Het arsenaal van de Senaat: de begroting

door GB op 01/11/2010

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Het arsenaal van de Senaat: de begroting

In de Senaat komt het kabinet Rutte ‘structurele stemmen’ tekort. Dat weten we nu wel. Maar over welke wapens beschikt de Senaat eigenlijk? Als baken in verwarrende tijden op dit blog een paar bijdragen over het politieke wapenarsenaal van de Senaat. Om te beginnen het recht om de begroting te verwerpen. Dat recht volgt uit het volle vetorecht van de Senaat ten aanzien van wetgeving. Zoals ze elke willekeurige wet kunnen afstemmen, zo kunnen ze de begrotingswetten verwerpen – ook om politieke redenen.

Dat zou echter een zeer ongewone stap zijn. In de Tweede Kamer gebeurde dat voor het laatst in 1919, toen de begroting van Marine werd afgestemd. In de Eerste Kamer is het ook gebeurd: in 1907 haalde de begroting van Oorlog daar geen meerderheid. In het meer recente verleden heeft de Senaat zich bekeerd tot de zogenaamde ‘administratieve afhandeling’, waarbij begrotingswetsvoorstellen in de regel zonder beraadslaging of stemming worden aangenomen, tenzij ze gebruikt worden als vehikel om de discussie over een bepaald beleidsterrein te openen. Maar deze praktijk heeft bij mijn weten niet de status van ongeschreven staatsrecht verworven en kan dus worden aangepast.

Wat zouden de gevolgen zijn van een verworpen begroting? De Comptabiliteitswet houdt nu al rekening met de situatie dat de begrotingswetten het Staatsblad pas halen als het ‘begrote jaar’ al is begonnen. In artikel 23 van de Comptabiliteitswet staat ten aanzien van die situatie:

Wanneer een wet tot vaststelling van een begroting niet vóór 1 januari van het jaar waarop deze betrekking heeft in werking is getreden, kan Onze verantwoordelijke Minister in het belang van het Rijk:

a. voor het aangaan van verplichtingen beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige begrotingsartikelen van het voorafgaande jaar zijn toegestaan;

b. voor het verrichten van uitgaven beschikken over de bedragen die in het voorstel van de wet tot vaststelling van die begroting daarvoor zijn geraamd

Ten aanzien van de verplichtingen staat de Comptabiliteitswet ‘in het belang van het Rijk’ nog uitzonderingen toe, maar het tweede – het verrichten van uitgaven – komt echt in de knel. Want toepassing van artikel 23 Comptabiliteitswet op basis van een verworpen begroting lijkt mij niet meer rechtmatig.

Als de Senaat meteen maar alle hoofdstukken verwerpt, kan dat dus zomaar ontaarden in een klassieke ‘shut down’ van de regering. Eén voordeel: bezuinigen was nog nooit zo gemakkelijk. Want voor uitgaven, gedaan zonder machtiging kent het staatsrecht nog een antiek leerstuk: de comptabele ministeriele verantwoordelijkheid. Ongedekte uitgaven kunnen dan worden verhaald op het privé vermogen van de ministers.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: