God bestaat niet

door LD op 26/04/2009

in Grondrechten, Rechtspraak

Post image for God bestaat niet

In 2005 lanceerden de programmamakers Paul Jan van de Wint en Rob Muntz een zesdelige televisieserie genaamd ‘God bestaat niet’. In iedere aflevering stond een interview met een vooraanstaande wetenschapper centraal, waarin deze kritiek leverde op het fenomeen godsdienst. Ik moet zeggen: het programma zat uitstekend in elkaar. De interviews met onder andere de psychiater Andries van Dantzig, de neurobioloog Dick Swaab en de rechtspsycholoog Hans Crombag leverden hoogstaande, intelligente televisie op. Toch was het programma van meet af aan controversieel. Aan de interviews kan het toch nauwelijks gelegen hebben, al schijnen sommige orthodoxe gelovigen zelfs in de titel van het programma al een strafbaar feit te hebben gezien. De werkelijke steen des aanstoots waren echter de satirische filmpjes tussen de verschillende delen van de interviews in. Nu was het gros van die filmpjes niet veel kwetsender dan wat we in de beroemde Monty Python films over de Heilige Graal en het leven van ene Brian hebben gezien, maar toch stonden onder meer SGP, ChristenUnie en de Bond tegen het Vloeken op hun achterste benen.

De kamerleden Van der Vlies en Slob vroegen de toenmalige staatssecretaris Van der Laan van OCW om het programma te verbieden. Althans, dat was de strekking van hun kamervragen. De staatssecretaris liet destijds weten natuurlijk niet tot een dergelijke vorm van censuur te kunnen overgaan. De Bond tegen het Vloeken probeerde het met een aangifte tegen de RVU, de omroep die verantwoordelijk was voor de uitzending van het programma. Het Openbaar Ministerie zag echter geen aanleiding voor een vervolging wegens smalende godslastering, het sluimerende artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht. De Bond startte daarop een artikel 12 Sv procedure bij het Amsterdamse Gerechtshof om alsnog vervolging van de RVU af te dwingen. Daarbij richtte de Bond vooral zijn pijlen op een filmpje met daarin een aangelijnde Jezus Christus. Ik neem aan dat dit het gewraakte filmpje is.

Het Amsterdamse Hof deed op 23 april uitspraak en verklaarde het beklag kennelijk ongegrond. Het hof volgt het Openbaar Ministerie in zijn stelling dat “geen sprake is van een op verachtelijke of vernederende wijze uitlaten over een God”, dit vooral omdat “de programmamakers, gelet op de context van het televisieprogramma, een discussie (hebben) willen initieren over godsdienst in het algemeen en God in het bijzonder”. Om min of meer dezelfde reden is ook geen sprake van het delict van artikel 137e Sr, het openbaar maken van beledigende of discriminerende uitlatingen. Het hof heeft slechts twee pagina’s (pagina 1, pagina 2) nodig om tot dit stellige oordeel te komen.

Nu lijkt de uitspraak van het hof mij zonder meer juist, maar de uiterst summiere motivering is toch wat onbevredigend. Zeker wanneer we kijken naar wie de beschikking ondertekend hebben (en u weet, dat is onze nieuwste hobby). Want welke namen treffen we daar aan? In elk geval die van de Mrs. Splint en Hartsuiker, die we nog kennen van de Wilders-beschikking. Die uitspraak is toen zowel door voor- als tegenstanders van vervolging van Wilders met complimenten overladen vanwege de uitgebreide motivering van de beslissing. Leggen we de twee beschikkingen naast elkaar, dan steekt de RVU-beschikking wel heel schril af tegen haar drie maanden oudere broertje. Worden soms minder hoge motiveringseisen gesteld aan beschikkingen waarin het beklag wordt afgewezen? Nu ging het in de Wilders-zaak natuurlijk wel om enigszins andere artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, te weten artikel 137c en 137d Sr. Maar dat lijkt me eerder een kwestie van procestechniek. De Bond tegen het Vloeken had ook best aangifte kunnen doen van het beledigen van een groep gelovigen (artikel 137c), respectievelijk het aanzetten tot haat jegens die gelovigen (artikel 137d). Nu we in het filmpje getrakteerd worden op twee aangelijnde Christi, die ook nog besluiten te gaan paren, en uiteindelijk worden weggejaagd door een ‘moslimhond’, lijkt me dat geen volstrekt onbegrijpelijke redenering. In de Wilders-zaak was overigens ook een beroep op artikel 147 Sr gedaan, naar het hof besloot uitsluitend naar artikel 137c en 137d te kijken. Zoveel verschil is er dus nu ook weer niet tussen de RVU-zaak en de affaire-Wilders. In beide zaken staat het kwetsen van gelovigen centraal.

Natuurlijk zou het al een beetje helpen als artikel 147 Sr gewoon geschrapt wordt. Derhalve tot besluit: ceterum censeo articulum CXLVII esse delendum.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: