(G)een interview over de brief van de Raad voor de rechtspraak en het manifest van 700

door IvorenToga op 26/02/2013

in Rechtspraak

Post image for (G)een interview over de brief van de Raad voor de rechtspraak en het manifest van 700

Ik werd gebeld door een journaliste over de brief van de Raad voor de rechtspraak. Het ging om een voorgesprek dat moest uitmonden in een live interview op de radio.

Heeft u de brief van de Raad gelezen? Dat heb ik. Wat ik ervan vond. Nou, niet zoveel. Er staat niet veel nieuws in. Maar er staat toch dat de Raad langzamere rechtspraak niet langer afkeurt. Dat heb ik niet gelezen hoor. Ik lees dat de Raad een gerecht met tekorten gaat compenseren als dat gerecht er alles aan gedaan heeft om het beter te doen. Dat is nu ook al het geval. Heeft u ooit in de krant gelezen dat een gerecht failliet is gegaan? Nee, geeft de journaliste toe. Ik vertel haar aan de hand van een fictief voorbeeld dat het al jaren als volgt gaat.
Een gerecht spreekt met de Raad af dat ze het volgende jaar in 3000 strafzaken vonnissen of arresten gaat uitspreken. Daarvoor geeft de Raad een zak met geld voor personeel en middelen om die belofte waar te maken. Als in dat nieuwe jaar blijkt dat er maar 2600 zaken worden afgedaan, dan stelt de Raad de terechte vraag waarom er achterstanden zijn ontstaan, wachtlijsten voor verdachten, en waarom de belofte niet is nagekomen. Als blijkt dat er dat jaar heel veel zieke rechters waren is het heel begrijpelijk dat de Raad het tekort bij plust. Maar als voor het daaropvolgende jaar 2600 arresten worden afgesproken en de opbrengst is 2200 uitspraken, en er zijn in dat nieuwe jaar geen zieken geweest, dan heeft dat gerecht toch wel wat uit te leggen. Wanneer jaar na jaar het lokale gerechtsbestuur met de Raad afspraken maakt over het aantal te berechten strafzaken, is er in beginsel een plicht voor het gerecht om zijn beloften na te komen.

Oh ja, reageert de journaliste, dit kan ik wel begrijpen. Mag ik u nog wat vragen? Hoe zit het nu met de Arnhemse werkwijze, er lopen toch enkele Arnhemse projecten om verdachten sneller op een zitting te krijgen en minder strafzaken te laten uitvallen?
Ja, reageer ik enthousiast, dat klopt. In januari hebben we slechts 4.5 procent van de strafzaken moeten aanhouden waar andere strafsectoren meestal 30 tot 60 procent van de strafzaken moeten aanhouden en dus veel meer zittingen nodig hebben om hun strafzaken te berechten en hun afspraken met de Raad, en daarachter de politiek en de samenleving, na te komen. Hoe komt dat dan, luidt haar logische vraag. Bij het gerechtshof Arnhem halen we de dossiers sneller op bij de rechtbank, kijken binnen een week na het instellen van het hoger beroep of er nog getuigen gehoord moeten worden en deze horen we voordat de behandeling van de strafzaak op de zitting aanvangt. Oh, ja, ja, maar de Raad heeft toch gezegd dat een langzamere behandeling ook goed is, waarom moet het in Arnhem dan zo snel?

Mevrouw, iedereen in de politiek en binnen de burgerij is het erover eens dat zowel in de gezondheidszorg als in de rechtspraak mensen niet te lang moeten wachten op de uitkomst van de behandeling van de zieke of van de justitiabele. De snelheid waarmee we patiënten in in de behandelkamer en rechtzoekenden in de zittingzaal brengen en tot een einduitslag, noemen we doorlooptijden. Op de zitting besteden de Arnhemse rechters net zoveel tijd aan de zaak als elders, maar wij hebben de organisatorische rompslomp gestroomlijnd. Dat Arnhem het zo goed doet zal de Raad voor de rechtspraak en iedere belanghebbende alleen maar toejuichen. Dat gerechten met problemen om hun wachtlijsten in te korten of hun strafzaken voortvarend te behandelen, geholpen worden, is heel goed van de Raad voor de rechtspraak. U moet echter wel de kleine lettertjes lezen. De Raad meldt dat die hulp er komt als de gerechten hun problemen zelf niet kunnen oplossen en dat raadsheren en rechters zelf moeten bespreken hoe ze kwaliteit en vakmanschap willen en kunnen garanderen. Ook merkt de Raad op dat een zeer grote meerderheid van de rechters geen problemen ervaart en dat verschillende onderzoeks- en visitatiecommissies geen ernstige situatie in de rechterlijke macht hebben aangetroffen. Volgens de Raad is van het grootste belang dat de lokale gerechtsbestuurders het maximale doen om geld en middelen in te zetten voor het primaire proces en billijk te verdelen over de verschillende rechtsgebieden in het gerecht.
Ik vertel mijn gesprekspartner dat dit een voortreffelijke brief is, waarin de Raad nogmaals de formele gang van zaken van de laatste 12 jaren herbevestigt en de rechtbanken en de gerechtshoven moeten proberen de eigen problemen op te lossen. Ook blijft voluit overeind dat de rechters moeten inzetten op sneller werken en de kwaliteit hoog te houden die men zelf voor ogen staat.

Meneer Otte, is er dan niets nieuws met die brief van de Raad aan de hand? Nee, helaas, ik moet u teleurstellen. Het is een uitstekende brief van de Raad waarin men zich geschrokken toont van de zorgen van rechters die hun werk kennelijk niet goed kunnen doen, en ze willen meedenken met de lokale rechtspraak om die zorgen weg te nemen. Maar dat doen ze al vanaf het begin van hun bestaan. U kunt zich toch niet voorstellen dat er nog eens honderden miljoenen aan de extra miljoenen van de laatste tien jaar worden toegevoegd, in een crisis waarin er miljoenen burgers worden getroffen met minder voorzieningen in verpleeghuizen, velen in de bijstand komen, failliet gaan en zo verder?

Mevrouw, de rechterlijke organisatie bevindt zich in een langer durende ontwikkeling die nog lang niet uitgekristalliseerd is en die tijd, veel tijd nodig heeft om weer een iets andere balans te vinden, en waarbij de lokale bestuurders creatiever zullen moeten gaan overleggen met de rechters om het werk iets anders te organiseren en het geld beter en efficiënter te besteden. Het is niet voor niets dat de Minister van Veiligheid en Justitie goedkeurend heeft opgemerkt dat de Raad goede oplossingen zal weten te vinden……….binnen de bestaande begroting. De mooiste en de belangrijkste zin van de brief is de laatste, waarin de Raad de wens en de verwachting uitspreekt dat iedereen in de rechtspraak met elkaar de verbinding weet te leggen. Zo is het, ik wil er aan toevoegen dat het moet gaan om een nieuwe verbinding in een nieuwe tijd en dat het resetten van een organisatie altijd moeite en veel tijd vergt.

Meneer Otte, dan weet ik niet goed of het onderwerp voor ons programma wel interessant is. Zo actueel is het dus niet. Ik overleg nog even met de redactie. Na een half uur word ik teruggebeld en deelt de journaliste mij mee dat het onderwerp toch veel genuanceerder en complexer ligt dan het zich aanvankelijk liet aanzien en dat de redactie er misschien een andere keer nog eens op wil terugkomen. Dat lijkt mij een goed plan. Alles hangt met alles samen, meestal zijn er voor complexe ontwikkelingen alleen complexe antwoorden, niet altijd goed passend in een krant of in een radioprogramma.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 15/03/2013 om 17:36

Het artikel geeft m.i. een heldere tekening van twee van de drie onafscheidelijke kompanen: (de politiek), de bureaucratie en de media in onze politieke rechtsstaat..
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: