Godfather: staat of roversbende?

door GB op 28/02/2009

in Recensies

The Godfather I hoeft geen introductie. Het verhaal van de de maffiafamilie die of ten onder moet gaan of zich aan drugshandel moet wijden is bekend. De twee ontwikkelingen in de film ook: Don Vito Corleone moet accepteren dat zijn mores de tijd niet overleven en Micheal die als frisse ik-ga-het-allemaal-anders-doen-jongen begint, maar uiteindelijk verder gaat waar zijn vader eindigde.

Vanuit constitutioneel perspectief zijn vooral twee dingen interessant. Allereerst is er de verwevenheid van de maffiawereld met de bovenwereld. Een mooi voorbeeld daarvan doet zich voor bij de ‘vergadering’, belegd om de orde en de rust in de maffiawereld weer een beetje te herstellen.

BARZINI: We’re all grateful to Don Corleone for calling this meeting. We all know him as a man of his word — a modest man — he’ll always listen to reason…

TATTAGLIA: Yes, Don Barzini — he’s too modest. He had all the judges and politicians in his pocket. He refused to share them…

VITO CORLEONE: When — when did I ever refuse an accommodation? All of you know me here — when did I ever refuse? — except one time. And why? Because — I believe this drug business — is gonna destroy us in the years to come. I mean, it’s not like gambling or liquor — even women — which is something that most people want nowadays, and is ah forbidden to them by the pezzonovante of the Church. Even the police departments that’ve helped us in the past with gambling and other things are gonna refuse to help us when in comes to narcotics. And I believed that — then — and I believe that now.

BARZINI: Times have changed. It’s not like the Old Days — when we can do anything we want. A refusal is not the act of a friend. If Don Corleone had all the judges, and the politicians in New York, then he must share them, or let us others use them. He must let us draw the water from the well. Certainly he can — present a bill for such services; after all — we are not Communists.

Zou dat bij de JSF ook zo gaan? Deze jongen kon pas onlangs voor 30 jaar worden opgeborgen, nadat hij jarenlang niet veroodeeld kon worden omdat getuigen opeens het leven lieten en procedures om onduidelijke redenen in de la verdwenen.

In de tweede plaats is de confrontatie tussen Michael en zijn geliefde Kay interessant. Michael groeit toch steeds meer in de maffiawereld, terwijl Kay een normaal burgerleven leidt. Michael doet dan een poging om zijn handelwijze op te poetsen.

MICHAEL: I’m working for my father now, Kay. He’s been sick — very sick.

KAY: But you’re not like him, Michael. I thought you weren’t going to become a man like your father. That’s what you told me…

MICHAEL: My father’s no different than any other powerful man — (then, after Kay laughs) — Any man who’s responsible for other people. Like a senator or a president.

KAY: You know how naive you sound? Senators and presidents don’t have men killed…

MICHAEL: Oh — who’s being naïve, Kay?

Michael stelt zich dan eigenlijk de vraag die vooral op naam van Augustinus staat. Deze schreef – vooral om de Romeinen te bashen – : Remota iustitia quid sunt regna nisi magna latrocinia? (Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?) (De Civitate Dei (IV, 4)) Wanneer is een maffiabende gewoon een staat geworden?

Tenslotte is vergelijking met de flim Lifeboat (hieronder) mogelijk. In The Godfather I lijkt toch vooral de klassieke perceptie van een polis te heersen. Statische verhoudingen en de gerechtigheid is erop gericht dat ieder het zijne krijgt. In Lifeboat wordt de staat op een heel andere manier bij elkaar gehouden. Meer de insteek van het gezamenlijke belang, contractsdenken en veel dynamischer. Vandaag leider, morgen overboord.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: