Geen kinderen klinkeren

door GB op 13/01/2011

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Het Gerechtshof dat zich het lot van de Angolese moeder en haar drie kinderen heeft aangetrokken, heeft de piketpalen weer een paar slagen dieper de grond in geslagen. Al eerder oordeelde het hof dat het klinkeren van kinderen simpelweg inhumaan en daarom onrechtmatig was op grond van intern en internationaal recht. De Staat bood vervolgens aan de kinderen dan maar naar Jeugdzorg door te verwijzen, zo lang er nog niet uitgezet kan worden. Lees: zolang de moeder niet meewerkt. Door dit aanbod haalt het Gerechtshof nu een streep, en wederom is het hof niet bescheiden in de keuze van de rechtsgrond. Het Hof is gelukkig wel wat preciezer dan de vorige keer: artikel 8 EVRM verzet zich hiertegen. Het EHRM heeft klinkende jurisprudentie onder artikel 8 EVRM als het om het belang van het kind gaat. Dus is er niet veel voor nodig om de plannen van de Staat in strijd met dit artikel te laten zijn. Er is bij deze handelwijze namelijk weinig tot niets te bedenken wat in het belang van het kind is. Eerst een probleem creeren door het gezin op straat te zetten en vervolgens aanbieden dat alleen de kinderen via Jeugdzorg niets te kort komen is – vanuit artikel 8 EVRM gezien – een onhoudbare omdraaiing. Bovendien kan ik niet bedenken wat er rationeel is aan deze positie van de Staat om alleen de kinderen op te vangen. Dat gaat veel meer geld en bureacratie kosten dan voorzetten van het huidige verblijf.

Blijft een voor de handliggende reden over: de moeder onder druk zetten door haar van haar kinderen te scheiden. Dat is echter een duidelijke no-go onder internationaal recht. Op dat punt is het Hof even duidelijk als voorzichtig. In de eerste plaats laat het om technische redenen in het midden of de inbreuk op het gezinsleven een legitiem doel dient. Dat was gevaarlijk terrein geweest in deze zaak. Tegelijkertijd wil het hof geen misverstand laten bestaan:

Het hof ziet echter niet in hoe dat belang wordt gediend door de kinderen uit hun gezinsverband met de moeder te halen en in een pleeggezin of residentiële zorginstelling te laten verzorgen. Als drukmiddel om de moeder te bewegen aan het verkrijgen van uitreisdocumenten mee te werken mag de scheiding van de kinderen uiteraard niet worden gebruikt en de Staat heeft dat dan ook terecht niet aangevoerd.

Het is dus duidelijk waar ‘de Staat’ niet mee hoeft aan te komen. De landsadvocaat zal dat ook niet doen. Maar de vraag is wel wanneer een van regeringszijde gedoogde PVV’er die ‘vol op het orgel’ gaat, effect zal hebben. Jensma wees hier op Recht en Bestuur al op. Stel je voor dat Fritsma tijdens het spoeddebat geen twijfel laat bestaan over zijn positie dat hij geen enkel probleem heeft met het onder druk zetten van de moeder door haar kinderen af te pakken. ‘Moet ze maar meewerken.’ Wat betekent dat voor de positie van de Staat in een procedure als deze? Het is dan wel duidelijk in welke richting het beleid van de minister opgejut wordt. Of, nog een stapje verder: stel er komt een expliciete wettelijke maatregel die probeert alsnog te bereiken wat het Gerechtshof hier probeert te voorkomen. CDA en VVD zullen er wel een omfloerste redenering voor vinden die in de Memorie van Toelichting terecht komt, maar de PVV is duidelijk: wie niet meewerkt heeft geen rechten. Wat dan? Is de wil van de wetgever dan beperkt tot dat wat de landsadvocaat aanvoert?

Waar Ab Klink al voorwaarschuwde blijkt ook hier: het verhaal achter de maatregelen doet ertoe.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 GB 15/01/2011 om 13:22

Leers had het bij Pauw en Witteman over het scheiden van de kinderen als vorm van ‘prikkelen’ van de moeder om toch aan terugkeer mee te werken. Wat is het verschil tussen ‘drukmiddel’ en ‘prikkel’? Als dat niet meer bestaat, waarom dan nog verschil maken tussen ‘De staat heeft dit in deze procedure niet aangevoerd’ en ‘De direct verantwoordelijke minister zei in Pauw en Witteman’?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: