Graaiende zorgbestuurders overgeleverd aan Spekman

door GB op 11/01/2013

in Rechtspraak

Post image for Graaiende zorgbestuurders overgeleverd aan Spekman

Sinds begin dit jaar gelden wettelijke maatregelen tegen topinkomens in de publieke sector. Kort en goed: geen bestuurders die op onze kosten boven de Balkenende-norm zitten. Wie op dit moment meer graait, krijgt vier jaar respijt maar ziet zijn salaris dan toch echt afgebouwd naar waar een minister-president het mee moet doen. Tegen deze regels een procedure aanspannen ligt – zacht gezegd – publicitair gevoelig. Toch durfde de belangengroep van zorgbestuurders (NVZD) meteen bij de rechter aan te kloppen voor bescherming van hun preferente positie aan de staatsruif. Het recht belooft immers iedereen ‘het zijne’ te geven. Waarom dan niet ook als dat jaarlijks een paar ton gemeenschapsgeld is?

Dit soort zaken verloopt in Nederland over de band van artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM: het recht op eigendom. Dat begrip is ruim genoeg om ook aanspraken op toekomstig loon te omvatten, en je kunt natuurlijk niet zomaar eenzijdig iemands salaris halveren omdat de Socialistische Partij kwaad is. Wie zo’n procedure echt goed wil aanpakken, schakelt Barkhuysen als advocaat in. Maar die had de Staat reeds geadviseerd. Dus weken de zorgbestuurders uit naar De Gaay Fortman van Houthoff. Vandaag deed de voorzieningenrechter uitspraak: nul op het rekest.

De uitspraak bevat grotendeels de vertrouwde staatsrechtelijke mantra’s waarmee een rechter laat weten zich bewust te zijn van het politieke karakter van de zaak. Hij begint dan alinea’s lang over de hoge toetsingsmaatstaven, zijn staatsrechtelijke positie en de beleidsvrijheid van de wetgever. Zo ook hier, en met effect. In reactie op het vonnis laat de NVZD weten: ‘Wat ons op het eerste gezicht opvalt, is dat de rechter aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid geeft en kennelijk geen ruimte ziet de NVZD in het gelijk te stellen.’

Die formulering suggereert dat de voorzieningenrechter Van der Ham het op zich wel eens was met de zorgbestuurders. Daarvan blijkt echter weinig in het vonnis. Weliswaar wordt er wel getoetst aan artikel 1 EP EVRM, maar daarbij knoopt de voorzieningenrechter de zorgbestuurders intelligent op aan hun eigen stellingen of aan het gebrek aan betwisting van die van de Staat. De rechter constateert dat a) niet is betwist dat optreden tegen maatschappelijk onaanvaardbare salarissen in het algemeen belang is, dat b) niet is betwist dat de Balkenende-norm een maatschappelijk aanvaardbare salaristop voor de zorgsector is, c) dat sommige bestuurders desondanks meer toucheren maar dat d) de gemiddelde zorgbestuurder slechts vier jaar op zijn plek blijft zitten.

Waarna de zaak eigenlijk inhoudelijk verdampt. De overige argumenten hadden weinig juridisch vlees aan de verontwaardigde botten.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 4 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: