Fractiesplitsingen korten is discriminatie

door GB op 15/12/2016

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Fractiesplitsingen korten is discriminatie

Deze week besloot de Tweede Kamer om de zetelrovers uit hun midden af te knijpen. Dat deed de Kamer door in het eigen Reglement van Orde een verschil in te voeren tussen de fracties ontstaan uit Kamerleden die op dezelfde kieslijst zijn gekozen en ‘groepen’ die gedurende de rit zijn ontstaan. De aldus apart gezette ‘groepen’ worden vervolgens door de nieuwe regels gekort in hun fractieondersteuning en spreektijd. Het presidium deed dit voorstel op basis van een rapport van de Werkgroep Fractievorming onder leiding van het SGP-Kamerlid Bisschop. Rondom deze voorstellen is, uiteraard ook op dit blog, de nodige discussie gevoerd over het vrije mandaat van Kamerleden en het verbod van last waarin dat is vastgelegd. Dat was echter niet het enige juridische argument waarmee de tegenstanders strijd met de Grondwet betoogden. Er ligt nadrukkelijk een tweede argument op tafel, namelijk het verwijt dat het Reglement van Orde, door een verschil te maken tussen fracties en groepen, een ongerechtvaardigd onderscheid creëert tussen A-fracties met volle en B-fracties met minder rechten. Als discriminerende regeling zou het Reglement van Orde artikel 1 van de Grondwet schenden.

Dit discriminatie-argument is veel minder makkelijk van tafel te krijgen dan het beroep op het lastverbod. Dat geldt niet zozeer voor het onderscheid tussen het onbekende lid Houwers (ex-VVD) dat wegens fraude niet meer met zijn fractie door één deur kon en de Partij voor de Dieren, die zijn zetels met bloed, zweet en flyeren bij elkaar heeft gesprokkeld. Dat onderscheid is makkelijk gerechtvaardigd. Zoals Bisschop zei:

Er is wel verschil tussen een Kamerlid dat door middel van verkiezingen een rechtstreeks electoraal mandaat via de partij binnen de fractie heeft gekregen, en een Kamerlid dat weliswaar via die partij de Kamer binnengekomen is, maar geen rechtstreeks electoraal mandaat heeft, want dan moet nog bewezen worden of dat gerealiseerd kan worden. Dat staat het Kamerlid vrij. Dat rechtvaardigt ook de wijze waarop de facilitering voor Kamerleden in fracties of buiten fracties wordt ingericht en dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een fractie en een groep.

Maar kan je dit ook zeggen voor Verdonk, die met de beroemde 620.555 voorkeursstemmen beter had gescoord dan haar lijsttrekker Mark Rutte? Ja, betoogde Van der Staaij (SGP), omdat wel is gebleken dat Verdonk onder de naam Trots op Nederland bij een dergelijk stemmenaantal niet meer in de buurt is gekomen. Het waren kennelijk voorkeursstemmen op IJzeren Rita als lid van de VVD en geen persoonlijk ‘rechtstreeks electoraal mandaat’. En dus zou het volgens de nestor van de Tweede Kamer ook gerechtvaardigd zijn geweest om Rita en haar half miljoen voorkeursstemmen te korten in haar spreektijd en fractieondersteuning wegens tussentijds kiezersbedrog. Werkgroepvoorzitter Bisschop maakte zich er desgevraagd gemakkelijker vanaf. Rekening houden met de vraag of iemand zelf de voorkeursdrempel of zelfs de kiesdeler heeft gehaald, zou ‘een buitengewoon ingewikkelde constructie worden als je dit op voorhand allemaal wilt regelen.’ Dat lijkt me, als het al klopt, weinig rechtvaardigend gewicht in de schaal leggen.

Helaas heeft de Kamer de motie van Kuzu om voorlichting te vragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State verworpen. Hoewel de Raad van State zeker niet gewoon is om in interne kwesties van het parlement te treden, valt bij de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer 2014 een zekere externe werking te construeren, namelijk een subsidierelatie tussen het Presidium van de Tweede Kamer en de privaatrechtelijke stichtingen die moeten worden opgericht om fractieondersteuning te kunnen incasseren. Dat had het Constitutioneel Beraad van de Raad van State misschien verleid om zich uit te spreken over de rechtvaardiging van deze ongelijke behandeling. Want overtuigend vind ik de redeneringen van de SGP’ers Bisschop en Van der Staaij bepaald niet. Rechtvaardigingen voor ongelijke behandelingen moeten zich verhouden tot het doel waarmee het onderscheid überhaupt wordt gemaakt. Wie verschil wil maken met het oog op het ‘rechtstreeks electoraal mandaat’ van Kamerleden, moet dan ook naar individuele stemmenaantallen kijken.

Dat er geen vorm van externe toetsing heeft plaatsgevonden, is overigens ook jammer voor al die lokale fractiesplitsingen die nu waarschijnlijk door vergelijkbare regelingen zullen worden getroffen. Geen van de huidige zetelrovers in de Tweede Kamer heeft zijn (het zijn deze periode alleen mannen) eigen zetel verdiend. Mocht echter ooit een (lokale) volksvertegenwoordiger die wel de kiesdeler heeft gehaald door deze regeling worden getroffen, dan staat het Proefprocessenfonds Publiekrecht en Politiek (PULP) voor u klaar!

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 LJMB 15/12/2016 om 09:07

Is ook bekend waarom men niet gekozen heeft voor een algemene fractiedrempel, zoals we dat van andere parlementen kennen? Dan was het beduidend minder discriminatoir geweest. Een afsplitser verliest zijn fractiestatus dan niet omwille van het afsplitsen, maar omdat hij dan te weinig zetels heeft om een nieuwe fractie te mogen beginnen.

2 GB 15/12/2016 om 10:19

Zo letterlijk ben ik dat voorstel niet tegengekomen. ik vermoed dat de werkgroep een dergelijk voorstel te drastisch zou hebben gevonden.

“De werkgroep acht het onmogelijk, zo een degelijke drastische ingreep al wenselijk zou zijn, om afsplitsingen te verbieden. Dit is onverenigbaar met het uitgangspunt van het vrije en individuele mandaat zoals dat thans grondwettelijk en staatsrechtelijk is vormgegeven. Om dezelfde reden acht de werkgroep het mogelijk noch wenselijk om zodanige gevolgen te verbinden aan een afsplitsing dat er daardoor Kamerleden ontstaan met minder rechten dan andere leden. Landen waarin dergelijke gevolgen wél voortvloeien uit afsplitsing kennen doorgaans ook een kiesdrempel en kunnen dit om die reden rechtvaardigen. De in de paragrafen 2a, 2b en 2c besproken rechten van elk Kamerlid wil de werkgroep dan ook ongemoeid laten. Ook wil de werkgroep geen onderscheid bepleiten als het gaat om commissielidmaatschappen (met uitzondering van de reeds genoemde beperking die thans al geldt voor de commissie IVD), spreekrechten (hoewel het begrip ‘rechten’ hier formeel onjuist is) en huisvesting”

3 Jan de Visser 16/12/2016 om 00:28

Beste ganimensen, Ook Wilders was ooit zetelrover. In 2002 leed de VVD een gigantisch verlies van 14 zetels. De nr. 30 van de lijst, ene G. Wilders, kwam toen niet voor een zetel in aanmerking, ook en met name omdat hij niet voldoende voorkeursstemmen had. Nadat de VVD meer dan tien fractieleden doorschoof naar het kabinet, kwam Wilders in de Kamer. Anders hadden we nooit van de beste man gehoord!
Zie ook onze website, en mijn artikel over zetelrovers.

Met vriendelijke groet,
Jan de Visser
Lijsttrekker STERK

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: