Geef ze een vinger…

door LD op 06/10/2009

in Haagse vierkante kilometer

De populariteit van vingerafdrukken in justitiële kringen is groeiende. Twee recente voorbeelden kunnen dat illustreren.

In de eerste plaats is er de nieuwe Paspoortwet, die voor een deel al in werking getreden is. Zoals bekend worden sinds kort in nieuw af te geven reisdocumenten de vingerafdrukken van de aanvragers opgenomen. Nederland geeft daarmee uitvoering aan Verordening (EG) Nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten. Met het opnemen van vingerafdrukken in paspoorten en andere reisdocumenten moet fraude met deze documenten worden tegengegaan, aldus de verordening: de gegevens worden opgenomen ‘zodat een betrouwbaar verband kan worden gelegd tussen de rechtmatige houder en het document’. Wie de Nederlandse uitvoeringswetgeving bestudeert, moet echter concluderen dat de Nederlandse wetgever nog een stuk verder gaat en ook heel andere doelen nastreeft dan alleen de bestrijding van identiteitsfraude.

De nog niet in werking getreden artikelen 4a en 4b introduceren een uitgebreid reisdocumentenregister waarin niet alleen – zoals nu het geval is – gestolen, vermiste en verlopen paspoorten worden opgenomen, maar ook simpelweg alle vervaardigde en uitgereikte paspoorten. In dit reisdocumentenregister zijn daarmee ook de vingerafdrukken van de aanvragers te vinden, zodat een uitgebreide vingerafdrukken-databank ontstaat van – uiteindelijk – alle Nederlanders. Het nieuwe artikel 4b bepaalt dat deze vingerafdrukken onder meer beschikbaar kunnen worden gesteld voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten, en voor het verrichten van onderzoek naar handelingen die een bedreiging vormen voor de veiligheid van de staat en andere gewichtige belangen van een of meerdere landen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van met het Koninkrijk bevriende mogendheden (de Verenigde Staten?). Dit kan niet meer verkocht worden als ‘uitvoering’ van de genoemde Europese verordening. Hier is sprake van een zogenaamde ‘nationale kop’: een stuk wetgeving van puur nationale origine dat op een Europese verordening of richtlijn wordt geplaatst. Dat is merkwaardig, want het is al sinds het aantreden van het tweede kabinet-Balkenende staand kabinetsbeleid dat Nederland bij de uitvoering en implementatie van Europese regelgeving niet verder gaat dan die regelgeving strikt genomen voorschrijft.

Natuurlijk worden de gegevens niet zomaar verstrekt. De nieuwe wetgeving bepaalt dat zij in de strafrechtelijke context alleen kunnen worden verstrekt aan een officier van justitie, en dan ook nog eens slechts ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van een verdachte of veroordeelde voor zover in het kader van de toepassing van het strafrecht van hem een of meer vingerafdrukken zijn genomen en er twijfel bestaat over zijn identiteit, of in het belang van het onderzoek in geval van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Dat laatste is uitermate vaag. Betekent dit dat als op de plek van een moord een halve vingerafdruk gevonden wordt, deze vergeleken kan worden met alle andere vingerafdrukken in de databank? Het lijkt er wel op. Dat is dubieus in het licht van de grondwettelijk en verdragsrechtelijk beschermde privacy, aangezien de gegevens van honderdduizenden burgers die op geen enkele wijze verdachte zijn in het moordonderzoek dan gebruikt kunnen worden in dat strafrechtelijke onderzoek. Als de vingerafdruk die gevonden is niet perfect is, is er bovendien de kans op meerdere ‘matches’, en dus op meerdere ‘mismatches’. Het kan geen kwaad als de regering zich nog eens beraadt op het aanscherpen van de voorwaarden voor toegang tot het register alvorens zij de nieuwe artikelen 4a en 4b in werking laat treden. Of daar überhaupt voorlopig vanaf ziet.

Het tweede voorbeeld betreft een initiatief op Europees niveau. Daar bestaat reeds sinds enkele jaren een systeem waarin de vingerafdrukken van asielzoekers zijn opgeslagen. Dit systeem – Eurodac – geheten is bedoeld om de uitvoering van de Dublinverordening te vergemakkelijken. Op grond van deze verordening moeten asielzoekers in principe asiel aanvragen in het land waar ze de Europese Unie zijn binnengekomen. Hun vingerafdrukken worden bij de aanvraag in Eurodac opgenomen, zodat zij later niet in een ander land een asielprocedure kunnen beginnen. Het systeem geeft dan immers aan dat zij in het land van binnenkomst reeds een procedure hebben lopen, waarop ze naar dat land kunnen worden teruggestuurd.

Als sinds het systeem bestaat (2003) werpen de justitiële autoriteiten van de lidstaten er een begerige blik op. Zo’n databank met vingerafdrukken zit natuurlijk vol met informatie waar deze autoriteiten graag over zouden beschikken tijdens hun onderzoeken. Enige maanden geleden kondigde de Europese Commissie aan met een voorstel te zullen komen om de autoriteiten onder strikte voorwaarden toegang tot het Eurodac-systeem te geven. Uiteraard brak er een storm van protest los. Terecht, want ook hier worden de vingerafdrukken gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze zijn opgeslagen. Bovendien zal bij gebruik voor een strafrechtelijk of anderszins justitieel doel wederom worden gegraven in gegevens van mensen die op geen enkele wijze verdachte zijn. In dit geval zijn dat ook nog eens extra kwetsbare mensen: vluchtelingen. De bevoegdheid inzage te vragen in de gegevens zal zeer streng geclausuleerd moeten zijn om geen strijd met het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer op te leveren. Dit recht wordt onder meer beschermd door het EVRM, waar de Europese Unie weliswaar (nog) geen partij bij is, maar waarvan de rechten wel worden geëerbiedigd als beginselen van Gemeenschapsrecht. Bovendien is het recht opgenomen in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, dat met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon – die weer een stapje dichterbij is – bindende kracht zal krijgen.

De grote weerstand die het Commissievoorstel opriep, leidde ertoe dat de Commissie de indiening ervan een paar maanden uitstelde. Oorspronkelijk voorzien voor juli, werd het voorstel pas op – hoe toepasselijk – 11 september 2009 naar de Raad en het Europees Parlement gestuurd. Wederom geldt dat de autoriteiten niet zomaar toegang tot Eurodac krijgen: tegen elke prijs moet voorkomen worden dat deze op routinematige wijze in het systeem gaan grasduinen, aldus de Commissie. De toegang gaat over een aantal schijven. De aangewezen justitiële autoriteiten wenden zich tot de zogenaamde controlerende autoriteit, die nagaat of het verzoek om vergelijking met de vingerafdrukken in de databank aan alle voorwaarden voldoet. Is dat het geval, dan kan het verzoek door de controlerende autoriteit worden doorgeleid naar het nationaal toegangspunt, dat op zijn beurt contact legt met Eurodac om te kijken of de ingevoerde vingerafdruk een match oplevert met de data in de Europese databank. Een verzoek kan alleen worden gehonoreerd als doorzoeking van nationale databanken en nationale databanken van andere lidstaten niets heeft opgeleverd. Verder moet de vergelijking noodzakelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, moet de vergelijking noodzakelijk zijn in het specifieke geval en moeten er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een vergelijking met Eurodac-gegevens wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een van de betrokken strafbare feiten.

De Commissie is er zich bewust dat er niet alleen privacy-bezwaren aan haar voorstel kleven. Het risico bestaat dat de gegevens worden doorgespeeld aan de landen van herkomst, waar de asielzoekers nu juist met reden uit zijn vertrokken. Het onwerp-besluit bepaalt dan ook dat het de lidstaten verboden is uit Eurodac verkregen gegeven door te spelen aan derde landen. Bovendien moeten er allerhande beveiligingsmaatregelen getroffen zijn om de gegevens niet in verkeerde handen te laten vallen, en moet bij de ‘ernstige strafbare feiten’ gedacht worden aan zware criminaliteit als mensenhandel, kinderporno of grootschalige drugshandel. De Commissie sluit voorts niet uit dat haar voorstel een stigmatiserende uitwerking op asielzoekers heeft. Daarom hecht zij sterk aan monitoring en evaluatie van het besluit, mocht het door de Raad worden aangenomen.

Het voorgaande klinkt allemaal heel redelijk en de bedoelingen van de Commissie zijn ongetwijfeld goed. Toch is enige scepsis op z’n plaats. Neem de identificatieplicht en het preventief fouilleren. Een agent mag alleen om een identiteitsbewijs vragen ‘voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak’, aldus artikel 8a Politiewet. De praktijk lijkt echter te zijn dat te pas en te onpas om legitimatie gevraagd wordt, en dat de identificatieplicht een handig middel is om bijvoorbeeld lastige demonstranten aan te pakken. Wat het preventief fouilleren betreft: de Gemeentewet wekt de indruk dat dat instrument bedoeld is als noodmaatregel voor gebieden die (dreigen) te worden geteisterd door ernstig wapengeweld. Artikel 151b Gemeentewet bepaalt dat de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied wordt gegeven voor een bepaalde duur die niet langer is en voor een gebied dat niet groter is dan strikt noodzakelijk voor de handhaving van de openbare orde. De praktijk lijkt wederom anders te zijn, want delen van het Centrum van Amsterdam en de Bijlmer lijken wel tot permanent veiligheidsrisicogebied te zijn aangewezen. Met strikte wettelijke voorschriften alleen komen we er niet, hoezeer we ze ook volstoppen met waarborgen.

Het voorstel van de Europese Commissie moet nog door de Raad, maar de Commissie geeft in de toelichting al aan dat de lidstaten zich in het verleden enthousiast hebben getoond (in tegenstelling tot burgerrechtenorganisaties, zo voegt de Commissie er eerlijkheidshalve aan toe). Gelukkig is er nog wel democratische controle op het handelen van de ministers in de Raad. Nu het gaat om een besluit in de Derde Pijler van de Unie hebben de beide Kamers der Staten-Generaal instemmingsrecht op grond van de goedkeuringswetten bij de Verdragen van Maastricht, Amsterdam en Nice. Zonder hun beider instemming mag de regering niet meewerken aan de totstandkoming van het besluit, dat alleen met eenparigheid van stemmen tot stand kan komen. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt het adviesrecht van het Europees Parlement bovendien opgekrikt tot een volwaardig medebeslissingsrecht. Het is te hopen dat de nationale en Europese volksvertegenwoordigers hun verantwoordelijkheid nemen en het commissievoorstel uitermate kritisch blijven volgen.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 PK 06/10/2009 om 09:03

Een mooie term in dit verband is de zogenaamde 'Function Creep', door de Oxford Dictonary omschreven als:

function creep noun [U] (disapproving) the way in which information that has been collected for one limited purpose, is gradually allowed to be used for other purposes which people may not approve of

Oftewel: er worden bevoegdheden gecreerd die omgeven worden door waarborgen en volgens de regering noodzakelijk zijn. Binnen de kortste keren worden deze bevoegdheden echter ook op allerlei andere gebieden ingezet.

2 Emile 06/10/2009 om 13:40

Of wat dacht je van: 'détournement de pouvoir'. Jammer dat de student van tegenwoordig geen Frans meer spreekt.

3 RML 06/10/2009 om 14:22

Alleen is hier niet zozeer sprake van een gebruik van een regeling op een manier waarvoor deze niet bedoeld is alswel van (voorgesteld) gebruik van een database waarvoor zij niet bedoeld is.

Lijkt me toch iets anders dan détournement de pouvoir.

4 Ans Nieuwenhuis 06/10/2009 om 15:54

Betekent pouvoir niet zoiets als 'bevoegdheid'? Dat lijkt mij dan weer iets anders dan 'regeling'

5 Anonymous 07/10/2009 om 12:48

Houdt onmiddellijk op met dit kinderachtige gedoe!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: