Herrie in de Senaat V?

door Redactie op 15/06/2010

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Herrie in de Senaat V?

Vandaag vergadert de Eerste Kamer voor het eerst sinds de spraakmakende Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni. Meer dan in voorgaande jaren het geval was zal de aandacht bij de komende formatie uitgaan naar de Senaat en zijn leden. Ga maar na: de voorzitter van de Eerste Kamer heeft netjes zijn – uiteraard vertrouwelijke – advies aan de Koningin uitgebracht, een senator van VVD-huize is benoemd tot eerste informateur en een van de grotere obstakels voor regeringsdeelname van de PVV betreft het feit dat deze partij niet over een vertegenwoordiging aan het Binnenhof 22 beschikt. En terwijl de aandacht van het land zich richt op de onderhandelingen mag demissionair minister Hirsch Ballin van Justitie zich melden in de Eerste Kamer voor maar liefst twee mondelinge overleggen, een met de vaste commissie voor de JBZ-Raad en een met de vaste commissie voor Justitie.

Een persberichtje op de Europapoort – de Europese website van de Eerste Kamer – suggereert dat de bewindsman weer eens wat uit te leggen heeft. Eind vorig jaar ging de minister opzichtig en opzettelijk de fout in door het wettelijk vastgelegde instemmingsrecht van de Kamer te schenden bij Europese besluitvorming in de JBZ-Raad. Dit weblog volgde de kwestie toen op de voet. Hirsch Ballin kwam er destijds opmerkelijk goed vanaf: na wat papieren verontwaardiging heen en weer liet de Eerste Kamer de zaak rusten. Ditmaal heeft de minister volgens de vaste commissie voor de JBZ-Raad niet de wet geschonden, maar zijn woord. Hirsch Ballin had namelijk in een gesprek met de commissievoorzitter toegezegd “dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon niet mocht leiden tot een verminderde informatievoorziening van de Kamer. Zouden onvoldoende documenten uit Brussel ontvangen worden, dan zou de Nederlandse regering bijspringen”. Het gestand doen van deze toezegging blijkt echter problematisch.

Enig speurwerk op de Europapoort leert ons dat de commissie voor de JBZ-Raad tot haar spijt had moeten constateren dat de informatievoorziening van de Kamer(s) sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 minder goed is dan daarvoor het geval was. Uit een brief gedateerd 13 april 2010 blijkt dat de commissie het tegenwoordig zelfs moet doen met documenten die haar ‘via onofficiële weg’ bereiken. Ook constateert de commissie dat bepaalde documenten die uit Brussel zouden moeten komen helemaal niet uit Brussel komen. Het gaat om documenten van de Raad waaruit de stand van zaken van de onderhandelingen te construeren valt. Aan de hand van deze Raadsdocumenten kan worden vastgesteld welke wijzigingen in aanhangige voorstellen worden voorgesteld en doorgevoerd. Met deze informatie kan een nationaal parlement proberen de eigen regering in de Raad bij te sturen. Maar dan moet het wel over deze documenten beschikken. En wie zei er ook al weer: als u het niet van Brussel krijgt, dan krijgt u het van mij? Juist. Wie 1 en 1 kan optellen weet wat het antwoord van Hirsch Ballin zou moeten zijn op het verzoek van de commissie voor de JBZ-Raad om met betrekking tot door deze commissie in behandeling genomen voorstellen “Raadsdocumenten bij de geannoteerde agenda’s voor de JBZ-Raad te voegen, zoals dat vóór 1 december 2009 ook steeds het geval was”.

Helaas blijkt de politieke factor bij dit soort simpele optelsommen nog wel eens roet in het eten te kunnen gooien. De brief die de minister terugstuurde kan namelijk in één zin worden samengevat als “ik doe mijn toezegging gestand, maar u krijgt de gevraagde informatie niet”. Dit omdat voor ontwerpbesluiten waarop het parlementaire instemmingsrecht niet van toepassing is (en dat is sinds ‘Lissabon’ bijna standaard het geval) “in de regel geen aanvullende stukken gestuurd worden”. Waarom dat dan niet kan, terwijl het vóór 1 december 2009 klaarblijkelijk wel kon, en hoe de minister dan zijn toezegging denkt na te kunnen komen, blijft onduidelijk. Die vraag zal tijdens het mondeling overleg opgehelderd moeten worden. Blijkens de EU-nieuwsbrief van de Eerste Kamer wordt naast de ontoereikende informatievoorziening ook aandacht besteed aan de te late informatievoorziening.

Waar het tweede mondelinge overleg precies over gaat, is helaas onduidelijk. De website meldt slechts dat gesproken wordt over een brief ter voorhang van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen in verband met de aanwijzing van de hoofdplaats van het gerechtshof te Arnhem als nevenzittingsplaats van het gerechtshof te Amsterdam voor de behandeling in hoger beroep van strafzaken afkomstig van de rechtbank te Utrecht. Wat daar voor schokkends instaat moet de lezer zelf maar uit proberen te vinden, maar het zou te maken kunnen hebben met vooruitlopen op een nog bij het parlement aanhangig wetsvoorstel. Het is overigens opmerkelijk dat uit de verslagen van de commissie voor Justitie blijkt dat men aanvankelijk zelfs een plenair debat aan de kwestie wilde wijten.  Het is al met al jammer dat de overleggen niet live gevolgd kunnen worden. Anders dan bij de Tweede Kamer zijn de commissievergaderingen in de Eerste Kamer nog altijd besloten. Hoe hard de herrie vandaag is geweest, zullen we dus pas later kunnen vaststellen.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 ADMIN 16/06/2010 om 20:31

Update van de Europapoort:
De vaste commissie voor de JBZ-Raad heeft tijdens een mondeling overleg met minister Hirsch Ballin van Justitie en van Binnenlandse Zaken de toezegging gekregen dat deze voortaan weer Raadsdocumenten beschikbaar stelt voor door de commissie geselecteerde Europese voorstellen. Dit was vaste praktijk vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, maar na de inwerkingtreding van dit verdrag op 1 december 2009 heeft de minister samen met de andere voor het JBZ-terrein verantwoordelijke bewindslieden deze praktijk beëindigd. Het argument was dat het niet meer nodig was om documenten bij de geannoteerde agenda’s voor de JBZ-Raden te voegen, aangezien het Parlement deze voortaan van de Raad en de Commissie zou krijgen. De commissie voor de JBZ-Raad moest echter constateren dat de Raad niet de Raadsdocumenten opstuurt aan de hand waarvan de stand van zaken in het onderhandelingsproces en de wijzigingen die een voorstel ondergaat gevolgd kunnen worden. Derhalve deed zij een beroep op een in februari van dit jaar door de minister gedane toezegging, inhoudende dat als vanuit Brussel onvoldoende documenten komen, de Nederlandse regering bijspringt.
Op een brief waarin de minister aan zijn toezegging werd herinnerd, kwam echter geen positief antwoord. Derhalve besloot de commissie de minister in een mondeling overleg aan de tand te voelen. De senatoren maakten de bewindsman hierin duidelijk dat zij het onacceptabel zouden vinden als de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon – nota bene ‘het verdrag van de parlementen’ – tot een verslechterde informatiepositie van de Staten-Generaal zou leiden. Dan zou de Eerste Kamer wellicht over moeten gaan tot het inzetten van het zogenaamde ‘parlementair voorbehoud’, een instrument waarmee de senatoren zuinig om willen gaan. Zij gaven voorts aan dat Raadsdocumenten essentieel zijn om de wijzigingen in aanhangige voorstellen te volgen en het standpunt van de Nederlandse regering te beïnvloeden. Enkele leden voegden daaraan toe dat de commissie meer informatie wenst over de standpunten van andere lidstaten (waar staat Nederland in het politieke krachtenveld?) en dat de late aanbieding van de geannoteerde agenda’s onwerkbaar is voor de commissie.
Hoewel minister Hirsch Ballin aanvankelijk aangaf dat de Kamers toch een aanzienlijke hoeveelheid informatie van hem ontvingen – BNC-fiches, verslagen, geannoteerde agenda’s – alsmede van de Commissie en de Raad – onder meer nieuwe voorstellen en verslagen – ging de bewindsman uiteindelijk overstag. Daarbij speelde een rol dat de commissie hem kon verzekeren dat zij echt niet op een enorme stapel papier zat te wachten. Het ging uitsluitend om Raadsdocumenten met betrekking tot de Europese voorstellen die de commissie intensief volgt. Inzake díe dossiers wil de commissie weer net zo geïnformeerd worden als dat vóór ‘Lissabon’ het geval was. De minister zegde toe zijn best te gaan doen om dit te verwezenlijken.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: