Goed, beter, BESt?

door LD op 10/03/2010

in Haagse vierkante kilometer

Gisteren stemde de Tweede Kamer over een heel pakket wetsvoorstellen dat ervoor moet zorgen dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de ‘BES-eilanden’) vanaf 10 oktober 2010 kunnen gaan functioneren als ‘bijzondere gemeenten’ binnen het Nederlandse staatsbestel. Formeel worden zij openbare lichamen in de zin van artikel 134 van de Grondwet, maar materieel moet dat neerkomen op niet-provinciaal ingedeelde gemeenten waarvoor in verband met de specifieke kenmerken van de eilanden, hun grote afstand tot Europa en een hele reeks andere factoren wel afwijkende regels kunnen worden gesteld. De wetten die gisteren zijn aangenomen zijn onder meer de Wet openbare lichamen, de Wet financiën openbare lichamen, de Invoeringswet openbare lichamen, de Aanpassingswet openbare lichamen, de Wet bescherming persoonsgegevens BES en de Wet tot wijziging van de Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland. De Tweede Kamer is overigens nog lang niet klaar. Onder meer een voorstel van rijkswet tot wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen moet nog behandeld worden. Zonder deze wijziging van het Statuut zijn de nu aangenomen BES-wetten zinledig. En uiteraard moet de Eerste Kamer zich nog over de BES-voorstellen buigen.  Volgens goed gebruik zal zij onder meer de rechtmatigheid van de voorstellen toetsen. En daarover is zeker met betrekking tot het wetsvoorstel tot wijziging van de Kieswet wel het een en ander te doen geweest. Daarover werd op dit blog al eerder bericht.

Het staatsrechtelijke probleem met het Kieswetvoorstel was dat het de Eerste Kamer voortaan mede wilde laten verkiezen door de leden van de eilandsraden van de drie eilanden. Dat verdraagt zich echter niet met artikel 55 Grondwet, dat toch immers klip en klaar stelt dat de leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van provinciale staten. Eilandsraden zijn geen provinciale staten. Het tweede probleem was dat het wetsvoorstel het kiesrecht voor de eilandsraden ook toekende aan niet-Nederlanders die gedurende tenminste vijf jaar rechtmatig op de eilanden verblijven. Op het eerste gezicht een logische bepaling. In Nederland hebben niet-Nederlanders immers al jaren stemrecht bij de verkiezingen voor de gemeenteraden. Strikt juridisch bezien is een eilandsraad weliswaar geen gemeenteraad, maar het komt een eind in de richting. Het toekennen van kiesrecht aan buitenlanders leek daarmee goed te verdedigen, ware het niet dat de medaille ook nog een andere zijde had. De eilandsraden zouden voortaan – het is reeds gereveleerd – mede de Eerste Kamer verkiezen. Niet-Nederlanders zouden daarmee indirect invloed krijgen op de samenstelling van één van de beide Kamers der Staten-Generaal. In het verleden was dat nu juist voor een meerderheid in het parlement reden om principieel geen kiesrecht aan niet-Nederlanders toe te kennen bij de provinciale statenverkiezingen. Het Kieswetvoorstel was bovendien discriminerend: buitenlanders op de BES-eilanden kregen onder bepaalde voorwaarden wel invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer, maar de vele duizenden buitenlanders die in het ‘Europese’ Nederland wonen en aan dezelfde voorwaarden van rechtmatig verblijf voldoen, kregen dat niet. Dat botst frontaal met het openingsartikel van onze Grondwet.

Klaarblijkelijk dacht de regering dat het voorstel ondanks deze evidente ongrondwettigheden wel door de Tweede Kamer geloodst kon worden. Het tegendeel bleek waar. Tijdens een wetgevingsoverleg op 18 januari van dit jaar stuitte staatssecretaris Bijleveld op een constitutionele coalitie van CDA, VVD en SP. Tijdens dit overleg moest de bewindsvrouw door het stof:

“Wij hebben het net al even gehad over artikel 55 GW. Dat schrijft verkiezing van de Eerste Kamer door de Provinciale Staten voor. De heren Van Bochove, Remkes en Van Raak hebben mij erop gewezen dat het in strijd met deze bepaling is om het kiesrecht voor de Eerste Kamer aan de leden van de eilandsraden te geven. Ik heb tot nu toe overwogen dat het kiesrecht op grond van de Grondwet en internationale verdragen zwaarder moest wegen dan de letter van de Grondwet. Ik begrijp dat dit op bezwaren stuit. Zoals ik al heb aangekondigd in het algemene deel, aangehaakt bij de motie-Remkes, is een wijziging van artikel 55 GW in de maak. Mijn voornemen is met zo veel woorden om het kiesrecht voor de Eerste Kamer ook aan de eilandsraden toe te kennen. Als die bepaling tot stand is gekomen, staat niets aan de inwerkingtreding van het voorgestelde artikel Ya 22 in de weg. Om spanning met de Grondwet te voorkomen, vind ik het verstandig dat dit artikel pas in werking treedt als de Grondwet is aangepast. Daartoe dien ik een dezer dagen een nota van wijziging van de Kieswet voor de BES-eilanden in, die het mogelijk maakt dat dit artikel pas in werking treedt als artikel 55 GW is aangepast.”

En aldus geschiedde. Zo was één probleem uit de weg geruimd. Het andere probleem bleef echter bestaan: wat te doen met het onderdeel van het wetsvoorstel dat het kiesrecht voor de eilandsraadsverkiezingen onder voorwaarden toekent aan niet-Nederlanders? De staatssecretaris verdedigde dit onderdeel met verve en herhaalde keer op keer dat zij er zeer sterk aan hechtte dat niet-Nederlanders stemgerechtigd zouden zijn. Een amendement van het lid Remkes, dat het kiesrecht wilde beperken tot mensen met de Nederlandse nationaliteit, werd door haar ontraden. Helaas voor de staatssecretaris haalde dit uiteindelijk weinig uit. Tijdens de stemming gisteren schaarde een meerderheid van de Tweede Kamerleden zich achter het voorstel van Remkes. Een gedetailleerd stemmingsoverzicht was ten tijde van het schrijven van deze bijdrage nog niet beschikbaar, maar het lijkt me waarschijnlijk dat in elk geval CDA, VVD, SP en PVV het amendement steunden.

Is het voorgaande nu reden voor een klein feestje, nu de Tweede Kamer – de Kamer die je kon laten geloven dat zwart eigenlijk wit was – opeens een gedegen constitutionele toetsing blijkt te kunnen uitvoeren? Dat lijkt me wat voorbarig. Weliswaar zijn twee onrechtmatigheden uit het wetsvoorstel verwijderd, maar daarmee zijn we er nog niet. Wanneer we het voorstel tot wijziging van artikel 55 Grondwet kunnen verwachten, is – zeker nu het kabinet demissionair is en de formatie na 9 juni moeilijk belooft te worden – onduidelijk. Ook het gegeven dat veel buitenlanders in Nederland wel mogen stemmen voor de gemeenteraad en buitenlanders op de BES-eilanden straks niet voor ‘hun’ eilandsraden kan niet tot tevredenheid stemmen. Als het alsnog indelen van de BES-eilanden bij een provincie geen optie is (en die deur is overzees al behoorlijk hard dichtgeslagen), dan lijkt heropening van het debat over het toekennen van kiesrecht aan niet-Nederlanders bij de verkiezingen voor de provinciale staten (uiteraard onder voorwaarden) een noodzakelijkheid. Immers, als daartoe overgegaan wordt, vervalt het principiële bezwaar tegen verlenen van indirecte invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer aan bijvoorbeeld Venezolanen en Colombianen die ingezetene van Bonaire zijn. Die invloed komt dan ook in Nederland woonachtige Irakezen, Bosniërs en Amerikanen toe. PvdA, D66 en GroenLinks hebben zich in het verleden voorstander getoond van het uitbreiden van het kiezerskorps bij de statenverkiezingen. Daarvoor is uiteraard een wijziging van de Grondwet nodig. Nu het met de constitutionaliteit van het Kieswetvoorstel wel goed zit en de Eerste Kamer zich dus op andere aspecten kan gaan richten, is het misschien wel een idee om dáár het debat over Grondwetswijziging te openen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: