Generativiteit in de rechterlijke macht

door IvorenToga op 14/03/2013

in Rechtspraak

Post image for Generativiteit in de rechterlijke macht

In Trouw van zaterdag 26 februari 2013 las ik een stuk van de 82-jarige Piet Houben, emeritus hoogleraar toegepaste sociale gerontologie VU. Hij schetste hoe de middenjaren te weinig worden benut als moment om na te denken over het ouder worden, waardoor het grote risico ontstaat dat men na het pensioen in een groot gat terechtkomt. Ik citeer Houben: “De middenjaren blijken een belangrijk, maar te weinig benut moment om voor te sorteren op en na te denken over het ouder worden. Dit momentum is des te belangrijker naammate mensen langer moeten doorwerken en als oudere langer zelfstandig zijn en wonen.”

Dit stuk heeft me aan het nadenken gezet over de rechterlijke organisatie. Door de centrale sturing en eenheidsmal moet elke rechter evenveel zittingen doen. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de werklast en in de taken. Men is rechter of senior rechter en de laatste mag van geluk spreken als hij een eigen strafkamer heeft. Meestal niet, omdat de leiding dat niet altijd zo stuurbaar vindt. Veel senioren, en omdat de helft senior rechter is, moeten we, zeker bij de hoven, uitgaan van de meerderheid van rechters boven de 50-jarige leeftijd van Abraham, hebben geen onderscheidend vermogen in de organisatie. Zij gaan relatief vaak na hun 57e minder werken met behulp van regelingen op het vlak van arbeidstijdverkorting. Dit zou als kapitaalvernietiging beschouwd kunnen worden.

Er komt nog een ander punt om de hoek gluren. In mijn blog van 4 september 2012 “Tijdsdruk en routine zijn aanwinsten voor de rechtspraak” liet ik me positief uit over tijdsdruk en routine omdat deze voor de ervaren ambachtsman ruimte genereren voor andere punten van de zitting of de voorbereiding van het dossier. Ik denk dat dit onderschatte fenomeen echter geflankeerd moet worden met een evenzeer onderschat probleem in de organisatie van het rechterlijk werk. Zoals medeblogger Steenhuis recent op 15 februari stipuleerde, bestaat veel van ons werk uit standaardkoekjes. Daarom ambiëren rechters afwisseling met grote of gevoelige of andersoortige zaken dan de gewone zaken die hen wekelijks worden voorgelegd. Of het nu gaat om het werk van een advocaat-generaal bij de Hoge Raad of dat van een kantonrechter, veel werk is doorsnee en niet afwijkend van de dag ervoor. Niet zo gek, want de doorsnee conflicten tussen burgers onderling en die met de overheid vertonen veel gelijkenis. Deze monotonie wordt versterkt als de rechter of officier van justitie de leeftijd van 60 nadert of passeert. Bij het klimmen van de beroepsjaren ontstaat bij velen een begrijpelijke slijtage, geboren uit de zoveelste gewone doorsnee zitting, gevoed door het zoveelste wiel dat de jongere aanstormende leidinggevende verzint. De zon gaat op en de zon gaat onder, en veel leidt tot vermoeidheid. Dit is een individueel probleem voor vrijwel elke mens en ambachtsman of –vrouw, maar op deze plaats gaat het mij om de organisatorische oorzaken, gevolgen en oplossingen.

De lezer van mijn stukjes en stukken weet dat ik nooit enig probleem heb gehad met de ministeriële Kneuterdijk of de Raad voor de rechtspraak. Er zijn nu eenmaal beheersorganen nodig. Sinds jaren en dag zit mijn probleem in de eenvormige aansturing binnen de lokale gerechten. De centrale eenheidsworst, leidend tot een centrale organisatie van het strafproces, leidend tot een gelijke werklast voor eenieder, is volgens mij funest gebleken en heeft een klagende volksstam binnen de rechtspraak opgeleverd, die anoniem de bühne beklimt met manifesten en moord en brand schreeuwt over vermeende kwaliteitsderving. Onder het besmuikte gekuip ligt echter een probleem dat zonder meer aan de organisatie toegeschreven kan worden. De ene rechter kan nu eenmaal niet zoveel werk verstouwen als de ander, de ene rechter verliest zich nu eenmaal meer in details en in het schoonschrijven binnen de conceptvonnissen en –arresten. Deze rechters en officieren van justitie worden met een centrale werklastmal als achterblijvers getypeerd. Hun eigenstandige opvattingen van ambachtelijkheid zijn echter pleitbaar en moeten gehonoreerd worden zodat de nare uitwas van geklaag meer wordt geredresseerd. Dit redres kan alleen plaatsvinden als verschillen in werken, in opvattingen over kwaliteit worden gehonoreerd, gestimuleerd en zelfs worden toegejuicht.

Wat is nodig voor een leefbare werkgemeenschap waarin verschillende werkwijzen worden geoperationaliseerd en toch de afspraken over het jaarlijks aantal vonnissen en arresten worden gehaald?
In ‘De nieuwe kleren van de rechter’ heb ik een pleidooi gehouden voor werklastverschillen. Niet alleen de rechters die minder kunnen verstouwen dienen minder zittingen en zaken te doen, maar er dient bovenal aandacht te zijn voor beginnende en oudere rechters en officieren van justitie. Ik zie een pyrimidale opbouw voor me. De jongere rechters en medewerkers dienen minder zaken en zittingen te doen teneinde de nodige vaardigheden, ervaring, kennis en kunde te verwerven. De middenmoters in aanstellingsjaren dienen meer werklast op zich te nemen, zij zijn in de kracht van hun leven en werk en zullen op hun toppen moeten presteren. De oudere rechters en medewerkers vanaf de zestig jaar zouden minder werk moeten worden toebedeeld teneinde de vrijvallende tijd te besteden aan kennisoverdracht, het coachen en begeleiden van jongere collega’s.
Onder de middenmotors zijn er natuurlijk ook rechters die niet goed kunnen buffelen, zich vaak overbelast voelen, moeite hebben sneller een dossier door te komen, maar geen beroep kunnen doen op een van voornoemde typologieën. Ook die categorie kun je beter minder werk geven. De productieve middenmotoren vormen daarmee het hart van het productiebedrijf dat ook de rechtspraak nu eenmaal en terecht vormt. In deze categorie, die uit solidariteit met de andere minder werk verzettende collega’s meer zaakslast op hun schouders hebben rusten, verkeren de rechters die promotie maken. De rechters die terecht achterblijven aan het begin of aan het eind van hun loopbaan alsmede de rechters die persoonlijk of op grond van hun persoonlijke taakopvatting minder zaken doen, zal begrip bijgebracht moeten worden dat zij (vooralsnog) niet (meer) in aanmerking komen voor promoties.

Deze meerdeling in tempo en werklast heeft weinig met de Raad voor de rechtspraak van doen, ook nauwelijks met de lokale gerechtsbestuurders, maar vergt innovatie van de afdelings- en teamvoorzitters, durf om met gelijkblijvende financiële middelen met de genoemde categorieën magistraten te overleggen en tot afspraken te komen, zowel over de resultaatsverbintenissen op het vlak van zaakslast en kennisoverdracht als over het gesprek waarom resultaten achterblijven. Die durf is nodig omdat het zeker een generatie zal vergen om het centrale beheersingsdenken te kantelen in de richting van meer maatvoering in de wijze waarop we ons menselijk kapitaal op de meest verstandige wijze inzetten en het beeld van de lopende band langzaamaan bijstellen. Het begrip generativiteit in de rechterlijke organisatie kan hierbij van pas komen. Op deze wijze kan het plezier in het aanrijden en uitrijden van loopbanen worden vergroot, uitval en geklaag worden verminderd, en intern meer een lerende organisatie ontstaan. Wetgeving of beleid of landelijke leiding heeft hiermee geen fluit van doen, het komt aan op de individuele leidinggevende of hij zijn team of afdeling tot een bloeiender werkgemeenschap weet om te bouwen of niet. Daarbij zijn er voldoende organisatorische werkmodellen mogelijk om met innovatieve teams op een kwalitatief verantwoorde wijze tot meer en snellere zaaksafdoening te geraken om aldus te anticiperen op de generatieverschillen die zich in elke werkgemeenschap, waaronder de rechterlijke, voordoen.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 CR 14/03/2013 om 12:12

Maar als de oudere, vermoeide rechter taakverlichting krijgt, wordt het dan niet tijd voor demotie? Het is toch niet uit te leggen aan de rechter van middelbare leeftijd, die het hardst moet buffelen terwijl hij thuis ook nog de zorg heeft voor zijn kinderen en aansluitend voor zijn ouders, dat de oudere rechter langzaam naar zijn pensioen mag sukkelen maar wel het hoogste salaris krijgt?
Of liever: waarom de oudere rechter niet uitdagen om productief te blijven, bijvoorbeeld door hem een nieuw werkterrein te geven dat weer prikkelt tot nieuwe inzichten?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: