Geen ID op de sabbat

door CM op 02/03/2013

in Grondrechten, Rechtspraak, strafrecht

Post image for Geen ID op de sabbat

Vorig jaar februari bepaalde de kantonrechter te Den Haag dat een orthodox-joodse man die zich niet kon legitimeren, moest worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het was vrijdag 8 oktober 2010, vermoedelijk vlak na zonsondergang, en de sabbat was al begonnen. Op grond van zijn orthodoxe geloof mocht de man op deze rustdag niets anders bij zich dragen dan de kleding die hij aanhad. Een legitimatiebewijs had hij dan ook niet bij zich. Het niet voldoen aan de vordering een legitimatiebewijs te tonen levert een strafbaar feit op (art. 447e Wetboek van Strafrecht), maar in dit geval meende de kantonrechter dat ontslag van rechtsvervolging moest volgen. Daarbij speelde enerzijds de godsdienstvrijheid een rol, waarbij ook een beroep op de wetsgeschiedenis werd gedaan. De problemen van orthodoxe joden op de sabbat waren tijdens de parlementaire behandeling van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht namelijk aan de orde geweest. Anderzijds meende de kantonrechter dat de identiteit van de man eenvoudig en binnen een uur was vastgesteld. Hij had namelijk alle medewerking verleend, de politie toestemming verleend zijn huis te betreden en zijn identiteitsbewijs in te zien. Een genuanceerd betoog, dat helaas niet is uitgeschreven (er is slechts een nieuwsbericht beschikbaar).

Het ontbreken van een schriftelijk vonnis weerhield een aantal Tweede Kamerleden er echter niet van stevig commentaar te leveren op de uitspraak. Zij zullen ongetwijfeld tevreden zijn dat het Haagse gerechtshof het vonnis van de kantonrechter heeft vernietigd. Dit hof heeft weinig woorden nodig om het beroep op artikel 9 EVRM (vrijheid van godsdienst) van de hand te wijzen:

“De verplichting om desgevorderd een identiteitsbewijs te tonen is neergelegd in artikel 2 WID. Het niet voldoen aan genoemde vordering is strafbaar gesteld in artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht. Deze bij wet voorziene beperking is in het leven geroepen vanuit het eminente belang in de strafrechtsketen van een deugdelijke vaststelling van de identiteit van personen (Kamerstukken II 2007/08, 31436, nr. 3, p. 14). Ook uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) blijkt dat het voor de uitoefening van politietaken van fundamenteel belang is dat de politie de identiteit van burgers kan vaststellen. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen is het hof van oordeel dat de beperking van de godsdienstvrijheid door de identificatieplicht zoals neergelegd in artikel 2 WID gerechtvaardigd is in de zin van artikel 9, lid 2, EVRM.”

Hoewel je dit kort door de bocht kunt noemen, blijkt uit het vervolg van het arrest dat aan de principiële religieuze bezwaren van de verdachte nu ook weer niet zo heel zwaar getild hoeft te worden. Strikt genomen mag je als orthodoxe jood ook geen huissleutels bij je dragen op de sabbat, wat betekent dat je bij het verlaten van de woning de deur niet op slot kunt doen. De verdachte in deze zaak had echter zijn sleutelbos aan zijn riem bevestigd, die weer onderdeel uitmaakt van de toegestane kleding. De verdachte had ook toegegeven dat het mogelijk was zijn identiteitsbewijs in zijn jas te naaien, waarmee aan zijn religieuze verplichtingen voldaan zou zijn (vastmaken aan de riem lijkt me, gezien de sleutelbos, ook een optie). Niet ten onrechte constateert het hof dan ook dat er vooral praktische bezwaren voor de verdachte waren. Dat is niet voldoende om de Wet op de identificatieplicht opzij te zetten. Volgt veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 60, hetzelfde bedrag als de officier van justitie eerder in het kader van een transactie had voorgesteld.

Het arrest van het hof roept gemengde gevoelens bij mij op. Enerzijds lijkt het mij terecht dat het beroep op de godsdienstvrijheid niet slaagt. Er zijn mensen met veel grotere principiële en grondrechtelijke bezwaren tegen de identificatieplicht, bijvoorbeeld diegenen bij wie deze plicht – terecht of niet – herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog oproept. Schrijver Maarten ’t Hart heeft bijvoorbeeld uit principe geen identificatiebewijs. Dat is op zichzelf geen probleem, nu artikel 2 Wet ID-plicht geen draagplicht, maar een toonplicht behelst (“Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar (…) een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden”). Op het moment dat bevoegd om een identiteitsbewijs gevraagd wordt, heeft de schrijver echter een probleem. Ik durf wel te wedden dat zijn beroep op artikel 8 EVRM niet gehonoreerd wordt. Een uitspraak van de Raad van State – overigens in een heel andere context – wijst in elk geval niet in die richting. Praktische alternatieven als het opspelden van de ID-kaart maken voor de genoemde auteur de herinneringen aan WO2 waarschijnlijk alleen maar groter. In dat licht lijkt er weinig reden om bij de bezwaren tegen de legitimatieplicht onderscheid te maken tussen religieuze bezwaren en niet-religieuze.

Aan de andere kant getuigde de nu vernietigde uitspraak van de kantonrechter – even los van de overwegingen over de godsdienstvrijheid – van een verfrissend nuchter pragmatisme. De verdachte en de politie hadden een afspraak gemaakt om het identiteitsbewijs thuis op te halen en daar in te zien. Dat kon allemaal binnen het uur, en waarschijnlijk had het nog wel sneller gekund als de verdachte niet eerst mee naar het bureau was genomen. Daarmee had de politie wat ze wilde hebben, te weten de identiteit van de verdachte. Vervolgens een transactie aanbieden en daarna ook nog eens vervolging instellen is wel heel… orthodox! Weliswaar is in deze zaak nu niet voldaan aan het vereiste van artikel 2 Wet ID-plicht dat op de eerste vordering een identiteitsbewijs moet worden getoond, maar enige souplesse bij de uitvoering van de toch niet geheel onomstreden legitimatieplicht is wel op z’n plaats. Wie een rondje gaat joggen of de vuilnisbakken buiten zet, zal ook regelmatig zijn rijbewijs of ID-kaart thuis laten liggen. Dat mag, want we hebben geen draagplicht. Wordt de jogger of de vuilnisbakkenburger op grond van de toonplicht gevraagd zich te legitimeren, dan mag toch verwacht worden dat de politie enige clementie toont en de personen in kwestie in de gelegenheid stelt zich wat later te legitimeren. Het hof in de zaak van de sabbat stelt op zichzelf terecht dat niet “steeds van een politieambtenaar verwacht of zelfs geëist zou mogen worden dat hij de verdachte vergezelt naar zijn woonhuis”. Niet steeds, maar soms wel dus. Waarom dat in het onderhavige geval niet verwacht mocht worden, blijft echter onduidelijk.

De toonplicht is bijzonder ruim geformuleerd. Een politieagent mag al een vordering doen “voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de politietaak” (artikel 8 Politiewet) en de politie vindt – overigens nog wel eens in tegenstelling tot de rechter – het al gauw redelijk om inzage in het identiteitsbewijs te eisen. Zo beschouwd en nogmaals in aanmerking genomen dat we in Nederland géén draagplicht kennen, mag op z’n minst van het OM verwacht worden dat het geen vervolging instelt als politie en verdachte een praktische oplossing vinden op basis waarvan de identiteit kan worden vastgesteld. Om dat laatste is het uiteindelijk toch te doen. Deze zaak, hoe interessant ook voor juristen, had nooit voor de rechter hoeven te komen.

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 03/03/2013 om 02:33

Eens, behalve dit deel:

Hoewel je dit kort door de bocht kunt noemen, blijkt uit het vervolg van het arrest dat aan de principiële religieuze bezwaren van de verdachte nu ook weer niet zo heel zwaar getild hoeft te worden. Strikt genomen mag je als orthodoxe jood ook geen huissleutels bij je dragen op de sabbat, wat betekent dat je bij het verlaten van de woning de deur niet op slot kunt doen. De verdachte in deze zaak had echter zijn sleutelbos aan zijn riem bevestigd, die weer onderdeel uitmaakt van de toegestane kleding. De verdachte had ook toegegeven dat het mogelijk was zijn identiteitsbewijs in zijn jas te naaien, waarmee aan zijn religieuze verplichtingen voldaan zou zijn (vastmaken aan de riem lijkt me, gezien de sleutelbos, ook een optie).

Het lijkt me toch niet de bedoeling dat de rechter religieuze regels gaat zitten interpreteren.

2 Likoed Nederland 03/03/2013 om 11:39

Zo praktisch is het nu ook weer niet, dat alle orthodoxe joden elke shabbat hun identiteitsbewijs in moeten naaien voor het geval ze gecontroleeerd worden.

3 Richard 12/03/2013 om 10:45

Wat mij niet duidelijk is geworden wat de reden was waarom deze meneer zijn ID moest laten zien. Er kan sprake zijn van willekeur van de agent, of heeft meneer wat stouts gedaan? Atrtikel 8 Politiewet is natuurlijk bewust zo ruim gedefinieerd. Het blijft vreemd dat je je moet identificeren als je niets hebt gedaan. Stel, ik breng de vuilniszakken buiten een ben getuige van een opstootje. Krijg ik dan ook een bon, na eerst de politie geholpen te hebben met een getuigeverklaring?

4 Alfred Zeldenrust 25/01/2014 om 19:17

In dit artikel wordt identificeren en legitimeren door elkaar heen gebruikt als ware het hetzelfde. Dat is niet zo. Alleen iemand met een bepaalde functie kan zich als zodanig legitimeren. (Aantonen dat hij legitiem bepaalde bevoegdheden gebruikt b.v. ) Een burger kan zichzelf nooit legitimeren. Alleen identificeren. ( zijn/haar identiteit bekend maken.)

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: