Gerd Leers en ‘ankerbaby’s’

door Ingezonden op 14/04/2011

in Buitenland, Grondrechten, Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers is met zijn neus in de boter gevallen met de Kamervragen die hij over het arrest van het Europees Hof van Justitie Ruiz Zambrano heeft gekregen. (over hetzelfde arrest zie ook de bijdrage door Tom Eijsbouts op dit weblog)

In zijn antwoorden kon hij gerust volhouden dat de gevolgen van het arrest beperkt zullen zijn voor Nederland. Hoezo?

Ruiz Zambrano betreft twee kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers uit Colombia die door een (inmiddels gedichte) maas in de Belgische nationaliteitswetgeving de Belgische nationaliteit hebben verworven. (Overigens: de achternaam van de vader is voluit ‘Ruiz Zambrano’, naar goed Spaans/Latijns-Amerikaans gebruik een dubbele achternaam samengesteld uit de achternaam van zijn vader en de achternaam van zijn moeder. Alle commentatoren die naar het ‘Zambrano’-arrest verwijzen zitten dus fout: dhr. Ruiz Zambrano en zijn kinderen zouden eigenlijk eerder door het leven gaan met– als afkorting– de achternaam van zijn vader c.q. hun grootvader: Ruiz. Hoe dan ook valt het ‘goede’ naamgebruik niet Europeesrechtelijk af te dwingen: in tegenstelling tot Garcia Avello (C-148/02), dat de Spaans-Belgische kinderen betrof van dhr. Garcia Avello en mw. Weber die naar Spaans naamrecht ‘Garcia Weber’ moeten mogen heten, ook in België, bezit geen van de leden van het gezin-Ruiz Zambrano de Spaanse nationaliteit.)

Het Europees Hof van Justitie bepaalt dat deze minderjarige EU-burgers, om een verblijfsrecht in de EU op grond van art. 20 VWEU te genieten dat niet zinsledig is, een recht hebben om begeleid en verzorgd te worden door hun ouders: de ouders moeten dus het recht hebben te verblijven en te werken in België. Het Hof heeft zoiets al eerder bepaald, bijvoorbeeld in het arrest Zhu en Chen (C-200/02) dat ging over Ierse kinderen en hun Chinese ouders die in het Verenigd Koninkrijk verblijven. Maar het baanbrekende aan Ruiz Zambrano was dat het Hof het niet nodig vond om een aanknopingspunt te vinden in grensoverschrijdende situatie, maar onmiddellijk aanknoopte bij het EU-burgerschap van de kinderen.

Gelukkig voor Leers is het grootste ophef over het arrest ontstaan over het feit dat de kinderen de Belgische nationaliteit, en daardoor het EU-burgerschap, konden verwerven ondanks het feit dat hun ouders geen Belgen waren en illegaal in België verbleven. Een kwestie van nationaliteitsrecht die op zich niets te maken heeft met het EU-recht, dus. Leers kon de Tweede Kamer er gerust op wijzen dat Nederland, en vrijwel alle lidstaten van de EU, zo’n verkrijging uitsluit. En daarbij wist hij de Europeesrechtelijke implicaties van het arrest mooi te ontwijken: dat ook al geldt dat twee niet-Nederlanders in de regel geen Nederlands kind kunnen krijgen (ex nihilo nihil fit), één Nederlandse ouder en een niet-Nederlandse ouder kunnen wel degelijk een Nederlands kind krijgen. En dan zou dat Nederlandse kind eveneens het recht hebben, volgens een redelijke lezing van Ruiz Zambrano, om beide ouders in Nederland te hebben.

Weliswaar gaf een aantal van de Kamerleden er blijk van deze nuance te snappen, zelfs Fritsma van de PVV:

Heeft u kennisgenomen van het arrest van het Europees Hof van Justitie van 8 maart 2011, waarin het Hof stelt dat Europese lidstaten illegale niet-EUburgers die kinderen hebben met de nationaliteit van het Europese land waar ze met hun ouders verblijven niet mogen uitwijzen?

Uit een voorzichtige lezing hiervan blijkt ook dat de vraag niets te maken heeft met verkrijging van nationaliteit, maar met een Europeesrechtelijk verblijfsrecht. Maar de vraag is toch emotioneel beladen tegen de ‘illegalen’ die iets krijgen waar die zogenaamd geen recht op hebben, en gaat ervan uit dat beide ouders ‘illegaal’ zouden verblijven. Europarlementariër voor de PVV Van der Stoep, daarentegen, was hier verre van genuanceerd over in een persverklaring:

Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft dinsdag de deur wagenwijd opgezet voor zogenaamde ankerbaby’s. Deze uitspraak biedt migranten de mogelijkheid om over de rug van hun kinderen een verblijfsvergunning te bemachtigen.

De pers heeft Leers hier ook een handje bij geholpen door de nadruk te leggen op het verkrijgen van het EU-burgerschap door kinderen van ‘illegale’ ouders. Het verslag in Elsevier kopte met ‘In Europa geboren kind geeft ouders verblijfsrecht’, zette hierbij een foto van gehoofddoekte mama’s, en verwees naar het Amerikaanse fenomeen van de ‘anchor babies’, nu kinderen die in de V.S. geboren worden wel degelijk automatisch de Amerikaanse nationaliteit verkrijgen.

Kennelijk reageerde Leers niet zozeer op de Kamervragen zelf, maar op de ‘publieke opinie’ over de zaak zoals die in de pers en op het internet werd weergegeven (één kenmerkende reactie op fok.nl: ‘Dus asiel aanvragen zijn overbodig geworden. Gewoon een kindje uit poepen in de EU en klaar …. ‘) Alsof de Kamervragen allemaal met de bekende formule waren begonnen: ‘Heeft u kennis genomen van het artikel….’

Hoezo zou Leers een beerput openen door in te gaan op de situatie van een kind van een Nederlandse ouder en een niet-Nederlandse ouder zonder verblijfsvergunning, als hij daar niet naar gevraagd is? Leers is hoe dan ook kennelijk van mening dat Ruiz Zambrano niet van toepassing is op zo’n situatie, en heeft inmiddels al één keer gelijk gekregen van de rechter in een zaak waarin op de valreep een beroep is gedaan op Ruiz Zambrano. Maar het valt te verwachten dat het tij zal keren.

Jeremy Bierbach

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: