Gemakkelijke meningen: het CDA onder Peetoom

door PWdH op 16/06/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Gemakkelijke meningen: het CDA onder Peetoom

Bij het CDA steeg de nood zo hoog dat er afgelopen voorjaar een open verkiezing moest worden uitgeschreven om een nieuwe voorzitter aan te wijzen. Inmiddels staat Ruth Peetoom al weer enige maanden aan het roer. Wat staat haar te doen om voorheen de grootste partij er weer een beetje bovenop te helpen?

De inzet van het voorzitterschap 2011-2015 zou allereerst moeten zijn het brengen van evenwicht in de verhouding tussen de vereniging enerzijds en fractie en bewindspersonen anderzijds. Het is vaak opgemerkt maar daarom niet van minder van belang: onder Balkenende werd de partijtop stelselmatig overgeheveld naar het kabinet (denk aan Van Bijsterveldt, De Jager en Klink). Ook Bleker deed als interimvoorzitter mee aan deze grote verdwijntruc. Zeker nu het CDA voorlopig is bevrijd van de last van het leveren van de premier en de drang om de grootste partij te blijven, zou er lucht moeten zijn voor een zelfstandige forum voor debat dat niet op voorhand is dichtgetimmerd door de Haagse tak. Het bewaken van dit  forum veronderstelt dat Peetoom snel zoveel gezag verwerft dat ze Verhagen een gele kaart kan uitdelen voor opmerkingen van het type dat debat niet op het veld maar in de kleedkamer moet worden gevoerd (of andersom: daardoor gezag verwerven). 

In de tweede plaats: herstel van de inhoud. Natuurlijk is het link om je als partijvoorzitter in het vaarwater van de Haagse politici te begeven. Daarom is het goed dat Peetoom een Strategisch Beraad heeft ingesteld. Het zou jammer zijn als dat blijft steken in een rituele dans rondom de veelbesproken C of pingpongen over de vraag of het CDA een links of rechtse partij is of zou moeten zijn, of hoe het zich als ‘volkspartij’ zou moeten verhouden tot ‘populistische’ partijen. Waar het om gaat is dat de partij überhaupt weer een eigen koers gaat uitzetten. Al te veel mystiek (‘woestijnen’, ’herbronnen’, allerhande ‘beraden’) zijn daar niet voor nodig. Op abstract niveau is de koers van het CDA wel helder. Politiek bedrijven geinspireerd door het christelijk geloof, in het besef dat dat zich niet leent voor onverkorte implementatie in de samenleving, kerk en staat gescheiden zijn (maar politiek en religie niet) en politieke opvattingen zoveel mogelijk van rationele argumentatie moeten worden voorzien. Waar het vooral aan ontbreekt zijn concrete standpunten bij dit abstracte verhaal. 

Een voorschot op het integratiedebat, toch een achilleshiel van de partij. Eenvoudig is het niet hier een CDA-standpunt te bepalen, omdat het vooral een islamdebat is. Op dat punt moet het CDA pal staan voor de vrijheid van godsdienst – dus ook van de islam – paren aan een eigen voorkeur voor het christendom. Dat levert niet de gemakkelijkste standpunten op. Enerzijds de mogelijkheid openhouden en verdedigen dat meer moskeeën hun deuren openen. Anderzijds de stijgende koers van deze gebedshuizen betreuren afgezet tegen de dalende koers van het aantal kerken. Evenmin moet pal staan voor de vrijheid van godsdienst in de weg staan aan het leveren van kritiek op (bepaalde interpretaties van) de islam. Al lijkt dit laatste veeleer de core business van theologen dan van politici.

Daarnaast mag van het CDA een stevige dosis nuance worden verwacht. Van massaimmigratie is feitelijk geen sprake en wie anders beweert, draagt daarvan de bewijslast. In hoeverre van ‘islamisering’ kan worden gesproken, valt nog te bezien. Doemscenario’s als van Sarrazin (‘Deutschland schafft sich ab’) en verwante denkers gaan uit van een onveranderlijke, essentialistische islam en een voortdurend hoog geboortecijfer en religiositeit onder nakomelingen van immigranten. Niet onder elke hoofddoek gaat zonder meer vrouwenonderdrukking schuil, afgaande op de rokjes en Uggs waarmee deze soms worden gecombineerd. (Dat doet althans vermoeden dat de draagsters in elk geval ten aanzien daarvan vrije keuze hadden.) En niet elke nieuwgebouwde moskee ziet eruit alsof die rechtstreeks is ingevlogen uit het Midden-Oosten. Samenvattend: enig zelfvertrouwen dat van de waarden van de Nederlandse samenleving een wervende kracht uitgaat en immigranten die zich (in elk geval deels) vanzelf eigen maken, is op zijn plaats.

Dat alles onder erkenning dat de accomodatie van immigranten en hun kinderen niet vanzelf gaat. De verzorgingsstaat kan een hinderpaal zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen bestaan: taal, werk en iets doen voor de samenleving. Er is overlast van ontsporende jeugd. Maar aan die ontsporingen valt in het algemeen niet onmiddellijk een religieuze component te ontdekken. Deze problemen zouden dan ook als veiligheids- en sociaal-economische problematiek moeten worden benaderd. Daarbij passen meer politieagenten, leerplichtambtenaren en goed opgeleide Nederlandstalige jongerenimams.

Zoiets.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 PB 16/06/2011 om 10:32

Leuk dat hier een keer over wordt gesproken. Het CDA is een partij waar ik mij erg mee verwant voel omdat het de christelijke politieke traditie van het westen toch als leidend beginsel ziet voor de politieke ordening; en probeert zoveel mogelijk deelbeginselen te combineren. Ik heb er dus ook nog wel een makkelijke mening over.

Mijns inziens behoort het CDA veel duidelijker aan te geven wat de inhoud is van deze christelijke politieke traditie is. Eigenlijk zou dat niet zo moeilijk moeten zijn, aangezien er tegenwoordig uitstekende lectuur is die de bronnen van deze traditie ontsluiten (zoals het sourcebook van O’Donovan, from Irenaeus to Grotius). Het gaat uiteindelijk om het weer definieren van deze algemene beginselen en het specificeren in de huidige context. Het CDA moet er bovenal voor oppassen bepaalde deelbeginselen te verabsoluteren (zoals eigenlijk alle andere partijen doen).

2. Over nuance. Ja, inderdaad moet het zeker niet de platvloersheid zijn van de PVV, ook is het niet nodig al met een WO3 bezig te zijn. Maar de nuance mag niet veranderen in zweverigheid en onduidelijke grenzen; in pappen en nathouden, in ontkennign. Het CDA moet de angsten van mensen, zoals die van Sarazin, en de duidelijke statistische en feitelijke gegevens niet wegwuiven onder het idee van Compassie en eenheid tussen abrahamitische religies die uiteindelijk over hetzelfde gaan. Ze moeten de kritiek serieus nemen; en onderzoeken en beproeven wat de redelijke verwachtingen en scenario’s voor de toekomst zijn.

Maar om specifieker te zijn:
– 95 % van alle moskeen in NL worden volgens mij weldegelijk gefinancieerd en geestelijk ondersteund vanuit het midden-oosten. Alle turkse imams worden betaald en opgeleid door de Turkse overheid. Marokkaanse Imams komen uit Marokko. Maar alle oliestaten hebben zo hun evangelisatie-projectjes hier, zoals bijvoorbeeld de leerstoel Islam en Recht en leiden, betaald door de Sultan van Oman. Dergelijke geldstromen moeten mijns inziens aan banden worden gelegd.
– Daarnaast komt veel islamitisch onderwijs via de televesieschotel en het internet binnen. En wie wel eens de filmpjes ziet op MEMRI weet dat dit ontoelaatbare haatzaaierij is. Wie zijn onderwijs krijgt via Islamitische tv uit Saudi-Arabie of Egypte krijgt per definitie ongezonde visies mee. Dergelijke praktijken moeten aanbanden worden gelegd.
– De meest populaire en invloedrijke sjeiks zijn nu eenmaal verschrikkelijk onverdraagzaam, zoals de beruchte Al-Qaradawi, die in talloze Sharia Finance besturen zit en een enorm belangrijk persoon is in de Islamitische wereld. Hij zij laatst zelf ook nog eens dat hij vooral hoopt zelf vanuit zijn rolstoel een paar joden dood te mogen schieten.
– Uit onderzoek van de Middle East Quartely bleek dat 80 % van de Amerikaanse moskeen gematigd tot zeer geweldadige lectuur verspreiden. Geen enkele moskee verspreidde anti-geweldadige lectuur.
– Er zijn geen islamitische instituten of imams die een gerevisioneerde Islam voorstaan. Sinds de deuren van Iqtihad in de middeleeuwen gesloten zijn, lijkt mij een revisie van Islam zelf bijna net zo mogelijk als het opheffen van de onfeilbaarheid van de Paus.

Volgens mij moet het CDA juist hier wel een duidelijke feitelijke visie neerzetten over wat ontoelaatbare vormen van Islam zijn, namelijk de politieke uitdrukkingen (niet alleen geweldadige) ervan die een gevaar vormen voor onze rechtsstatelijke beginselen. Daarnaast moet men de vraag stellen:Kan de Islam een bijdrage aan het culturele fundament van onze democratie leveren? Er zijn al academici die daar op ingaan, zoals Labuschagne die dat idee afwijst.Tenslotte moet men onder ogen zien dat sommig gedrag cultureel/godsdienstig gemoduleerd is, een voorbeeld is de huiding van de Koran, Hadith, en Sira ten opzichte van Joden en huidig antisemitisme…. We kunnen niet alles sociaal-economisch verklaren.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: