Geloofsbrieven

door WVDB op 27/07/2010

in België

Post image for Geloofsbrieven

Over de recente Belgische verkiezingsperikelen is reeds voldoende inkt gevloeid, onder andere op dit blog: hier en hier.
Recent, op dinsdag 6 juli, kwamen de nieuw-samengestelde Kamers voor de eerste maal bijeen. Eerste taak voor deze assemblees is het onderzoeken van de geloofsbrieven van haar leden, volgens artikel 48 van de Grondwet “[…]onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven van haar leden en beslecht [zij] de geschillen die hieromtrent rijzen.”
Geen Hof is bevoegd deze toetsing zélf na te kijken op grondwettigheid; noch het Grondwettelijk Hof (gelet op haar toegewezen bevoegdheid), noch de Raad van State, noch het Hof van Cassatie.

“Tot de basisbeginselen van de democratische opbouw van de Staat behoort de regel dat de verkozen wetgevende kamers in de uitoefening van hun opdracht over de meest ruime onafhankelijkheid beschikken. Die onafhankelijkheid uit zich onder meer in het toezicht dat zij zelf uitoefenen op hun leden zowel terzake van de geldigverklaring van het mandaat, als van de wijze waarop dit bij wege van verkiezingen wordt verworven. […]”
Grondwettelijk Hof (voorheen Arbitragehof) nr 20/2000 van 23 februari 2000.

Zo geschiedde dan ook op 6 juli, niettegenstaande de 350 ingediende bezwaarschriften omtrent de ongrondwettigheid van de verkiezingen in het licht van arrest 73/2003 over de kieskring BHV. (zoals hier toegelicht)
Uit het verslag van de tweede commissie van onderzoek der geloofsbrieven: kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde, Leuven en Waals-Brabant (lees het verslag hier, vanaf p. 14), distilleren we de volgende argumenten die de Kamer van Volksvertegenwoordigers hanteerde om de verkiezingen geldig te verklaren:
1) door een lijst met artikelen voor grondwetsherziening aan te nemen, volgde er rechtstreeks uit de grondwet een verplichting tot het houden van verkiezingen,
2) uit het arrest 73/2003 volgde geen vernietiging van de relevante bepalingen van het kieswetboek met betrekking tot de indeling in kieskringen
3) het arrest Grosaru t. Roemenië van het EHRM van 2 maart 2010 “bepaalt dat in een aantal landen waaronder België, een lange democratische traditie bestaat van validering van de kiesverrichtingen door het parlement zelf waardoor eventuele twijfels over de legitimiteit worden weggenomen.”

Overwegingen 1 en 2 kunnen bijgetreden worden, hoewel de politieke onwil om gevolg te geven aan een injunctie van het Grondwettelijk Hof in brede zin legitimiteitsproblemen met zich meebrengt, en in enge zin het Hof zal noodzaken eerder te vernietigen dan te verwijzen naar de wetgevende macht. Af te wachten hoe dit evolueert.

Wat betreft het beroep op Grosaru betreft, zowel van de zijde die de ongeldigheid van de verkiezingen aanvoert, als van de geldigverklarende zijde, rijzen er dan weer enkele objecties:

– Ten eerste de meer in het oog springende: [nergens in Grosaru lees ik, maar dat kan aan mijn Frans liggen, de legitimiteit die aan het Belgische systeem van geldigverklaring van verkiezingen wordt toegeschreven (p. 13 in het arrest).] correctie (HT PdL) overweging 28 bevestigt deze stelling
Anderzijds poneert overweging 54 dat een politieke samenstelling, met interesses tegengesteld aan de bezwaarhebber, op weinig onpartijdigheid kan bogen. Over die zelfverklaarde legitimiteit: klassiek worden er drie vormen onderscheiden: input, output en procedurele legitimiteit. Wat output betreft, kan de hedendaagse politieke klasse, op nationaal niveau, uit bijzonder weinig putten, getuige de laatste verkiezingscampagne (‘3 jaar stilstand’ werd zowat door elke partij aangevoerd). De procedure en de input, daar wringt nu net het schoentje. Mooie cirkelredenering dus van de Kamer.

– Ten tweede volgt dan ook weer niet uit Grosaru dat er per se een jurisdictionele toetsing moet mogelijk zijn. Een bevoegdheid hiertoe voor het Grondwettelijk Hof is dus geenszins een verplichting voortvloeiend uit het Verdrag.

– Ten derde moet gewezen worden op het bijzondere aspect inzake Grosaru: de wettekst naar intern recht was onduidelijk, hetwelk in de Belgische situatie niet zo zeer: een constitutioneel hof had zich immers uitgesproken over de kieswetgeving ?! Hoeveel duidelijkheid dat heeft bijgebracht, getuige de opperste staat van verwarring voor de verkiezingssaga bij alle betrokkenen over de eventuele rechtmatigheid van deze verkiezingen, blijft een open vraag.

Voorts nog een interessante vergelijkende noot: in Powell v. McCormack (395 US 486) oordeelde het US Supreme Court in 1969 dat het bevoegd was te toetsen of the House of Representatives wel degelijk rechtmatig de geloofsbrieven had onderzocht in het licht van de vereisten van art. I § 2 van de US Constitution. Eerder technisch wil dit zeggen dat een ‘political question’ kwalificatie, een marginale toetsing op kennelijke onevenredigheid of overschrijding van bevoegdheid niet in de weg staat.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 PdL 27/07/2010 om 12:01

Volgens mij wordt de legitmatie omschreven in deze zin op p. 13 van het arrest: “Cela étant, ces trois pays jouissent d’une longue tradition démocratique qui tend à dissiper les doutes éventuels quant à la légitimité d’une telle pratique. ” Na de Rotterdamse perikelen zullen sommigen daar anders over denken in Nederland.
Overigens noemt het EHRM alleen Belgie, Luxemburg en Italie als land zonder rechtelijke toetsing van een verkiezingsuitslag. Nederland heeft het echter ook niet (volgens mij)

Art . 8:4 sub g sluit beroep tegen de uitslag van een verkiezing echter uit. Er zijn wel zaken bij de RvS geweest over waterschapsverkiezingen, maar dat was voordat ook daarover beroep werd uitgesloten in 2007, Wet modernisering waterschapsbestel. Beroep tegen onderzoek geloofsbrieven TK is uitgesloten door 1:1 lid 2 sub b. Beroep tegen besluiten van Kiesraad is mij onduidelijk.

2 PdL 27/07/2010 om 12:16

In aanvulling: beroep tegen besluiten Kiesraad is uitgesloten omdat alle besluiten ervan vallen onder 8:4 sub g Awb; alleen de toelating van leden doen de Kamers zelf en dat valt onder 1:1.

Even zoeken op rechtspraak.nl levert een beeld op van rare situaties bij waterschapsverkiezingen; die na 2007 dus buiten beeld van de rechter blijven. Als opvallend ‘hoogtepunt’ toch wel verhaal van kosten voor nieuwe verkiezingen op frauderende kandidaat: LJN: BJ8510 (Hof) en BB4554 (Rb.) De frauderende kandidaat werd veroordeeld tot betaling van E 351.504,90; een ander tot 150.000 ( BM7448) Fascinerend.

3 Henk 27/07/2010 om 12:37

Besluiten van de Kiesraad, optredend als Centraal Stembureau, kunnen in voorkomende gevallen echter wel worden aangevochten bij de Raad van State. Zie bijv. G5 Kieswet.

4 WVDB 27/07/2010 om 13:04

PdL,
dank voor de correctie.

verder: als we de formulering van overweging 28 vergelijken met de overweging van de Kamer (hoger aangehaald verslag, p. 17, alinea 7): “Overwegende dat het arrest Grosaru t./Roemenië
van het Europees Hof voor de rechten van de mens
onder meer bepaalt dat in een aantal landen
waaronder België, een lange democratische traditie
bestaat van validering van de kiesverrichtingen door
het parlement zelf waardoor eventuele twijfels over
de legitimiteit worden weggenomen.”
vs
“Cela étant, ces trois pays jouissent d’une longue tradition démocratique qui tend à dissiper les doutes éventuels quant à la légitimité d’une telle pratique.”
M.i. is de opvatting omtrent de causaliteit, van de Kamer dan, discutabel. Komt het nu net door die goedkeuring door het parlement of door de lange democratische traditie? Mij lijkt het dat beide vlaggen niet dezelfde lading dekken.

– zeker in het licht van de te onderscheiden doelstelling (ow. 30) blijf ik het supreme karakter van parlementaire legitimiteit zoals aangehaald in het verslag bevreemdend vinden.

5 Ruudt 28/07/2010 om 12:36

Volgens mij houdt het Hof, zeker in de overwegingen waarin over de feiten wordt gesproken, bewust alle opties open. Ze schrijven inderdaad dat door de lange democratische traditie van deze landen “de neiging bestaat” om aan te nemen dat eventuele twijfels over de legitimiteit worden weggenomen. Meteen daarna wordt echter opgemerkt dat de Commissie van Venetie desondanks kritisch is, en wordt een Frans voorbeeld aangehaald waaruit blijkt hoe fout het met dit systeem kan lopen, en dat dat aanleiding kan geven om het systeem te veranderen.
In de latere overwegingen (55-58), waarin het niet meer over de feiten gaat maar de rechtsvraag wordt beantwoord (en droit), verwijst het Hof opnieuw naar de Commissie van Venetie, die een juridische controle verlangt. Omdat die er niet was, is het EVRM geschonden.

Als ik Belgie was, zou ik dus niet al te zelfverzekerd zijn over het eigen kiessysteem. Het zou mij niet verbazen als het Hof ook voor Westerse landen de praktijk dat het parlement zelf de geloofsbrieven goedkeurt uiteindelijk zal afkeuren, indien geen enkele vorm van rechtsbescherming open staat.Dat dreigt dus ook voor Nederland. Gelukkig hebben wij nog een heerlijk simpel kiesstelsel, zonder BHV-perikelen, waardoor er (op nationaal niveau) zelden grote discussie is over de juistheid van de verkiezingsuitslag.

Op decentraal niveau bestaat overigens nog wel mogelijkheid van rechterlijke toetsing, namelijk bij de civiele rechter. Overigens lijkt me dit verre van effectief, en is het daarom echt te betreuren dat de mogelijkheid van beroep op de Raad van State is afgeschaft.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: