Gemeentepils

door JU op 02/04/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

I believe that water is the only drink for a wise man’, tekende de Amerikaanse filosoof en romanticus Henry Thoreau in 1854 op. Voor de introductie van goedkoop bier was dat niet alleen zo for a wise man, maar ook for a poor man. En met de emancipatie kwam daar bij: a poor woman. In het waterrijke Nederland is het gemeentepils immers relatief goedkoop.

Gratis is water echter zeker niet. Zuiveren kost geld en daar draait de consument gedeeltelijk voor op. Dat is problematisch voor gebruikers met een chronisch geldgebrek. De vraag dringt zich op of water niet zo essentieel is voor, bombastisch gezegd, een menswaardig bestaan, dat de overheid de levering daarvan moet garanderen. Water, kortom, als mensenrecht.

Wereldwijd wordt het belang van water onderkend. In juridische termen maakt het recht op water onderdeel uit van sociale grondrechten zoals het recht op een behoorlijke levensstandaard, vrijwaring tegen honger en een recht op gezondheid en hygiëne (artikelen 11 en 12 IVESCR). Dat is ook niet vreemd. Een tekort aan schoon water leidt al snel tot dorst, ziekte en sterfte. En waar blijven wij dán met onze veelgeprezen vrijheid van meningsuiting? Minister Verhagen erkende het recht op water twee jaar geleden dan ook expliciet tijdens een VN-top in Genève. Daarbij had hij er niet aan gedacht dat die erkenning ook in Nederland zèlf een issue zou worden.

Zo bedacht een Heerlense kantonrechter in een geschil tussen een waterleverancier en een wanbetalende consument, dat het afsluiten van water door de leverancier in strijd was met het recht op water. De vordering van het waterbedrijf tot het voldoen van de betalingsachterstand werd toegewezen, maar van een afsluiten van de watertap wilde de kantonrechter niet weten. Ten eerste omdat het waterbedrijf een monopolist was en de consument niet vrij was om zijn water dan maar van een concurrent te betrekken. En ten tweede omdat de maatregel in geen verhouding stond tot de relatief bescheiden betalingsachterstand. Een prachtig staaltje rechtsvorming dat zelfs de media haalde. Onthutst liet Verhagens collega-minister Cramer de Tweede Kamer weten dat de regering niet bedoelde te zeggen dat water nu plotseling gratis was. Zover ging het mensenrecht op water niet.

Gerechtshof Den Bosch sloot zich daar recent bij aan. In hoger beroep kreeg het waterbedrijf alsnog gelijk. Het hof benadrukt dat het recht op water geen absoluut mensenrecht is en concludeert dan:

Nog daargelaten of de artikelen 11 en 12 IVESC een ieder verbindende bepalingen in de zin van artikel 93 Grondwet zijn, komt het opschortingsrecht derhalve niet zonder meer in strijd met het (uit voormelde verdragsbepalingen afgeleide) recht op toegang tot water.

Uit technisch oogpunt valt dat in het midden laten van de ieder verbindendheid van de artikelen 11 en 12 IVESCR op. Sociale grondrechten zijn vaak niet ieder verbindend. De vraag is of dat in dit geval uitmaakt. Het lijkt mij alleen relevant wanneer een formele wet buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met de verdragsbepaling. Die situatie doet zich hier niet voor. Het gaat immers om een horizontale verhouding waarbij het IVESCR een belangenafweging inkleurt. De kantonrechter gebruikte het verdrag dus alleen als middel bij de uitleg van het BW. Ieder verbindendheid is in zo’n geval irrelevant. Waarom dan die expliciete verwijzing van het hof? Ook als het hof had gemeend dat het recht op water wèl in het geding was geweest, was de ieder verbindendheid toch niet van belang geweest? Wie trouwens meent dat voor de rechter alleen ieder verbindend verdragsrecht een rol kan spelen zal even verwonderd zijn. Als dat zo is, waarom slaat het hof dan aan het interpreteren van het recht op water? Moet niet eerst de ieder verbindendheid worden getoetst?

De waterbedrijven en, op de achtergrond, verschillende overheden kunnen gerust zijn. Afsluiten van wanbetalers blijft voorlopig een optie. Toch is de benadering van de kantonrechter minder gek dan zij op het eerste gezicht lijkt. Waar het hof voor een bright-line rule kiest: ‘recht op water betekent niet gratis water’, kiest de kantonrechter voor de voorzichtige weg van de belangenafweging. Dat lijkt mij nog niet zo gek, al was het maar omdat het recht op water onder omstandigheden toch best eens kan betekenen dat wij iemand van gratis water moeten voorzien.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: