Gevangen in de verdragen

door Ingezonden op 13/10/2017

in Europa

Post image for Gevangen in de verdragen

Onlangs deed President van de Europese Commissie Jean Claude Juncker de oproep om de euro de munt van de hele Europese Unie te maken. Landen zoals Polen, Hongarije, Zweden en Denemarken zouden zich zo snel mogelijk moeten aansluiten bij de euro. Zijn oproep werd met hoongelach ontvangen: waarom zouden landen hun soevereiniteit opgeven om zich bij de problematische euro aan te sluiten? Dat er nu EU-lidstaten zijn zonder de euro, blijft echter wel een probleem. Dat Juncker’s enige gereedschap in deze situatie een vrijblijvende oproep is, is echter een symptoom van een dieper probleem van de euro, namelijk dat elke verandering van de euro instemming vraagt van alle lidstaten. De euro zit gevangen in zijn eigen verdragen.

Met het VK binnenkort uit de Unie – zo is de gedachte in Brussel – kunnen we eindelijk het oorspronkelijke idee van de euro ten uitvoer brengen dat de euro de munt is voor de hele EU. De huidige situatie is inderdaad problematisch. Plannen voor het verbeteren van de euro stuiten al snel op problemen met lidstaten zonder de euro. Denk bijvoorbeeld aan het vergroten van de rol van het Europees Parlement voor de euro om de democratische problemen bij de financiële reddingsoperaties wat te verlichten. Dat stuit op het bezwaar dat veel Europarlementariërs gekozen worden door kiezers die geen direct belang hebben bij de euro. Waarom zouden Europarlementariërs uit Tsjechië of het VK mogen stemmen over zaken die hun landen niet raken? De EU lidstaten zonder de euro zien zich tegelijkertijd vaak buitengesloten, een B-clubje lidstaten wiens belangen bij Europese integratie vaak genegeerd worden. De problemen van de euro en van Europese integratie hangen dus nauw samen met de beperkte invoering van de euro.

De oproep van Juncker is gebaseerd op een juridische plicht. Volgens de regels van het Verdrag van Maastricht (1993) zijn alle EU lidstaten verplicht om zich bij de euro aan te sluiten. Alleen het VK en Denemarken zijn officieel uitgezonderd van deze verplichting. Aan de verplichting zitten alleen geen consequenties of strafmaatregelen vast. Voor de landen die onderhandelden over het Verdrag van Maastricht is dat ook niet zo gek. De twaalf lidstaten die het Verdrag van Maastricht goedkeurden en ratificeerden kozen heel bewust voor de euro. Wie koos voor Maastricht, koos de euro. Alleen het VK en Denemarken kregen een uitzonderingspositie, omdat ze anders met hun veto het verdrag zouden tegenhouden.

De problemen beginnen daarna, bij de uitbreiding van de EU. Wanneer Zweden, Finland en Oostenrijk zich in 1995 bij de EU aansluiten, krijgen zij een heel andere deal dan de oude lidstaten. Zij moeten de regels van Maastricht accepteren zonder de mogelijkheid van een officiële uitzonderingspositie. Alleen, die nieuwe lidstaten waren zich heel bewust van het feit dat de verplichting om de euro in te voeren niet kon worden afgedwongen. Dus konden ze met gerust hart toetreden tot de EU, wetende dat ze zelf konden bepalen of ze zich wilden aansluiten bij de euro. Tegelijkertijd kregen de drie nieuwe lidstaten wel een veto over nieuwe EU verdragen, net als alle andere lidstaten. Oftewel, ze kunnen veranderingen van de regels van de euro blokkeren, zonder zelf onderdeel te zijn van de euro. De groep van outsiders groeit dan echt in 2004, bij de uitbreiding van de EU naar Oost-Europa. Alleen de kleine nieuwe lidstaten omarmen enthousiast de euro, bijvoorbeeld vanwege de geopolitieke situatie in de Baltische staten.

De kern van het probleem is tweeledig. Ten eerste, dat uitbreiding van de EU plaats heeft gevonden zonder de consequenties voor de euro te overzien. Deze twee fundamentele projecten van de EU (uitbreiding en de euro) zijn vrijwel volledig los van elkaar doorgevoerd zonder veel reflectie. Ten tweede, de poging om Europese (monetaire) integratie vorm te geven alleen door middel van verdragsregels, zonder een centrale politieke autoriteit om die regels aan te passen aan de omstandigheden.

Om de problemen tussen de landen met, en de landen zonder de euro op te lossen zijn verschillende scenario’s denkbaar. Zo zou er een parlement kunnen komen speciaal voor de Eurolanden, of we zouden een gezamenlijke begroting voor de euro kunnen maken. Dat Juncker geen andere keuze heeft dan een vrijblijvende oproep tot naleving van de regels, is tekenend voor de problemen van de euro. Om de euro bestuurbaar te maken, moeten we af van de veto’s. Maar daarover heeft wel elk land een veto.

Marijn van der Sluis
Assistant Professor in EU Law aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: