Haagse taferelen XX: hoofdelijke hoofdpijn (slot)

door LD op 22/08/2013

in Haagse taferelen, Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht

Post image for Haagse taferelen XX: hoofdelijke hoofdpijn (slot)

Bij een hoofdelijke stemming brengt ieder individueel Kamerlid zijn of haar stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ te roepen. Dergelijke stemmingen kunnen dus enige tijd in beslag nemen, nu er 150 Tweede Kamerleden zijn en 75 senatoren. Hoofdelijke stemmingen komen mede daardoor niet heel vaak voor. In de Tweede Kamer wordt doorgaans gestemd door handopsteken, terwijl de Eerste Kamer voor stemmen bij zitten en opstaan kiest. Vaak wordt om hoofdelijke stemming verzocht op het moment dat het om omstreden voorstellen gaat of de voor- en tegenstanders elkaar nagenoeg in evenwicht houden. Het is belangrijk hierbij in ogenschouw te nemen dat ieder Kamerlid het grondwettelijke recht heeft om hoofdelijke stemming te vragen. Artikel 67, vierde lid, van de Grondwet bepaalt heel duidelijk dat een dergelijke stemming plaatsvindt wanneer één lid dit verlangt.

Theo Hendriks was een Tweede Kamerlid dat dit nogal eens verlangde, vaak tot grote ergernis van de overige aanwezigen. Hendriks was in 1994 in de Kamer gekozen voor het Algemeen Ouderenverbond (AOV) en we zijn zowel hem als zijn partij in een eerdere bijdrage al eens tegengekomen. Betrokkenen zullen ongetwijfeld met weinig plezier op deze periode terugkijken, want het was al snel een complete chaos binnen de AOV-fractie. Omdat Hendriks te solistisch zou optreden werd hij al na enkele maanden uit de fractie gezet. Hendriks ging verder als de groep-Hendriks en bleek goed te zijn in het stellen van vragen die bij menigeen tot irritaties leidden, maar voor liefhebbers van het staatsrecht eigenlijk best interessant zijn. Zo wilde hij onder meer weten of Koningin Beatrix de Britse nationaliteit heeft. Achtergrond van deze vraag is een oude Britse wet uit de 18e eeuw, de Sophia Naturalization Act uit 1705, die aan alle protestantse nakomelingen van Sophia van Hannover de Britse nationaliteit toekende. De wet stond in rechtstreeks verband met de Britse troonsopvolging – Sophia was de moeder van de latere Koning George I – en werd in 1948 vervangen door de British Nationality Act 1948. Personen vóór 1948 geboren behielden echter hun nationaliteit. Dat maakt de oude wet relevant voor Beatrix (geboren in 1938), als afstammeling van Sophia, maar niet voor Willem-Alexander (geboren in 1967).

Hendriks was zeker niet de eerste die de kwestie van de nationaliteit van Beatrix aankaartte. Eerder had hoogleraar Jessurun d’Oliveira dat al gedaan, en zelfs hij was niet de eerste. Ook na de vragen van Hendriks is de kwestie nog wel eens ter tafel gekomen, bijvoorbeeld eind 2008, toen het Kamerlid Dibi (GroenLinks) schriftelijke vragen stelde naar aanleiding van het constante gezeur over dubbele nationaliteiten. Opmerkelijk is dat zowel premier Kok in 1997 als minister Van der Laan in 2009 een direct antwoord op de vraag vermeden. Hendriks kreeg weer wel antwoord op zijn originele vragen over het optreden van de landsadvocaat. Het Kamerlid wilde – kort gezegd – weten of de landsadvocaat, zijnde de vertegenwoordiger van de Staat in een procedure, wel een standpunt mag innemen dat in strijd is met het geldend recht, aangezien de Staat toch gehouden is het geldend recht te handhaven. Mag de landsadvocaat het belang van zijn cliënt (i.e. de Staat) dan boven het openbaar belang stellen? Het antwoord op deze diepere filosofische vragen was van een Hollandse nuchterheid: of een standpunt in strijd is met het geldend recht, wordt beoordeeld door de behandelend rechter, de landsadvocaat neemt natuurlijk nooit expres een ‘fout’ standpunt in en in een procedure tegen de Staat vallen het belang van de Staat als cliënt en het openbaar belang samen. Wat de achtergrond van de vragen was, is mij overigens niet bekend.

Terug naar de hoofdelijke stemmingen, het hoofdonderwerp van deze bijdrage. Hendriks vroeg daar vaak om. In november 1994 vroeg hij bijvoorbeeld zonder motivering hoofdelijke stemming aan over vijf tijdens een debat over kernenergie ingediende moties. De Kamervoorzitter legde geduldig uit dat ieder lid natuurlijk het recht had om hoofdelijke stemming te vragen, en dat dit ook gehonoreerd zou worden als het verzoek ongemotiveerd was, maar dat de Tweede Kamer ook gebruiken had. Een zo’n gebruik was dat hoofdelijke stemmingen beperkt bleven tot zwaarwichtige punten of gevallen waarin stemming bij handopsteken geen duidelijke uitslag had opgeleverd. De Kamervoorzitter had succes, want Hendriks bond in. Twee weken later had hij minder succes, want over het verdrag tot oprichting van de Wereld Handelsorganisatie moest en zou volgens Hendriks hoofdelijk gestemd worden. Volgens hem zou toetreding tot de WTO geen echte vrijhandel brengen en het zelfbeschikkingsrecht van het Nederlandse volk aantasten. Daarom stemde hij gelet op artikel 97 van de Grondwet tegen de goedkeuring. Een merkwaardige redenering, want bedoeld artikel 97 gaat over de krijgsmacht. Het wetsvoorstel tot goedkeuring werd met 110 tegen 10 stemmen aangenomen.

In de voorgaande gevallen ging het nog om wetsvoorstellen en moties waarbij Hendriks in het gezelschap van andere tegenstemmers verkeerde. Er waren echter ook gevallen waarin Hendriks tijdens de hoofdelijke stemming geen enkele medestander had. Bij de behandeling in november 1997 van een wetsvoorstel over de verlenging van de zittingsduur van een aantal gemeenteraden, in verband met de herindeling van de betreffende gemeenten, vroeg hij om hoofdelijke stemming over een amendement van zijn hand. De latere minister Maria van der Hoeven wilde weten of dat nu echt nodig was, aangezien het duidelijk was dat alleen Hendriks vóór het amendement zou stemmen. Maar Hendriks handhaafde zijn verzoek en was ook niet onder de indruk van het argument van Frans Weisglas dat bepaalde collega’s de trein moesten halen. Het amendement werd met 119 stemmen tegen 1 verworpen. De Kamervoorzitter verzuchtte dat hij niet het idee had “dat de grondwetgever dit recht in de Grondwet heeft verankerd voor deze doelstellingen”.

Maar had kon nog een tikje bonter. Negen dagen eerder had Hendriks namelijk om hoofdelijke stemming gevraagd over een amendement waarvan duidelijk was dat met algemene stemmen zou worden aangenomen. Dit gebeurde tijdens een debat over het voorstel voor een Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen. Een amendement van PvdA’er Martin Zijlstra regelde dat ook weduwen die in het huwelijk waren getreden met veteranen nadat deze hun diensttijd vervulden recht op een uitkering hadden. Hendriks vond het een prachtig amendement:

“Ik zal met bijzonder veel genoegen stemmen voor het amendement-Zijlstra c.s. op stuk nr. 17, omdat het de rechtvaardigheid ten opzichte van alle weduwen van veteranen bevordert. Ik acht het zeer belangrijk dat er voor de weduwen van de inmiddels 30.000 overleden veteranen parlementaire duidelijkheid is. Daarom vraag ik een hoofdelijke stemming over het amendement op stuk nr. 17”.

Het eigenzinnige Kamerlid bleek echter wel voor rede vatbaar. Zijlstra en de Kamervoorzitter konden hem ervan overtuigen dat je ook een krachtig signaal kunt afgeven aan een grote groep weduwen door een amendement zonder hoofdelijke stemming aan te nemen. De Handelingen melden dat applaus klonk na de woorden van Hendriks dat hij zijn verzoek om hoofdelijke stemming introk.

Er zijn geen serieuze pogingen gedaan om het individuele Kamerlid zijn recht op hoofdelijke stemming te ontnemen. In het hiervoor besproken geval van de zittingsduur van gemeenteraden beende PvdA-fractievoorzitter Wallage nog wel verontwaardigd naar de interruptiemicrofoon met het verzoek aan het Presidium de regels over hoofdelijke stemmingen te heroverwegen. Het was hem blijkbaar ontgaan dat er ook nog zoiets is als de Grondwet. Die zal gewijzigd moeten worden om lichtvaardige hoofdelijke stemmingen te voorkomen. Maar wat is in dit verband lichtvaardig? Het enige echte bezwaar tegen een hoofdelijke stemming is dat zo’n stemming zo lang duurt. Maar dat is weer op te lossen door met de tijd mee te gaan en elektronisch te gaan stemmen.

Dit is voorlopig de laatste bijdrage in de serie Haagse taferelen. Nieuwe afleveringen zullen op onregelmatige tijden verschijnen. Lezers die een gastbijdrage willen schrijven kunnen contact opnemen met de redactie: redactie@publiekrechtenpolitiek.nl

In de serie Haagse taferelen gaat Publiekrecht & Politiek op zoek naar de verhalen achter het staatsrecht en de politiek. Vergeten, bijna vergeten en allerminst vergeten gebeurtenissen uit de rijke parlementaire geschiedenis worden voor het voetlicht gebracht.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JADB 25/08/2013 om 12:14

Waar is de like-button?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: