Het eindspel over de Donner-wet: zelfs de oppositie ging akkoord

door GB op 14/10/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Het eindspel over de Donner-wet: zelfs de oppositie ging akkoord

In het eindspel over de Donner-wet, afgelopen dinsdag in de Senaat, werden de laatste kaarten uitgespeeld. De bezwaren van Holdijk bleken niet zo fundamenteel dat ze zich ook tegen tijdelijke reparatie verzetten. Toen dat eenmaal duidelijk werd, hoefde Donner de vis alleen maar waardig op het droge te halen met een belofte. Een gretige medewerker laten bellen om te informeren of er zo links of rechts nog wat te masseren viel bij de SGP-senator, werkt in ieder geval niet. Die voelt zich dan serieus beledigd en slaat terug door het doodleuk aan BNR te vertellen.

Dit leidde overigens wel tot een surrealistisch tafereel in de Senaat. Senator Vliegenthart interrumpeerde met de iPad in de hand, om de minister met het aldaar gevonden nieuwsbericht van BNR te confronteren. Donner reageerde met een dubbele afwijzing. Sowieso moest je mediaberichten niet serieus nemen, en mediaberichten op een iPad konden al helemaal niets zijn. Thom de Graaf kwam aanhollen om de minister aanvullend klem te zetten, maar pakte dat amateuristisch aan. Hij vroeg namelijk of de minister contact opgenomen had met Holdijk, en dat had de minister niet. Vervolgens vroeg Thom hetzelfde aan Holdijk, en die ontkende dat het bericht van BNR ‘de volledige werkelijkheid’ weergaf. Goed luisteren naar wat Holdijk precies aan BNR vertelde, levert echter op dat niet de minister zelf, maar een ambtenaar contact heeft gezocht. Bovendien is ‘proberen geheime afspraken te maken’ niet helemaal wat Holdijk zegt dat er gebeurd is. Er heeft alleen een ambtenaar gepolst of er nog wat te sonderen viel.

Verder bleek dat Donner, voor wat zijn verhouding met de Hoge Raad betreft, nog een ultieme kaart op zak had. Gerd ‘dit is niet wat ik bedoel’ Leers had die in de Tweede Kamer volgens mij nog niet uitgespeeld. Namelijk: de stelling dat de Hoge Raad enkel heeft uitgesloten dat de verstrekking van de ID-kaart een ‘dienst’ is. Waar de Gemeentewet de basis biedt om voor ‘diensten’ leges te heffen, stelt de nieuwe grondslag niet de eis dat het om een ‘dienst’ moet gaan. Op die manier gaat de nieuwe wet niet meer rechtstreeks tegen de uitspraak van de Hoge Raad in, zo hield Donner de senatoren voor. Dat is een aanmerkelijk subtielere positie dan het argument ‘dan noemen we het toch gewoon een belasting’, dat in Tweede Kamer werd gebruikt.

Of minister Donner gelijk heeft, hangt volgens mij af van de vraag of het juridisch deugt om rechten/leges te heffen voor prestaties van de overheid die geen ‘dienst’ zijn. Hoewel dat duidelijk wel de bedoeling is van deze Donner-wet, zou je ook kunnen zeggen dat het begrip ‘rechten’ veronderstelt dat het altijd om een ‘dienst’ moet gaan. Een systematisch interpreterende rechter zou tot dit oordeel kunnen komen, en ik denk dat hij daarin dan gelijk zou hebben. We moeten de categorieen wel een beetje zuiver proberen te houden.

In ieder geval had Donner voldoende munitie om de senatoren op afstand te houden. Die lieten het er op een gegeven moment ook bij zitten. Er was namelijk een mogelijkheid voor de oppositie om deze wet tegen te houden: hoofdelijke stemming aanvragen. Wie het verslag bestudeert, kan zien dat er slechts 71 senatoren aanwezig waren. Wie verder kijkt ziet dat er meer afmeldingen waren in het regeringskamp dan aan de overzijde. Hoofdelijke stemming – die iedere senator kan aanvragen – zou in het voordeel van de tegenstemmers zijn uitgevallen.

Zo bezien heeft Holdijk het niet eens zo slecht gedaan. Hij heeft tenminste nog iets teruggekregen voor zijn instemming met de wet.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 ROVE 14/10/2011 om 15:22

Heeft de aanstaande werkgever van Donner zich eigenlijk over dit wetsvoorstel uitgelaten?

2 MN 14/10/2011 om 15:33

Ja.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: