Het Dertigledendebat: verwarrende terminologie

door EB op 29/04/2011

in Haagse vierkante kilometer

Op donderdag 28 april 2011 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een wijziging in haar Reglement van Orde. De term spoeddebat zal niet langer worden gebruikt. In plaats daarvan zal voortaan gesproken worden van een dertigledendebat.

Het voorstel tot afschaffing van de naam ‘spoeddebat’ is bij de Commissie voor de Werkwijze – de commissie van de Tweede Kamer die alle voorstellen behandelt die te maken hebben met wijzigingen van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer – aanhangig gemaakt door de voorzitter van de Tweede Kamer: mevrouw Verbeet. In de toelichting bij het voorstel wordt opgemerkt dat lang niet alle aangevraagde spoeddebatten een spoedeisend karakter hebben.

‘De naam ‘dertigledendebat’ geeft aan dat het debat gedragen wordt door een minderheid van de Kamer en het komt tegemoet aan het uitgangspunt dat ook minderheden de gelegenheid hebben een onderwerp te agenderen.’

Helaas is op de website van de Tweede Kamer geen verslag te vinden van de vergadering van de commissie waarin deze wijziging is aangenomen, want de wijziging roept wel enkele vragen op. De naam ‘Dertigledendebat’ en de toelichting laten het vermoeden ontstaan dat er sprake is van iets heel bijzonders: een situatie waarin een minderheid een onderwerp op de politieke agenda kan plaatsen. Maar is die indruk wel terecht? Is het inderdaad bijzonder dat een minderheid van de Kamerleden een onderwerp kan agenderen? Neen, want op grond van artikel 46 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer roept de voorzitter de vergadering binnen een redelijke termijn bijeen als dit door dertig leden schriftelijk, onder opgave van reden, is verzocht. Als deze reden de aanwezigheid van één of meer leden van het kabinet vereist, kan de voorzitter ministers of staatssecretarissen uitnodigen om ter vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen (art. 68 Gw).

Soms is er geen tijd voor een schriftelijke aanvraag van een debat. In zo’n geval kan een kamerlid tijdens de Regeling van werkzaamheden – in de praktijk veelal bij de aanvang van de vergadering (art. 54 lid 2 RvO TK) – onder aanduiding van het onderwerp een spoeddebat (pardon: dertigledendebat) aanvragen. Een dergelijk dertigledendebat zal worden gehouden indien het verzoek door dertig leden wordt gesteund. Het debat vindt niet meteen plaats, maar wordt door de voorzitter van de Tweede Kamer op de agenda gezet.

Maar het kan nog sneller. Als een lid over een onderwerp dat die dag niet op de agenda staat inlichtingen van één of meer ministers verlangt, dan kan hij, onder aanduiding van de voornaamste punten waarover hij vragen wil stellen, tijdens de Regeling van werkzaamheden aan de Kamer verlof vragen tot het houden van een interpellatie (art. 133 RvO TK). Het verlof is gegeven indien het verzoek wordt ondersteund door ten minste dertig leden. Wederom: een minderheid.

De term ‘dertigledendebat’ is dus misleidend. Voor het aanvragen van een gewoon debat en een interpellatie is immers ook de steun van ten minste dertig kamerleden vereist. Veel interessanter is het antwoord op een vraag waarop de toelichting helemaal niet ingaat. Waarom vragen Kamerleden een spoeddebat met een bewindspersoon aan in situaties die geen spoedeisend karakter hebben? Immers, voor dergelijke situaties kan toch gebruik gemaakt worden van een ‘gewoon’ plenair debat?

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Richard Westerbeek 02/05/2011 om 14:50

Omdat voor een ‘gewoon’ plenair debat een meerderheid vereist is. Het is vaak moeilijk om deze meerderheid te vinden. Dus een ‘spoeddebat’.

Eigenlijk zou je dus kunnen zeggen dat er nu 3 soorten debatten zijn: een spoeddebat (ik neem tenminste aan dat deze blijft bestaan voor echt spoedeisende zaken), een 30-ledendebat en een meerderheidsdebat.

Er zou echter gewoon moeten kunnen worden volstaan met een spoeddebat (door hoeveel leden deze aangevraagd zou kunnen worden is nog een discussie waard), en een normaal debat, welke door minimaal 30 leden aangevraagd kan worden.

Overigens zou het beter zijn voor de Tweede Kamer om minder te reageren op “incidenten”, en meer diepgaande inhoudelijke debatten te voeren in plaats daarvan. Mogelijk dringt dat ook de hoeveelheid symbool-wetgeving terug.

2 Carla Hoetink 05/05/2011 om 12:18

En de aanvraag van een spoeddebat heeft weer meer kans van slagen dan de aanvraag van een interpellatie, omdat bij de laatste debatvorm de aanvrager meer rechten heeft dan de andere Kamerleden. Sinds de invoering van de 30-ledenregel voor een (spoed)debat is het aantal interpellaties drastisch afgenomen; bij mijn weten vonden deze alleen nog plaats bij onderwerpen die evident bij een bepaalde fractie of lid thuishoorden.

Overigens is de term spoeddebat veel ouder dan de 30-ledenregel. Ze werd wel gebruikt voor interpellaties, of voor debatten die simpelweg voorrang kregen op de agenda.

Ik onderschrijf wat betreft de 30-ledenregel altijd graag de visie van Bovend’Eert en Kummeling, die in hun handboek het Nederlandse parlement betogen dat de grens van 30 leden voor het aanvragen van een spoed- of interpellatiedebat in feite een afkalving van het minderheidsrecht is.

Vóór deze vaststelling was het een ongeschreven praktijk dat leden die een interpellatie wensten, van de rest van de Kamer verlof kregen dit te doen. Enkele voorbeelden van afwijzingen laten overlet dat deze praktijk normaliter gevolgd werd.

Met het vastleggen van de grens kan een Kamermeerderheid veel eenvoudiger tot afwijzing overgaan; ze handelt dan niet in strijd met een gebruik, maar volgens de regels.

De situatie is vergelijkbaar met de invoering van het bindend studieadvies op universiteiten. De meeste – uitgezonderd Rotterdam – hebben de grens van het BSA gelegd bij het behalen van 40 van de 60 studenten. Ze geven daarmee het signaal af dat het behalen van 40 EC in het eerste jaar voldoende is.

3 a.zecha 26/10/2012 om 17:45

“Met de kennis van vandaag” (26-10-2012) de volgende reactie.
De besproken wijziging in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer maakt ten minste duidelijk hoe de “Haagse parlementaire democratie” in elkaar steekt: i.e. dat in ons parlement minderheden hun toevlucht moesten nemen tor het aanvragen van een spoeddebat om hun stem gehoord te krijgen. Inderdaad povertjes hoor!
Het wordt m.i. nog armoediger indien 29 (of nog minder) partijafgevaardigden gezamenlijk in ons parlement over een bepaald onderwerp geen debat kunnen voeren. Het blijft inderdaad een povere democratie!
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: