Gastpost: Zo vader, zo zoon – over Andre en Piet Hein Donner

door Redactie op 07/09/2010

in Haagse vierkante kilometer

De gastpost van vandaag wordt verzorgd door prof. mr. D.J. Elzinga, hoogleraar Staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Andre Donner kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw van het Europese Hof naar onze vakgroep Staatsrecht in Groningen toen ik daar jong medewerker was en hij werd – in zijn tweede hoogleraarsloopbaan – mijn co-promotor naast Marten Burkens. Als ik Piet-Hein Donner zie opereren, dan moet ik altijd meteen denken aan zijn vader. En dan gaat het niet alleen om het driedelige kostuum – dat zelfs wordt gedragen indien in de zomer de mussen uit de dakgoot vallen -, maar ook om de manier van spreken, de vaak wat stellige en steile anti-revolutionaire presentatie en last but not least de inhoudelijk staatsrechtelijke opvattingen. Piet Hein heeft veel van zijn vader Andre geleerd en in zijn betogen in de Kamers resoneren met grote regelmaat stellingnames en opvattingen die Andre Donner jarenlang in zijn bewerking van Van der Pot’s Handboek van het Nederlandse staatsrecht naar voren bracht. Nu in kabinet en Kamers de staatsrechtelijke expertise niet al te ruim meer aanwezig is, heeft Piet Hein Donner in alle jaren van zijn ministerschap zich hier een uitblinker getoond. En dan is er nu ineens het bericht dat Piet Hein bij zijn bemiddeling in de CDA-crisis collega Klink en zijn twee medestanders een soort verklaring tot zetelafstand zou hebben voorgelegd. Naar verluidt zouden de drie dissidenten zich hebben moeten schikken indien het CDA-congres een fiat zou hebben gegeven aan een regeerakkoord van VVD, PVV en CDA. En mochten betrokkenen dat niet willen, dan zouden ze plaats moeten maken voor opvolgers. Hoe een en ander zich precies heeft voltrokken, is onduidelijk, maar iets in deze orde van grootte moet het zijn geweest. Mijn eerste en spontane reactie was: dat kan niet waar zijn. Piet Hein kent de staatsrechtelijke positie van de volksvertegenwoordiger nog beter dan zijn vader. Het grondwettelijke verbod van last impliceert dat het alleen en dan ook werkelijk alleen de volksvertegenwoordiger zelf is die beslist over de vraag of hij zijn zetel wel of niet wil gaan opgeven. Bij schriftelijke verklaring kan van dat recht geen afstand worden gedaan. Dergelijke verklaringen zijn zuivere voorbeelden van rechtens nietige verbintenissen. Dit verbod van last is nog altijd van cruciale betekenis omdat het derden, fracties en politieke partijen op een zekere afstand houdt en aldus de kiezersdemocratie wezenlijke bescherming biedt. Kiezers scheppen vertegenwoordigingsmandaten. Fracties en politieke partijen kunnen de uitoefening van die mandaten op allerlei manieren beïnvloeden, maar niet ten aanzien van de slotvraag of een volksvertegenwoordiger zijn zetel kan blijven bezetten. Met de gewoonlijke rechtlijnigheid hem eigen kan Donner hier tijdens zijn bemiddelingspoging niet vanaf zijn afgeweken. Dat is vrijwel ondenkbaar. Of zou zelfs Piet Hein Donner onder druk vloeibaar zijn geworden? Als dat waar is, dan heeft Piet Hein persoonlijk een geloofwaardigheidsprobleem, maar veel belangrijker is dat Nederland dan echt langzaam zinkende is. Als ook al de Donners van het rechte pad afraken, dan gaan we zorgelijke tijden tegemoet. Hopelijk komen er binnenkort berichten die in ieder geval deze zorg weg kunnen nemen.

Douwe Jan Elzinga

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 PB 07/09/2010 om 16:49

Afgevaardigde Wilders heeft zojuist in het debat duidelijk en helder uiteengezet wat de juridische en politieke positie is van ondertekende verklaringen van kamerleden met betrekking tot het opgeven van hun lidmaatschap en dergelijke. Volgens mij gaf hij de algemeen geaccepteerde opvatting weer dat het hier gaat om ‘politieke’ en niet om ‘juridische’ verklaringen. Hij gaf zelfs aan dat hij tegen de verklaringen over lidmaatschap en stemmen is die veel kamerleden verplicht moeten tekenen wanneer zij lid worden van een fractie. Hij achtte het politiek mogelijk de desbetreffende verklaring te vragen. En hij realiseerde goed dat deze net als al die andere verklaringen van nul juridische betekenis was. Het was opvallend hoe Pechtold met het rood op de kaken hierin zijn staatsrechtelijke meerdere moest erkennen in Wilders en snel het onderwerp maar veranderde. En ook hoe alle fracties vervolgens zwegen over deze verklaring.

Donner wist dat ook hardstikke goed. Het staatsrecht begeeft zich op het spanningsveld van politiek en recht. En politieke akkoorden zijn geen juridische akkoorden. Anders zijn alle akkoorden en verklaringen van kamerleden in strijd met de grondwet. In dat licht vind ik de suggesties daarom gewekt in deze column over dhr. Donner bevreemdend.

2 GB 08/09/2010 om 12:35

Bevreemdend is in ieder geval dat Donner tijdens de uitzending van Knevel en Van den Brink op de lijn Pechtold zat.

Ik ben er overigens nog niet uit of het ‘beginsel van het vrije mandaat’, zoals de Hoge Raad dat is gaan noemen, hier niet toch in het geding is. Nietige overeenkomsten kunnen tenslotte prima onrechtmatig zijn.

Een paar verschilen. Het gaat hier niet om het inprenten van enige fractiediscipline voorafgaand aan een zittingsperiode maar om het beslechten van een lopend conflict. Bovendien is het geen reguliere ruzie in de fractie maar gaat het om de vorming van een kabinet. Als er een royale meerderheid van 80 zetels was geweest, dan had niemand gezeurd en dan hadden Ab c.s. keurig de loyalist kunnen uithangen. In die zin is het (nog) geen klassiek conflict in de fractie. En tenslotte is de confrontatie niet tussen ‘een fractie’ als geheel en het congres dat de fractie probeert te overtuigen om iets niet te doen, maar het onderwerpen van drie individuele afwegingen van volksvertegenwoordigers aan een up or down vote van een congres. Dat kan je het ‘hoogste partijorgaan noemen’, maar ook een door Maxime Verhagen gemanipuleerde (zie de brief van Klink) groep leden die toevallig een plaatsje heeft weten te bemachtigen.

De verschillen zijn relatief; akoord. Maar in ieder geval wordt er actuele tegenspraak in het parlement tegen potentieel regeringsoptreden geelimineerd. Dat lijkt me te botsen met het beginsel van het vrije mandaat.

3 PB 08/09/2010 om 13:22

Het hele beginsel van het vrije mandaat staat natuurlijk altijd op gespannen voet met de praktijk van politieke fracties, en zo ook in dit geval. Mij lijkt het inroepen van eventuele strijd met de Grondwet en een beroep op het beginsel van vrij mandaat daarom meestal afhankelijk van politieke opportuniteit.

Interessant vind ik daarom dat de verschillen die je noemt, die inderdaad van belang zijn, ook een reden kunnen zijn om juist wel te zeggen dat in specifieke situaties een verklaring wel mogelijk is, terwijl dit in het algemeen niet mogelijk is. Deze verschillen waren voor Wilders precies de reden waarom hij het wel mogelijk vond een verklaring te vragen, terwijl hij algemene verklaringen juist niet goed vindt.

Opmerkelijk vind ik ook dat het officiele rapport van dhr. Opstelten nergens verwijst naar mogelijke strijd met de Grondwet. Ook in de discussie met Pechtold zei hij nergens dat deze verklaring ongrondwettig was, maar alleen dat het voor Verhagen onmogelijk was.

Hieronder zijn de desbetreffende opmerkingen Van Wilders en Pechtold

Wilders:
Ja, ik had in dit geval die verklaring ondertekend, mijnheer Pechtold. De heer Pechtold — voorzitter, u weet dat — heeft mij de vraag gesteld of ik in een vergelijkbare situatie die verklaring zou hebben ondertekend die ik heb gevraagd. Dat zou ik hebben gedaan, omdat ik wist dat daarmee een mogelijk kabinet zou doorgaan waarvan mijn fractie deel zou uitmaken, dus dat is een volstrekt andere context dan om aan het begin van een Kamerlidmaatschap aan hun leden te vragen om een verklaring te ondertekenen, zoals sommige fracties in dit huis doen. Dat had ik in die situatie gedaan.
Als het gaat om die verklaring en om mogelijke strijdigheid met de Grondwet, zoals ongetwijfeld door de heer Pechtold of door een van zijn collega’s zal worden gevraagd, zeg ik dat deze natuurlijk een politieke verklaring is. Dat het geen juridische verklaring is, dat snap ik ook wel. Dat ik niet met zo’n verklaring in de hand naar de rechter kan stappen om deze af te dwingen, dat snap ik ook wel, maar wat wij wilden hebben, was een stukje extra politieke zekerheid dat mensen vervolgens niet af zouden haken. Daarom, omdat het een politieke stap was, is er wat mij betreft ook geen vuiltje aan de lucht.

Wilders (PVV):
Ik herhaal mijzelf nu weer, maar het is niet anders. Het gaat om de context. Ik heb het opgezocht en er zijn partijen — van de SP tot de PvdA — waarbij aanvangende Kamerleden verklaringen ondertekenen. De ene partij heeft reglementen en bij de andere partij moeten mensen, voordat zij Kamerlid worden, een verklaring ondertekenen dat zij hun zetel opgeven als het hoofdbestuur, de fractie of wie dan ook dat vraagt. Bij verschillende fracties en partijen in dit huis ondertekenen leden verklaringen die met dezelfde redenering van u niet-afdwingbaar en dus — ik bestrijd dat — in strijd met de Grondwet zouden zijn. Dat zijn politiek gemotiveerde verklaringen. Als een fractie — of het nou de SP-fractie of de CDA-fractie is; ik weet niet precies welke partij welke verklaring vraagt — mensen bij het lid worden van de Tweede Kamer vraagt om een verklaring te ondertekenen die inhoudt dat zij moeten opstappen als dat om bepaalde redenen — daar is vaak een reglement aan gekoppeld — wordt gevraagd, geldt daarvoor precies hetzelfde argument als het argument dat u nu tegen mij gebruikt. Ik zeg u dat, als het erom zou hangen of mijn partij zou gaan regeren of niet en als de meerderheid van mijn fractie zou vinden dat ik dat moet doen, dit niet te vergelijken is met zo’n verklaring die je aan het begin van je Kamerlidmaatschap ondertekent. Zo’n verklaring vind ik onbegrijpelijk en onze leden doen dat terecht niet.

De heer Pechtold (D66):
Ik vind de vergelijkingen volstrekt mank gaan, maar er zijn belangrijkere dingen.

De heer Wilders (PVV):
Lastig hè, als u ongelijk hebt?

Hier zijn de opmerkingen tussen Pechtold en Opstelten

De heer Pechtold (D66):

Ik heb nog twee puntjes, te beginnen bij de ongrondwettelijke eis, namelijk een schriftelijke verklaring. Collega Verhagen heeft dit afgelopen vrijdag ook zo geformuleerd. Mijnheer Opstelten, hebt u direct ingegrepen toen dit op tafel kwam? Waarom is een en ander in twee rondes — zo maak ik uit het verslag op — namelijk eerst met de drie afzonderlijk en daarna met de drie gezamenlijk toch zo uitgebreid besproken? U hebt, naar ik aanneem, als vertegenwoordiger van het staatshoofd toch direct gezegd: zo’n eis is ongrondwettelijk en dus onmogelijk, of je nu het rare verschil tussen juridisch en politiek maakt of niet?

De heer Opstelten:

Het is gebeurd zoals beschreven in het eindrapport en zoals ik het gezegd heb. Uiteindelijk heeft het geleid tot een laatste poging van mijn kant om de informatie te continueren. Ik dacht op die manier tegemoet te kunnen komen aan zowel de wensen van de heer Wilders als de onmogelijkheid van de heer Verhagen zoals hij deze duidelijk had uitgesproken.

De heer Pechtold (D66):

Fijn dat ook de informateur zegt dat het een onmogelijkheid is om zoiets te eisen.

4 JU 08/09/2010 om 17:03

Een gemanipuleerde groep leden die toevallig een plaatsje heeft weten te bemachtigen? Dat zou net zo goed over de Tweede Kamer kunnen gaan, bijvoorbeeld in een debat over de Betuwelijn of de oorlog in Irak. Zoveel Kamerleden worden nou ook weer niet op voorkeurstemmen gekozen. Toch heb ik de volksvertegenwoordiging zelf altijd beschouwd als het ‘hoogste’ staatsorgaan.

Ik ben er net zo min uit als jij GB, maar ik denk dat wij het toch iets anders zien. Ik zou zeggen dat het vrije mandaat vooral een procedurele regel betreft in de parlementaire praktijk. Zij verheft boven twijfel dat de stem van een Kamerlid geldig is, wat daarvan de inhoud ook moge zijn. In eerste instantie gaat het dus niet om een materiële regel die de politieke praktijk normeert. Het stemmen zonder last verbiedt het een Kamerlid wat mij betreft niet zijn oordeel omtrent een wetsvoorstel te verbinden aan een toekomstig gunstig advies van het CPB. En evenmin verbiedt de regel het hem om zijn kiezers te beloven dat hij tegen verhoging van de AOW-leeftijd zal stemmen. Dergelijke beloften lijken mij niet onrechtmatig. De staatsrechtelijke regel van vrij mandaat maakt het alleen maar mogelijk dat dergelijke beloften zonder juridische consequenties gebroken kunnen worden, al heeft de politicus in kwestie dan wel wat uit te leggen. Daarom denk ik zelf toch dat er een verschil zit tussen afdwingbaarheid en rechtmatigheid.

Niemand ontkent dat Klink c.s. het recht hebben af te wijken van het partijcongres. Net zoals zij het recht hebben om, na het kabinet-Rutte te hebben aangezien, toch te besluiten een motie van wantrouwen te steunen, ook al hebben zij eerder een coalitieakkoord getekend. Alleen lijkt mij dat het hen staatsrechtelijk evenmin verboden is te beloven dat zij de uitslag van het congres zullen overnemen. Er zijn wat mij betreft goede redenen waarom zij dat niet zouden moeten beloven, maar dat zijn geen staatsrechtelijke redenen. Een vrij mandaat betekent ook de vrijheid om te beloven.

Als Klink c.s. dan de mogelijkheid hebben om vooraf toe te zeggen, waarom mag men dat dan niet van hen vragen? Zelfs als we het niet ‘vragen’ maar ‘eisen’ zouden noemen zorgt, meen ik, de procedurele regel er enkel voor dat Klink c.s. juridisch niet tot iets gedwongen kunnen worden. Dat staat er niet aan in de weg dat partijgenoten hem allerhande minder aangename vooruitzichten voor kunnen spiegelen. Zijn plotselinge vertrek laat overigens zien dat zij dat toch wel doen, congres of niet.

Het lijkt mij overigens heel goed verdedigbaar om het vrije mandaat minder restrictief uit te leggen, maar juist in gevallen als deze, waar het gaat niet gaat om afspraken met vastgoedvrindjes of pillenboeren, maar om partijorganen zou ik daar zelf voorzichtig in zijn. Ik denk dat niemand, buiten de PVV zou willen ontkennen dat de mening van een partijcongres er voor een volksvertegenwoordiger toe zou moeten doen. Een restrictieve uitleg laat enige vrijheid aan de politieke praktijk, en die praktijk bestaat nu eenmaal vooral uit democratisch georganiseerde partijen en niet enkel uit onafhankelijke volksvertegenwoordigers, hoezeer men die indruk bij lezing van de Grondwet ook krijgt …

5 RvdW 08/09/2010 om 18:38

Een belangrijke vraag lijkt mij ook in hoeverre een volksvertegenwoordiger, fractievoorzitter of politieke partij, die geen van alle overheidsorganen zijn, überhaupt in strijd met de Grondwet kunnen handelen. Naar mijn beste weten bevat de Grondwet geen enkele plicht voor niet-statelijke actoren. Pas wanneer een overheidsorgaan gedrag van dergelijke actoren op enigerlei wijze bekrachtigt, kan de vraag naar ongrondwettigheid rijzen. Van het optreden van het overheidsorgaan dus, niet van de niet-statelijke actor. Alleen daarom al kan een eis tot ondertekening van een verklaring door een parlementslid niet ongrondwettig zijn.

Dat neemt niet weg dat de vergelijking die Wilders maakte inderdaad mank ging, zoals Pechtold terecht opmerkte en GB hierboven al uitlegde. Volkomen onbegrijpelijk is waarom een algemeen geformuleerde eis tot fractiediscipline voor een zittingsperiode minder acceptabel is dan de uitoefening van pressie op een individueel kamerlid in een specifiek geval en op een kritiek moment.

Net zo onbegrijpelijk was het bankjesgeroffel toen Rutte stelde dat Wilders natuurlijk niet gedwongen kon worden om het kabinetsbeleid op dezelfde wijze uit te leggen als het kabinet, aangezien dit een onaanvaardbare aantasting van de vrijheid van meningsuiting van een Kamerlid zou zijn. Nou, als datw aar is dan zullen we binnenkort wel een hoop voormalige parlementariërs met een klacht in Straatsburg terugvinden…

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: