‘Gun arbeidsmigranten hun mobiliteit’

door Ingezonden op 13/09/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for ‘Gun arbeidsmigranten hun mobiliteit’

Het heeft wel het nieuws gehaald toen Minister Kamp in april van dit jaar aangaf geen tewerkstellingsvergunningen meer te willen verlenen voor Roemenen, Bulgaren en niet-EU-burgers. De Nederlandse arbeidsmarkt diende in principe alleen nog open te staan voor EU-burgers met het recht om vrij te werken, en er moest meer worden gedaan om Nederlandse uitkeringstrekkers aan het werk te zetten. Met name de tuinders maakten zich kwaad hierover, en die hadden een punt– er is bijna geen Nederlander te vinden die aardbeien wil plukken.

Iemand die deze ontwikkelingen volgt in de pers zou wellicht vergeten dat arbeidsmigratie om meer gaat dan laaggeschoolde arbeid. Bij het woord ‘migratie’ al denken de meeste Nederlanders alleen aan ‘gelukszoekers’ uit ontwikkelingslanden. De ‘expat’ daarentegen heeft nogal meer glans. Maar expats zijn óók arbeidsmigranten. Ze worden weliswaar in de watten gelegd bij hun aankomst, in tegenstelling tot de arme stakkers die in de rij moeten wachten bij de IND en daartegen moeten procederen, maar aan het einde van de dag zijn expats ook arbeidsmigranten die onder dezelfde wetten vallen: de Wet arbeid vreemdelingen en de Vreemdelingenwet.

De pers heeft weinig verslag gedaan van een andere wijziging die Kamp tegelijkertijd in april aankondigde: voortaan zouden arbeidsmigranten niet na drie jaar, maar pas na vijf jaar vrij zijn op de arbeidsmarkt. Hiervoor is een wetswijziging vereist, geen simpele beleidswijziging, omdat de Wet arbeid vreemdelingen bepaalt dat wie drie jaar lang houder is van een ‘voor arbeid geldige verblijfsvergunning’ de aantekening krijgt op zijn verblijfsvergunning ‘Arbeid vrij toegestaan.Tewerkstellingsvergunning niet vereist.’

Op een expat-forum over juridische vraagstukken waar ik weleens advies geef zijn veel kennismigranten (de naam van de regeling waarbij vreemdelingen die een jaarsalaris van meer dan € 50.000 verdienen versneld een verblijfsvergunning krijgen) in rep en roer over deze ontwikkeling. Velen werden hoe dan ook kort na hun aankomst onaangenaam verrast door het feit dat ze niet vrij zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt: de Engelse standaardvertaling voor ‘kennismigrant’, ‘highly skilled migrant’ draagt mijns inziens bij aan een misverstand bij velen dat zij erg gewild zijn door Nederland als individuen met waardevolle kennis. Niet echt, leg ik telkens uit: je bent gewild omdat een Nederlandse werkgever bereid is zoveel geld voor je neer te tellen. De kennismigrantenregeling dient het belang van jouw werkgever, niet dat van jou of van de Nederlandse economie in het algemeen.

Dus deze kennismigranten hebben tot nu toe tenminste wat gehad om naar uit te kijken: na drie jaar een verblijfsvergunning met de vrijheid waar dan ook te werken, mits ze daaraan maar voldoende verdienden om in hun levensonderhoud te voorzien (aanzienlijk minder dan het salariscriterium voor de kennismigrantenregeling, ongeveer € 13.000 bruto voor een alleenstaande), en wel met duurzame arbeidscontracten. (Deze vrijheid onder voorwaarden is in zekere zin een voorproefje op de onvoorwaardelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd – of naturalisatie tot Nederlander – die arbeidsmigranten na vijf jaar rechtmatig verblijf en een inburgeringstoets kunnen aanvragen.) Sommige kennismigranten keken ernaar uit om te switchen naar een even goedbetaalde baan, maar dan zonder dat moeilijke moment bij het sollicitatiegesprek waarin ze aan moeten geven dat de nieuwe werkgever verantwoordelijk is voor hun verblijfsvergunning. Sommige kennismigranten beginnen al de burn-out te krijgen van hun hoogbetaalde banen en willen echt rustiger aan doen of een lager betaalde baan bij een ngo aannemen. Anderen zien de bui al hangen van komende ontslagrondes bij hun huidige werkgever, of voelen al druk van hun werkgever om bij een andere afdeling in een ander land te gaan werken, terwijl ze eigenlijk in Nederland willen blijven.

Allemaal zijn ze nu zwaar teleurgesteld dat ze pas na vijf jaar hun vrijheid kunnen krijgen, als Kamp zijn zin krijgt.

Het wetsvoorstel is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer maar er is al een debat geweest. Hierin komt de ratio van het voorstel aan de orde: er wordt geïnsinueerd door ministers Kamp en Leers dat er teveel nep-kennismigranten worden binnengehaald. Het vaak herhaalde voorbeeld is dat van de Chinese kok die een salaris ter hoogte van € 60.000 krijgt, maar na drie jaar, als die eenmaal vrij is op de arbeidsmarkt, ineens het ‘marktconforme’ salaris verdient dat je zou verwachten.

Die zíjn er zeker (je kunt zulke gevallen vinden in de gepubliceerde jurisprudentie, tenminste van ‘kennismigranten’ die geen typische ‘kennisbanen’ hebben) maar nergens geven de ministers aan hoe wijdverspreid dit fenomeen zou zijn: kennelijk hebben ze het nooit grondig onderzocht. (En hoe dan ook: de rijke restauranteigenaar die zijn neefje koste wat kost binnen wil halen als duurbetaalde kok zal vast bereid zijn het toneelstuk vijf jaar lang op te voeren in plaats van drie.)  Evenmin hebben zij onderzocht wat de negatieve gevolgen van deze verhoging zou zijn. Het enige Kamerlid in het debat dat een lans (of een tandenstoker) breekt voor de mobiliteit van arbeidsmigranten is Verhoeven (D66); echter, zijn pleidooi blijkt uiteindelijk te draaien om het verminderen van de bureaucratische rompslomp die voor arbeidsmigranten vereist is en de kosten daarvan.

Ik stel: als het kabinet Nederland aantrekkelijk wil maken voor arbeidsmigranten die een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse economie, gun hun hun mobiliteit eerder en niet later. Banen voor het leven bestaan nauwelijks meer, en zelfs bij een baan voor drie jaar bij één werkgever kan bij menigeen de verveling toeslaan. Zeker bij de ‘gewilde’ creatieve, hoogopgeleide mensen. En is het niet wenselijker dat de kennis en ervaring die een migrant bij zijn eerste Nederlandse werknemer opdoet binnen Nederland blijft dan dat de arbeidsmigrant zich gedwongen voelt naar een ander land uit te wijken?

Jeremy Bierbach, juridisch adviseur vreemdelingen- en vrijeverkeersrecht en promovendus Europees constitutioneel recht aan de UvA

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: