Herhaalde advisering door de Raad van State

door MN op 02/02/2012

in Haagse vierkante kilometer, Uitgelicht, Varia

Post image for Herhaalde advisering door de Raad van State

Op woensdag 1 februari had de nieuwe vice-president van de Raad van State Donner zijn eerste werkdag. Ik stel me zo voor dat hij, nadat hem de fietsenstalling en de koffieautomaat waren gewezen, zijn eerste dossier in handen kreeg. Wellicht ging het om het te verwachten verzoek van de Eerste Kamer om voorlichting over het gewijzigde voorstel voor de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. Dat voorstel zal hem bekend zijn voorgekomen, want hij heeft het in een vorige carrière zelf ingediend.

Sinds de herziening van de Wet op de Raad van State per 1 september 2010 kunnen beide Kamers de Afdeling Advisering van de Raad van State rechtstreeks benaderen met een verzoek om voorlichting over “aangelegenheden van wetgeving en bestuur”. Voordien verkeerden de advies-begerige Staten-Generaal in een afhankelijke positie. Onder de oude wet kon uitsluitend de regering om herhaald advies vragen. Parlementaire verzoeken om van die mogelijkheid gebruik te maken, werden vaak afgewezen. Het uitgangspunt was dat verzoeken om herhaalde advisering slechts werden ingewilligd als door ingrijpende wijzigingen het karakter van het wetsvoorstel zou worden of zijn veranderd. Deze gedragslijn was eerder uitgezet door de Interdepartementale Commissie voor de Harmonisatie van Wetgeving – een in 1980 ingestelde commissie die aan de wieg van de Aanwijzingen voor de regelgeving heeft gestaan. In die Aanwijzingen is de gedragslijn dan ook opgenomen.

In het verleden strandden diverse pogingen van (leden van) de Eerste Kamer om de Raad van State opnieuw te laten adviseren op deze gedragslijn. Illustratief is de gang van zaken rondom de Wet afbreking zwangerschap, begin jaren ’80 van de vorige eeuw. Dat wetsvoorstel zorgde voor zoveel verdeeldheid, dat zowel de vraag om een tweede advies als de weigering daarvan niet uitsluitend draaiden om de ingrijpendheid van veranderingen die het wetsvoorstel sinds het eerste advies had ondergaan. Begin jaren ’90 leidde de patstelling over de grondwettigheid van amendementen op de nieuwe Mediawet weer tot een verzoek om herhaalde advisering. De Eerste Kamerleden die een tweede advies verzochten, hadden een sterke troef in handen: in correspondentie tussen vice-president van de Raad van State (brief) en de minister-president (brief) werd vastgesteld dat het “nauwelijks denkbaar” was dat herhaalde advisering zou uitblijven als “ernstige twijfel” was opgeroepen over de verhouding tussen wijzigingsvoorstellen en de Grondwet, het Statuut of verdragen. De regering weigerde evenwel: de gedragslijn had slechts betrekking op de fase dat het wetsvoorstel nog in behandeling was bij de Tweede Kamer.

Een enkele keer werd een Eerste Kamer-verzoek om herhaalde advisering over een ingrijpend geamendeerd voorstel wel ingewilligd – en dat leidde prompt tot intrekking van het wetsvoorstel. Een recenter voorbeeld van een tweede advies dat is uitgebracht op verzoek van de Eerste Kamer betreft de zogeheten Voetbalwet. Bij de behandeling van het voorstel in de Tweede Kamer werd het behoorlijk veranderd. Vooral de bij amendement geïntroduceerde avondklok voor minderjarigen voedde twijfel over de EVRM-conformiteit van het voorstel. De CDA-fractie in de Eerste Kamer vroeg de ministers Ter Horst en Hirsch Ballin daarop te bevorderen dat de Raad van State een tweede advies over het wetsvoorstel zou uitbrengen. De ministers sputterden eerst wat tegen, maar gaven uiteindelijk toe.

Sinds 1 september 2010 is het gesteggel met de regering over de vraag of een wetsvoorstel ingrijpend is gewijzigd, verleden tijd. De Tweede en de Eerste Kamer hebben nu rechtstreekse toegang tot de Raad van State. De Tweede Kamer richtte zich in februari 2011 voor het eerst met vragen over een “aangelegenheid van wetgeving en bestuur” tot de Raad. Ook de Eerste Kamer gaat deze nieuwverworven bevoegdheid nu inzetten. Er zijn twijfels over de verdragsconformiteit van enkele bij amendement ingevoegde bepalingen in het wetsvoorstel over de topinkomens in de (semi-)publieke sector. Een voorlichting door de Afdeling advisering van de Raad van State is gewenst “gelet op het aanzienlijke aantal aangenomen amendementen en de nota’s van wijziging. De amendementen en nota’s van wijziging zouden in het bijzonder ook getoetst moeten worden aan de reguliere criteria die de Raad van State en de Eerste Kamer aanleggen bij de toetsing van wetsvoorstellen (waaronder interne consistentie, samenhang etc.)”, zo stelde de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken in de vergadering van 31 januari vast. Naar verwachting zal de plenaire vergadering van 7 februari een voorlichtingsverzoek aan de Raad van State doen uitgaan.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 Yoeri Roosendaal 02/02/2012 om 19:38

Het venijn van deze bijdrage zit voor de verandering eens in de staart én de kop. Voormalig minister Donner zit als vice-president van de Raad van State in de Afdeling Advisering die straks om voorlichting wordt gevraagd. Aangezien hij zich als minister tijdens de wetgevingsprocedure al over de amendementen heeft uitgelaten, zal hij zich mijns inziens als lid van de Afdeling moeten verschonen omdat anders zijn onpartijdigheid in gevaar komt (art. 27e Wet RvS).

MN, waar haal jij trouwens vandaan dat de Eerste Kamer zich zorgen maakt over de verdragsconformiteit van de aangenomen amendementen?

2 MN 03/02/2012 om 10:50

@Yoeri Roosendaal: het ligt inderdaad voor de hand dat Donner zich verschoont. Ik ben benieuwd of de voorlichting daar straks ook uitdrukkelijk melding van maakt.
Mijn bronnen zijn de korte aantekeningen van de vaste commissie voor BZK/AZ. Daaruit valt echter, anders dan ik hierboven deed voorkomen, niet op te maken dat de commissie twijfelt aan de verdragsconformiteit van de aangenomen amendementen. De tekst is daarom aangepast (doorgehaald en direct aansluitend een citaat uit de korte aantekening van 31 januari 2012). Dank voor je opmerkzaamheid.

3 GB 03/02/2012 om 11:02

En we kunnen kijken of en zo ja hoe de voorlichting verschilt van de standpunten die minister Donner over al die amenendementen heeft ingenomen. Zegt niet alles, maar toch iets.

Valt trouwens nog te achterhalen wie in de commissie begonnen is over die voorlichting? Als dat dan ook nog een CDA’er is…

4 MN 03/02/2012 om 12:01

@GB: Ja, dat is een CDA-er: blijkens de korte aantekening van 24 januari 2012 is mevrouw Van Bijsterveld met het idee van een voorlichting op de proppen gekomen.

5 GB 03/02/2012 om 12:50

Aha. En wie door de parlementaire stukken in de Tweede Kamer heen bladert ziet Donner als minister zich het vuur uit de sloffen lopen om de boel te ontraden vanwege grote bezwaren.

Als het niet te absurd was, dan zou je haast vermoeden dat Donner zijn in de Tweede Kamer verloren strijd voortzet door een verzoek om voorlichting in te steken…

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: