Het inlichten van de Kamer

door JAdB op 14/01/2010

in Haagse vierkante kilometer

Een belangrijk punt van kritiek van de commissie Davids (lees hier haar belangrijkste conclusies) is dat de Tweede Kamer onvoldoende is geïnformeerd over een Amerikaans verzoek om militaire steun bij een mogelijke inval in Irak. Balkenende vindt van niet. Voordat men verontwaardigd van de stoel valt van de brutaliteit van de minister-president, is het wellicht raadzaam te weten waar deze kwestie eigenlijk over gaat. In het onderstaande – in vogelvlucht – de feiten.

Op 15 november 2002 stuurde de VS naar Nederland een verzoek. Dit verzoek behelsde enerzijds een passieve bijdrage aan militaire voorbereidingen voor een inval in Irak (overvliegrechten en dat soort dingen), en anderzijds een verzoek om een actieve bijdrage te leveren bij de militaire voorbereidingen. Dat laatste gedeelte van het verzoek is vormgegeven door middel van een soort verlanglijstje, met daarop de militaire steun die Nederland zou kunnen leveren (deze brief is als bijlage L te vinden bij het rapport, er staan onder meer F-16’s en Patriot-raketten op).

Op 21 november 2002 werd de Tweede Kamer bij brief ingelicht over dit verzoek. Het verzoek staat daarin niet duidelijk omschreven. Het verzoek zou een bijdrage behelzen

‘aan de planning ten behoeve van een mogelijk militair optreden voor het geval dat Irak niet of onvoldoende meewerkte aan de uitvoering van resolutie 1441’ (p. 357 van het rapport).

Op 6 december 2002 volgde een tweede brief. Daarin stond dat de regering had besloten tot beginselbereidheid aan het verzoek van de VS gevolg te geven. De passieve bijdrage aan de militaire voorbereiding zou worden geleverd. Over actieve bijdrage zou later nog worden besloten, als de tijd daarvoor aanbrak.

Deze brief is besproken in het algemeen overleg van 18 december 2002. In de notulen staat:

‘Minister Kamp benadrukt dat het Amerikaanse verzoek om een bijdrage aan de militaire planning van eventuele militaire acties tegen Irak in zeer algemene termen is gesteld; de regering is gevraagd een beginselbereidheid uit te spreken.’ (Kamerstukken II 2002-2003, 23 432, nr. 74)

Totdat KRO’s Reporter hand op het Amerikaanse verzoek wist te leggen, is er niet meer over gesproken. Ook de Tweede Kamer zelf heeft geen nadere vragen gesteld.

De commissie plaatst, naar aanleiding van het bovenstaande, vraagtekens bij de wijsheid van het besluit om niet het gehele verzoek kenbaar aan de Tweede Kamer te maken. Daardoor kon immers onzekerheid bestaan, waarmee de overtuiging dat de waarheid werd achtergehouden sterker kon worden. Op zijn minst hadden de voorzitters van de belangrijkste Kamerfracties kunnen worden geïnformeerd.

Balkenende is het daarmee dus niet eens. In zijn korte toespraak was kort gezegd zijn standpunt dat de Kamer altijd volledig is geïnformeerd over de verzoeken waaraan gevolg is gegeven. De verzoeken waaraan (nog) geen gevolg werden gegeven, behoefden niet aan de parlementariërs kenbaar te worden gemaakt.

Tja, wie heeft er nu gelijk? Voor zover het gaat om het niet doorgeven van de volledige strekking van het verzoek valt voor beide standpunten wel iets te zeggen, hoewel ik niet begrijp waarom de regering zo krampachtig heeft gedaan over de precieze inhoud van het verzoek . Het was destijds immers alom bekend dat de VS een oorlog voorbereidde, voor het geval dat dat nodig mocht blijken. Volgens Balkenende ging het bovendien om staatsgeheime informatie. Waarom hier sprake zou zijn van staatsgeheimen, zie ik niet direct in. Het verzoek geeft geen inzage in de opbouw van de militaire strijdkrachten of iets dergelijks. Balkenendes standpunt hieromtrent behoeft nadere onderbouwing.

Kwalijker is de opmerking van minister Kamp in het algemeen overleg met betrekking tot de inhoud van het verzoek. Daar is de Kamer gewoon voorgelogen: van een in algemene bewoordingen gesteld verzoek was geen sprake. Ook de Kamer zelf gaat mijns inziens niet vrijuit. Had het niet op haar weg gelegen om meer door te vragen naar de inhoud van het verzoek, als ze dat zo belangrijk had gevonden?

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 pa3cuu 16/01/2010 om 06:40

wat ik dus mis in dit verhaal zijn details, bij wie komt zo,n verzoek nu binnen, en wat doet hij er mee.bij welke ambtenaar komt dit op zijn bureau, hoe snel is dit bij een beslissingsbevoegd persoon en wie is dat. wat zijn zijn bevoegdheden en met wie overlegd hij. wat zijn de procedures en is daar van af geweken, en zo ja waarom. is er volgens standaardprocedures op gereageerd en wat zijn die procedures, zijn die vastgelegd, zijn die gecertificeerd? iso, kwalitijdsborging en zo voorts. nee voor zo,n belangrijk verzoek is de afhandeling denk ik welbewust onthouden aan het publiek en zeer vaag

2 FJJ 17/01/2010 om 22:59

@pac3cuu

In uw reactie ontwaar ik de boeiende suggestie besluitvormingsprocessen ISO te certificeren. Dat daar nou nooit iemand opgekomen is! Briljant!!

Euh….Nee, natuurlijk zijn dit soort processen niet gestandaardiseerd en 'gekwaliteitsborgd' het komt namelijk niet elke dag voor dat er oorlog in Irak wordt gevoerd.
Een verzoek om Militaire steun komt dan ook -eventueel via de ambassade – op hoog niveau bij BuZa binnen, zeg maar gerust dat door op Dg/SG niveau over wordt geadviseerd en in de ministerraad een besluit over wordt genomen (zoals ook is gebeurt, passsief is oke actief niet)

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: