Heel Belangrijke Zaken

door JAdB op 28/10/2015

in Bestuursrecht, Grondrechten, Rechtspraak

Post image for Heel Belangrijke Zaken

Wanneer iemand in een doorsnee zaak tegen een doorsnee-besluit wenst op te komen bij de bestuursrechter, moet hij bij dat besluit een direct geraakt, actueel belang hebben waarmee hij zich in voldoende mate onderscheidt van andere mogelijk belanghebbenden. Voldoet diegene niet aan dat vereiste, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Niet getreurd! De civiele rechter kan als “restrechter”, zoals bestuursrechtjuristen wat oneerbiedig zeggen, altijd nog rechtsbescherming bieden.

Deze ontvankelijkheidsregel (art. 8:1 jo. 1:2 Awb) geldt ook voor heel spannende, niet-doorsnee zaken die veel media-aandacht genereren. De bestuursrechtspraak vindt het soms jammer dat die zaken niet kunnen worden behandeld vanwege ontvankelijkheidsgebreken. Het gaat immers om typisch bestuursrechtelijke zaken die bij de bestuursrechter thuishoren, niet bij de civiele rechter. Die heeft doorgaans minder expertise. Het is vaak ook duurder om bij de civiele rechter te procederen (verplichte procesvertegenwoordiging, hogere griffierechten). Bovendien verwacht de samenleving een inhoudelijke uitspraak van de bestuursrechter. Het is niet goed voor de beeldvorming wanneer, nadat door de media een enorme hype is opgebouwd rondom de aanstaande uitspraak, de rechter een “niet-ontvankelijk” uitspreekt.

In de Zwarte Pietenzaak heeft de Afdeling de mogelijkheid gecreëerd om Heel Belangrijke Zaken, waarin het beroep eigenlijk niet-ontvankelijk moet worden verkaard, toch inhoudelijk te behandelen. Deze escape geldt dus niet voor doorsnee-zaken.

In de Haaksbergense zaak met betrekking tot het ongeval met een monstertruck heeft de rechtbank Overijssel gemeend deze escape te moeten gebruiken. Zoals ik eerder al schreef, was het de vraag of de bezwaarmakers (en later: de appellanten) wel ontvankelijk waren in hun bezwaar/beroep. De rechtbank heeft daar ook haar twijfels bij. Dan volgt, na een expliciete verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling in de Zwarte Pietenzaak, de motivering om het beroep toch te behandelen (de nummering van de argumenten is van mijn hand):

Hiertoe overweegt de rechtbank dat in dit geval

1. bij meerdere personen sprake is van ernstig letsel ten gevolge van het ongeval. Voor de slachtoffers van het ongeval zijn fundamentele rechten, zoals het recht op leven en het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, in het geding.

2. Verder vereist het belang van de veiligheid van bezoekers van evenementen zoals ‘Auto- en motorsportief’ dat op effectieve wijze moet kunnen worden getoetst of verweerder met het belang van de veiligheid voldoende rekening heeft gehouden. Het antwoord op de vraag hoe een burgemeester in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden dient te beoordelen of de veiligheid van bezoekers van een evenement voldoende is gewaarborgd, is een zaaksoverstijgend belang, niet slechts voor de burgemeester van Haaksbergen, maar ook voor andere burgemeesters. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aanvaardbaar dat een strikte toepassing van het begrip belanghebbende van artikel 1:2 van de Awb er toe leidt dat het belang van de veiligheid van bezoekers naar aanleiding van de verlening van een evenementenvergunning in een bestuursrechtelijk geschil niet aan de orde zou kunnen worden gesteld.

3. Hierbij komt dat de toetsing van besluiten als waarvan hier sprake is door de wetgever bij uitstek is voorbehouden aan de bestuursrechter.

Ik ben kritisch op deze argumentatie. Het eerste argument stelt dat fundamentele rechten “in het geding” zijn. Maar de aantasting van deze rechten heeft al plaatsgehad. Het gaat de slachtoffers er niet om ervoor te zorgen dat de aantasting van deze rechten wordt weggenomen (in dat geval zou ik me meer bij het argument kunnen voorstellen), maar dat de overheid schadevergoeding betaalt voor de fouten die hebben geleid tot deze aantasting. Het tweede argument gaat op voor alle bestuursrechtelijke zaken met betrekking tot besluiten van decentrale overheden. Het derde argument is op zich juist, maar hier kan tegenin worden gebracht dat de wetgever de toetsing van dit soort besluiten heeft willen voorbehouden aan de bestuursrechter, indien een belanghebbende beroep instelt. In andere gevallen heeft de bestuursrechter volgens de wetgever zich nergens mee te bemoeien.

Eigenlijk komt de argumentatie erop neer dat het hier gaat om een heel belangrijke zaak. Daar wil de bestuursrechter best tijd voor vrijmaken, ten koste van de rechtsmacht van de civiele rechter.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Martin Holterman 30/10/2015 om 19:42

Interessant om te zien dat het referendum over het EU-Oekraine associatieverdrag blijkbaar geen Heel Belangrijke Zaak is…

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=85581

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: