk. Misschien beter om hem (Rutte) eens te porren; wellicht dat we dan in het formele proces de Raad van State (Donner) ook eens te horen krijgen over dit onderwerp ! Geldend recht, continuïteit, landsbelang, boven de partijen staan, etc..

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: