‘Heel, héél erg dom’

door PWdH op 02/01/2010

in Haagse vierkante kilometer

Niet gewoon dom maar ‘heel, héél erg dom’: met het Wildersproces in aantocht (20 januari) rijdt de thans freischwebende denktank Ankersmit nog maar eens over het hof Amsterdam heen. Na wat inleidende beschietingen over het onderscheid tussen het beledigen van personen en van ‘abstracta’ als religie (vergelijk de berichtgeving over de gezwel-uitspraak op dit blog) en de merites van Wilders’ vergelijking van de koran en Mein Kampf komt het.

Het Amsterdamse hof waagt zich met zijn vervolgingsbevel op de stoel van de politiek (terwijl de rechterlijke macht de politieke kaste telkens terecht het omgekeerde verwijt maakt). Anders dan het weigerachtige OM maakt het hof zich zo al evenzeer als de politiek schuldig aan ‘gulzig bestuur’. Onze overheid lijdt aan een niet te stillen bemoeizucht, hetgeen volgens Ankersmit reeds volgt uit de sinds de jaren zeventig in zwang geraakte instrumentele tak van het recht, bekend onder de naam ‘bestuursrecht’. Terwijl het bestuursrecht naar verluidt bescherming beoogt te bieden tegen al te willekeurige bemoeizucht.

Hoe dan ook, het hof maakt zich schuldig aan maakbaarheidsdenken:

‘Zo heeft klaarblijkelijk ook het Amsterdamse hof geconstateerd dat Wilders Nederlandse burgers tegen elkaar opzet, en daaruit geconcludeerd dat het zijn plicht is om met de hem ter beschikking staande middelen daar iets tegen te doen.’

Volgens een andere criticus ging het daarbij zelfs zo ver dat het zonder wettelijke grondslag het begrip ‘haatzaaien’ in elkaar knutselde. Het recht is er volgens Ankersmit echter om de verhoudingen tusen (rechts-)personen te ordenen, niet om de ideale samenleving te scheppen. Dat is aan het publieke debat en de eventueel daaruit voortvloeiende politieke besluitvorming. Aan Wilders met name, want als we Ankersmit mogen geloven geldt voor politici in het algemeen dat ‘zij jaar op jaar, verkiezing op verkiezing als irrelevant ter zijde schuiven wat een significante meerderheid van het electoraat wenst’, hetgeen de vertrouwensbreuk tussen kiezer en gekozene zou verklaren.

De op de volgende pagina’s afgedrukte bewerking van de lezing ‘Het democratisch afval‘ van de zelfbenoemde ‘verburgerlijkte intellectueel van proletarische afkomst’ Ger Groot sluit hierbij haast naadloos aan. Hij betoogt dat we van de inwoners van pakweg Geuzenveld niet kunnen eisen dat zij zich schikken in ‘het fraaie discours van het centrum, waarin zij allang niet meer kunnen geloven’. Zij en hun spreekbuis Wilders moeten zo serieus worden genomen

‘dat wij daarmee en daartegen in gesprek gaan: weerspreken wat weersproken moet worden en beamen wat verdiend te worden beaamt. Geen imaginair excuus van “hellend vlak” mag ons daarvan weerhouden. Tenslotte is iedere politiek een hellend vlak, en is de helling misschien wel het wezen van de politiek – zo niet van de menselijke conditie tout court‘.

Geen imaginair excuus mag ons daarvan weerhouden; een rechterlijke uitspraak waarbij een politieke opvatting buiten de orde wordt verklaard zou daaraan al evenmin in de weg moeten staan.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: