Help, het waterschap verzuipt!

door GB op 25/04/2010

in Decentralisatie

Het zal weinigen ontgaan zijn, maar de waterschappen worden al een tijdje gedemoniseerd in de politiek. Ook de huidige verkiezingsprogramma’s staan weer vol plannen om ze op te doeken. De kritiek bedient zich van drie hoofdargumenten: 1. waterschappen kosten geld, 2. waterschappen zijn bestuurlijke drukte en 3. niemand stemt bij hun verkiezingen. Dat zijn nogal genante vertoningen geworden met nauwelijks serieus te nemen opkomstcijfers. Van dat laatste argument is opvallend dat juist politieke partijen daarmee komen. Er stemmen nog altijd veel meer mensen tijdens de waterschapsverkiezing dan er lid zijn een politieke partij.

En los daarvan: waarom zijn lage opkomstcijfers eigenlijk een democratisch probleem? Democratie laat zich definiëren als een manier om zonder bloedvergieten een nieuwe leider in het zadel te kunnen helpen en als een manier waarop grote groepen burgers op grote issues sturen. Democratie wordt dan niet gemeten aan de mate waarin iedereen ieder vier jaar zichzelf afvraagt hoe de verhouding muskusratten/dijkverzwaring eruit moet zien. Als je niet stemt omdat je geen klachten hebt over het waterschap en ook geen hekel hebt aan je dijkgraaf (gesteld dat je weet wie dat is), wat is daar dan mis mee? Eigenlijk weinig. Laten we het eens omdraaien: hoe lager de opkomst, hoe beter het het betreffende orgaan kennelijk in staat is om luisteren naar de kiezer en hoe beter de dijkgraven aanvoelen wanneer hun tijd om te vertrekken gekomen is. Thuisblijvers zijn voorstemmers, heette dat vroeger.

Waterschappen hebben hier in het heetst van deze politieke strijd natuurlijk weinig aan. Zij zijn aangewezen op een keiharde publiciteitscampagne. Onlangs stond er een waterschapbestuurder in de krant die veelbetekenend verwees naar het feit dat de Fransen ten tijde van hun bezetting van Nederland alles hebben verbeterd, maar de waterschappen ongemoeid hebben gelaten. Van der Pot leest in de Franse afzijdigheid echter niet onmiddelijk een bewijs van kwaliteit. Het Handboek Staatsrecht ziet er bewijs in voor de ongelooflijke complexiteit van de waterschappen, vooral destijds. De Fransen waren immers niet bang om fors het mes te zetten in middeleeuwse staatsinrichting, maar durfden het niet aan om te sleutelen aan de obscure mechanismen van het waterbeheer. De kroonprins zal wellicht de versie die uitgaat van Franse bewondering ondersteunen. Toen hij zich bij het 10-jarig jubilieum van het waterschap in Flevoland nauwelijks verholen aansloot bij de waterschapslobby, vertelde hij van Fransen die heel bewonderend in Nederland waren komen kijken toen bij hen de boel ondergelopen was. Om de meer trans-atlantisch georiënteerden erbij te houden: bewonderaars uit New Orleans waren net vertrokken.

Niet alleen de politieke partijen, maar ook de provincies zien weinig bestaansreden meer voor hun functioneel gedecentraliseerde broer. Voor provincies gaan – tot op zekere hoogte – dezelfde bezwaren op, maar ze kiezen toch maar voor de vlucht naar voren. En ze zullen de tijd niet vergeten zijn dat de waterschappen de provincies overbodig vonden. Bij de gebruikelijke bezwaren voegt het inter-provinciaal overleg nog een listig ander argument:

Volgens het IPO hoeft de Grondwet voor dit plan niet te worden gewijzigd. Keereweer: „De provincies hebben het recht om waterschappen op te richten en op te heffen, en de grenzen te bepalen.” Wel zou de Waterschapswet moeten worden gewijzigd.

Is dat zo? Daar kunnen we het hier even over hebben.

Om deze kwestie af te pellen eerst twee parallele stellingen: 1. de Grondwet vereist wel dat er provincies en gemeenten zijn en 2. de Grondwet maakt productschappen enz. slechts mogelijk maar vereist ze niet. De tweede stelling is volgens mij onbetwist, maar ten aanzien van de eerste bestaat verschil van mening. Van der Pot en Kortmann vinden van wel, maar Peters, bijvoorbeeld, van niet. Zie zijn oratie. Ik denk dat de Grondwet wel degelijk geschonden wordt als er geen provincies en gemeenten meer zijn. Artikel 123 Grondwet spreekt eerst van het opheffen van gemeenten, en dan van het instellen van nieuwe. Artikel 134, waar de productschappen op rusten, heeft het over instellen en opheffen. Bovendien is het toch moeilijk denkbaar dat de gedetailleerde regeling van de artt. 123-133 alleen maar ‘voor het geval dat’ zijn. Zeker als daar de bepaling bijhoort waarin een gemeentelijke en provinciale huishouding ‘wordt overgelaten’ aan de bijbehorende besturen. Als de Grondwet staatstaken decentraliseert, of mogelijk zelfs een bestaande decentralisatie in stand houdt, dan is het logisch dat de Grondwet daadwerkelijk ‘gemeenten’ vereist voor de behartiging van die taken.

De vraag is dan: schuiven we de waterschappen onder de gemeenten en provincies, of zijn het een soort productschappen die naar believen ook weer kunnen verdwijnen. Ik denk het eerste. Ook van waterschappen stelt de Grondwet dat provincies die kunnen ‘opheffen en instellen’ in plaats van andersom, zoals bij de productschappen. Bovendien worden ze, naast provincies en gemeenten expliciet benoemd in de tekst van de Grondwet en de titel van Hoofdstuk 7. Het artikel over productschappen is ook vrijblijvender dan het artikel over waterschappen. (‘kunnen’ versus ‘geschieden’) (h/t LD voor het verzamelen van mogelijke argumenten)

Ik denk dus dat waterschappen even grondwettelijk vereist worden als provincies. Tegelijk heb ik er ook niet echt een beslissend argument voor (of tegen) kunnen vinden. Iemand?

{ 11 reacties… read them below or add one }

1 CS 25/04/2010 om 10:54

De tekst van de Grondwet gaat uit van het bestaan van waterschappen (meer dan één dus). Het opheffen van alle waterschappen lijkt dus onverenigbaar met de huidige tekst van de Grondwet. Hoe het echter ook zij, de Grondwet verzet zich zeker niet tegen het terugbrengen van het aantal waterschappen van 27 naar 2. Is dat geen pragmatische gedachte?

2 Bob Maasen 26/04/2010 om 01:16

Veel van de taken van het waterschap behoeven geen democratisch gelegitimeerd waterbelang. Zo democratisch is het bestuur trouwens niet gelet op oa de kwaliteitszetels.
De zuivering van het afvalwater -een bedrijfsmatige activiteit- bijvoorbeeld beslaat ongeveer 40-50% van de waterschapsbegroting. Een voorstel is om deze activiteit samen met de gemeentelijke rioleringszorg op afstand te plaatsen (overheids-NV).

Het watersysteembeheer maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. De grote uitdagingen op het gebied van water liggen vooral in samenhang met RO, economie en natuur. Ik ben er wel voor om een wateraanvoerproject voor de landbouw af te laten wegen tegen een fietspad tbv recreatie. Het waterschap is hiervoor een sta-in-de-weg.

Wat betreft de dijken? Een kleine 10% van de waterschapsbegroting gaat naar waterveiligheid (keringen ed).

Door deze operatie kan het nodige bij provincie en waterschap verdwijnen (denk aan stafdiensten, bestaande overlap in waterkennis)

Zonder grondwetswijziging is volgende redenering is mogelijk.
Art 133 Gw gaat uit van het bestaan van waterschappen en dat ze een bestuur hebben. Het toezicht op de waterschappen ligt in principe bij de provincie. De Gw gaat mi uit van het bestaan van waterschappen (zonder dat dit landsdekkend hoeft te zijn).

Door in de Waterschapswet de verkiezingen te schrappen en een driehoofdig (?) bestuur te laten benoemen door de provincie (GS/PS) wordt voldaan aan de Grondwet. Het waterschap functioneert dan als een uitvoeringsorganisatie. Anders dan bij gemeenten en provincies zijn de ambten van het waterschap niet in de Grondwet opgenomen.

Kortom het verhaal van Gelders gedeputeerde Keereweer is zo gek nog niet…

3 JAdB 26/04/2010 om 11:09

Art. 123 en art. 133 Gw gaan er van uit dat er gemeentes resp. waterschappen bestaan. Dat zie ik wel. Maar dat uitgangspunt van de Grondwet(gever) maakt nog niet dat er ook een verplichting zou bestaan om die gemeentes en waterschappen in stand te houden. Die verplichting is grammaticaal in ieder geval niet in de bepalingen te lezen.

4 John Steegh 26/04/2010 om 12:31

In het politieke geweld van deze dagen waarin de waterschappen met simpele pennestreken van tafel worden geveegd zal deze juridische discussie over wel of niet móeten bestaan van waterschappen geen grote rol spelen. Kennelijk hebben de waterschappen het even gedaan voor de dames en heren politici (zijnde die 2% van de bevolking die lid van een politieke partij, waarvan maximaal 10% actief aan de besluitvorming mee doet).

Achterliggende vraag zou moeten zijn: waarom hebben we eigenlijk waterschappen? Omdat Nederland voor een groot deel zou worden weggespoeld door zee- en/of rivierwater als daartegen geen bescherming was. Dat dat de afgelopen twee eeuwen maar één keer echt is gebeurd (1953) heeft alles te maken met het feit dat we specifiek voor watertaken betálen (en er toen nog veel te veel amateuristische waterschappen waren). De waterschapsbelastingen waarvan de opbrengst maar aan dat ene doel besteed mag worden vormen de basis om verwaarlozing te voorkomen en ons droge voeten te garanderen. En om het water schoon te krijgen en te houden, want bij die heffing speelt het zelfde.

De crux is nu, dat iedere overheid met zo’n doelheffing de taak naar behoren zou kunnen uitvoeren, ook provincies, maar dat de ervaring leert dat algemene bestuurders altijd wegen weten te vinden om doelheffingen toch voor andere dingen uit te geven. Het is niet voor niets dat de Vereniging Eigen huis nog steeds geen proefproces durft te starten tegen gemeenten die de opbrengst van de bouwleges voor andere doeleinden gebruiken. Dus moet er niet alleen specifiek geld geheven worden voor veiligheid en schoon water, maar moet er ook een bestuur zijn dat er op gemaakt is het alleen aan dat doel te besteden: het waterschapsbestuur. Voor droge voeten en schoon water heb ik wel € 23 mln. over.

Of zouden de politieke partijen ineens van de waterschappen afwillen omdat ze bij de waterschapsverkiezingen verrassend hebben verloren van WaterNatuurlijk, de ‘groene’ (natuur) en ‘blauwe’ (sportvissers) waterschappers die – gesteund dor D66 en GroenLinks – de meeste zetels haalden in wat geacht werden boerenrepublieken te zijn?

In ieder geval wil ik graag kunnen blijven zeggen: ik ben van na de Watersnoodramp en dat wil ik graag zo houden!

John Steegh, voorzitter WaterNatuurlijk Zuid-Holland

5 GB 26/04/2010 om 13:04

@John Steegh

Ben het volledig met je eens dat er veel te weinig is gesteld, laat staan gebleken om de waterschappen op te heffen.

Maar ik weet niet hoe sterk het overstroom-argument nu precies is, zeker niet in verband met Frankrijk, New Orleans en 1953. Ging het daar niet telkens om buitendijken en zijn die in Nederland niet voorwerp van zorg voor Rijkswaterstaat? Over die buitendijken hebben we sinds 1953 niet veel meer gehoord. Ik kan me nog wel herinneren dat we ooit eens vol spanning voor een doorbraak in Ochten hebben gevreesd? Viel die dijk onder het betreffende waterschap?

6 JAdB 26/04/2010 om 14:00

De watersnood van 1916 mag niet worden vergeten.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Stormvloed_van_1916

7 Rove (niet Karl) 26/04/2010 om 18:24

Mijn vertrouwen in waterschappen (if any) is sterk afgenomen sinds ik kennis mocht nemen van de uitspraak van de vzr. van de rechtbank Den Haag d.d. 11 november 2008 (LJN: BG3907). In die procedure vorderde de Stichting “Wij vertrouwen stemcomputers niet” in kort geding dat enkele waterschappen en de Unie van waterschappen geen gebruik zouden maken van stembiljetten ten behoeve van de toen nog aanstaande waterschapsverkiezingen.

De Stichting haalde (zoals bekend) al vaker overwinningen op dit vlak; ik mag dankzij deze stichting nog steeds met het rode potlood stemmen. De stichting besloot zijn pijlen te richten op de waterschapsverkiezingen. Zij betoogde en onderbouwde dat het stemgeheim bij deze niet gewaarborgd was. De voorzieningenrechter overwoog in de eerste plaats dat het stemgeheim een beginsel betreft van hoge orde. Dit komt (ook) tot uiting in de Kieswet, de Grondwet en de belangrijke grondrechtenverdragen. (…) Op de waterschappen rust de positieve verplichting om aan dit beginsel recht te doen, aldus de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de Stichting evenwel af. Maar helaas niet omdat de voorzieningenrechter het stemgeheid voldoende gewaarborgd achtte. Integendeel, zo blijkt uit rov. 4.13:

“De voorzieningenrechter is, gelet op het voorgaande, in elk geval niet zonder meer overtuigd geraakt van de onjuistheid of ongegrondheid van de bezwaren van de stichting. Er is ten minste aanleiding voor twijfel hierover.”

Anders gezegd: ook de voorzieningenrechter betwijfelde of het stemgeheid voldoende gewaarborgd was. Helaas zag de voorzieningenrechter toch onvoldoende aanleiding een zeer verstrekkende maatregel waarom werd verzocht in kort geding toe te wijzen (de verkiezingen stond voor de deur; de biljetten waren al verzonden).

Noem mij een stemgeheimfundamentalist, maar tot de dag van vandaag heeft het zeer verbaasd dat deze uitspraak nagenoeg geen publiciteit heeft verkregen. De toch zorgwekkende constatering van de voorzieningenrechter heeft voor zover mij bekend niet tot een publieke reactie geleid. Een dergelijke constatering zou naar mijn overtuiging bij de verkiezingen die wel ergens toe doen op aanzienlijk meer weerstand hebben kunnen rekenen.

Rove

8 Bob Maasen 26/04/2010 om 23:39

@John Steegh

“De waterschapsbelastingen waarvan de opbrengst maar aan dat ene doel besteed mag worden vormen de basis om verwaarlozing te voorkomen en ons droge voeten te garanderen.”

Het is altijd dit ene argument. Nog geen 10% van de begroting van een willekeurig waterschap gaat naar waterveiligheid. De primaire keringen worden overigens gefinancierd door het Rijk.
De toepassing van een bestemmingsheffing is wel degelijk controleerbaar door bijvoorbeeld de inspectie VenW. Die 23 mln EUR is een fabeltje. Een korte blik op een willekeurige begroting van een waterschap leert dat alleen de begrotingspost ‘bestuur’ tussen de 3 en 5 miljoen bedraagt en dan hebbne we het niet over de overige stafdiensten. In Nederland hebben we 26 waterschappen…

Het probleem is dat de waterschappen steeds verder van hun oorspronkelijke taak zijn komen af te staan. De oplossingen voor de wateropgaven liggen niet binnen het watersysteem.

Overigens gaat de vergelijking tussen de bestemmingsheffing met de bouwleges behoorlijk mank. Zie hieronder:
In het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 1981, nummer 20 037 (BNB 1981/142*) is onder meer overwogen:
‘dat noch in de Verordening noch in de gemeentewet steun is te vinden voor de opvatting dat voor de verschuldigdheid van leges wegens de verlening van een bouwvergunning vereist is dat door of vanwege de gemeente meer of andere diensten worden verricht, zoals het verrichten van controlewerkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van de bouw en het zich doen overleggen en beoordelen van de daarvoor benodigde tekeningen en berekeningen;
dat veeleer uit de geschiedenis van de geldende wettelijke regeling inzake de heffing van leges door gemeenten blijkt dat de wetgever geen rechtstreeks verband tussen de hoogte van de leges en de omvang van de ter zake van gemeentewege verrichte diensten heeft willen eisen…’

En de Hoge Raad citeert in zijn uitspraak van 04-02-2005, LJN AP1951, de memorie van toelichting en antwoord bij de Gemeentewet (Kamerstukken II 1990/91, 21 591, nrs. 3 en 7):
“het totaal van de geraamde baten van de rechten die in een verordening zijn geregeld, en het totaal van de geraamde lasten die de werkzaamheden meebrengen waarvoor deze rechten geheven worden”. Daarbij gaat het (in de bewoordingen van de memorie van toelichting) “derhalve niet om het kostendekkingspercentage per
dienst of groep vandiensten, maar om de kostendekking van alle in de verordening opgenomen diensten”, waaraan de memorie van toelichting toevoegt dat indien “door een gemeente verschillende rechten worden gecombineerd in een verordening”, zoals te dezen het geval is, beoordeeld moet worden “of de kostendekking van de gehele verordening niet boven de 100% uitgaat”.

9 John Steegh 01/05/2010 om 01:29

@ GB:
De buitendijken zijn doorgaans niet in beheer bij Rijkswaterstaat, maar bij de waterschappen. Wel betaalt het Rijk tot nu toe de versterking van de buitendijken, maar de waterschappen hebben in het kader van de Operatie Storm (opgezet vóórdat de heroverwegingswerkgroepen in opdracht van de regering draconische bezuinigingen voorstelden) aangeboden de kosten van versterking, beheer en onderhoud van de buitendijken van het Rijk over te nemen. Besparing voor het Rijk: circa € 80 mln.
De dijk bij Ochten was in 1995 inderdaad bij het waterschap in beheer; het was kantje boord, maar de dijk is overeind gebleven en iedereen heeft er weer eens van geleerd dat zekerheden op watergebied voor niemand bestaan. Maar zónder waterschappen zouden de dijken net als elders in Europa geknapt zijn.

@JAdB:
1916 mag inderdaad niet vergeten worden, maar was – omdat die kleine waterschappen de kracht van opstuwend water in de Zuiderzee nooit zelfstandig konden weerstaan – tegelijk aanleiding voor de afsluiting van de Zuiderzee en het ontstaan van ons enige serieuze zoetwaterbekken, het IJsselmeer.

@ Rove:
Als gevolg van een andere rechterlijke uitspraak worden bij waterschapsverkiezingen geen stemcomputers meer gebruikt, maar kan er alleen per post gestemd worden. Daardoor is het wel een stuk ingewikkelder geworden, wat mede verklaart waarom de ‘opkomst’ in 2008 opnieuw tegen viel en er veel te veel ongeldige stemmen zijn uitgebracht. Vandaar de voorkeur van Water Natuurlijk voor koppeling van de volgende directe verkiezingen voor het waterschap met die voor de gemeenten (in 2014) of desnoods voor de provincies (in 2015). Koppeling van gemeenteraadsverkiezingen met die voor het waterschap hebben in het verleden uitstekend gewerkt. Nog in het vorige decennium haalde het waterschap Zeeuwse Eilanden bij koppeling met raadsverkiezingen een hogere opkomst (>50%) dan sommige gemeenten zelf! Rode-potlood-stemmen snapt iedereen, dus doen.

@ Bob Maasen:
Aangezien ook de waterkwaliteitsheffingen doelheffingen zijn gaat het niet om 10% van de waterschapsbegrotingen, maar om meer dan 90%.
Het juridische argument omtrent de bouwleges kan ik moeilijk beoordelen, maar ik weet uit ervaring (wethouder) dat gemeenten nooit door de Inspectie VROM op de vingers worden getikt als ze leges voor bouwactiviteiten heffen die ver boven een dekkingsgraad van 100% uitgaan, gewoon omdat moeilijk te bewijzen is wat “100%” is.
En wat er aan bestuurskosten bij de waterschappen wordt uitgegeven weet ik ook niet precies, maar het sommetje is niet moelijk te maken: een dijkgraaf kost ongeveer € 150.000 (maal 26 = € 4 mln.), gemiddeld 5 heemraden kosten ongeveer € 60.000 per stuk (maal 26, maal 5 = € 8 mln.) en ondersteuning daarvan, voor zover niet mede voor directie enz, nog eens de helft daarvan = € 6 mln. Samen dus € 18 mln. Voor nog eens € 5 mln. kun je de verkiezingen organiseren, zo kom je op € 23 mln. Zo’n dramatisch fabeltje is het dus niet; zelfs als er een plus bij gezet moet worden van 50% is het niet meer dan € 40 mln. Dat blijf ik een acceptabel bedrag vinden, voor als gezegd: droge voeten en schoon water!

John Steegh
voorzitter WaterNatuurlijk Zuid-Holland

10 R. van der Kooi 13/05/2010 om 09:16

Decentralisatie is weghalen van het veld. De bureaucratie, actie- en reactietijd op zal toenemen en het contact met de waterhuishouding afnemen. Zonder waterschap zullen er minder mensen specifiek opgeleid worden en zal er kennis langzaam verdwijnen. Er zal bij de provincie iemand aangesteld worden die kan besturen maar misschien totaal geen kennis heeft van of band heeft met waterbeleid. Hij/zij zal beslissingen baseren op andere zaken dan droge aardappels of natte voeten alleen, hij zal zichzelf en de financien moeten verantwoorden naar zijn baas.
En verder: als Jantje heel goed is met computers en 20 euro per uur vraagt maar ik vraag Pietje met veel minder kennis die maar 10 euro per uur kost maar die er vervolgens 3 keer zo lang mee bezig is….ben ik dan echt aan het besparen??
De vaste lasten zullen misschien voordeliger worden maar zodra er iets aan de hand is betalen we dubbel en dwars de prijs!

11 Jan Qwert 14/03/2015 om 10:50

In de grondwet staat niet dat en waterschap een afzondelijke bestuurslaag moet zijn en mag daarom samenvallen met de provincie. Een bezwaar van de huidige waterschapsstructuur is dat het bestuur wordt gedomineerd dsoor de asgrarische sector die de kosten zoveel mogelijk afwentelt op de burgers. Bovendien, de taken van het waterschap zijn van nationaal belang, de huidige versnippering over 26 waterschappen is nadelig en achterhaald.

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: