Het is Pinksteren onder de pleitzalen

door WTE op 07/06/2011

in Haagse vierkante kilometer

In zijn zojuist verschenen tweejaarverslag (2009-10) neemt de Hoge Raad opmerkelijk scherp stelling tegen de stemmingmakerij in ons land en in politiek Den Haag jegens Europese rechters. De nationale rechter dient ‘loyale toepassing te geven’ aan beslissingen van het Europese Hof voor de Mensenrechten, schrijven president Corstens en procureur-generaal Fokkens.

De rechterlijke loyaliteit, zo vindt onze hoogste rechter, gaat om het in stand houden van de grote verworvenheid van Europese bescherming van mensenrechten. Dan volgt de uithaal: die loyaliteit ‘dient overigens ook door andere nationale autoriteiten dan rechters te worden opgebracht’. Het is een terechtwijzing aan minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken. Laatst probeerde hij het Europese Hof te vermanen zich gedeisd te houden, wat overigens al op breed verzet in de Eerste Kamer stuitte.

Een van de meest opmerkelijke ontwikkelingen in de rechtspraak is de groei in samenspraak tussen rechterlijke colleges uit verschillende landen en sferen. Deze samenspraak is bedoeld ter voorkoming van botsingen tussen de rechtsstelsels in de vorm van onverenigbare rechterlijke uitspraken. Als een nationale rechter een uitspraak doet die tegen Europees recht ingaat, is dat licht te zien als een nationale uitdaging aan het Europese recht. Ter vermijding daarvan en tot bevordering van het onderlinge begrip zijn de Europese hoven hun nationale collegae gaan uitnodigen op conferenties en colloquia.

Maar ook tussen rechters van lidstaten groeien de contacten. Corstens en Fokkens beschrijven allerlei netwerken waarin de hoogste Europese rechters en andere magistraten zijn gaan deelnemen en waarin zij elkaars uitspraken kunnen raadplegen en respecteren. ‘Een raadsheer uit de Hoge Raad liep een stage bij het Bundesgerichtshof in Karlsruhe’ staat in het verslag, en ‘de civiele kamer van de Hoge Raad ontving gedurende een dag de civiele kamer van het Belgische Hof van Cassatie’. Bij de strafkamers speelden omgekeerd de Belgen gastheer. Het is Pinksteren onder de pleitzalen. Pinksteren symboliseert immers het wegvallen van de taalbarrières onder invloed van de Heilige Geest.

Deze vernetwerking tussen rechters in Europa is niet alleen voor het recht interessant. Ze volgt eenzelfde trend die allang gaande is tussen ambtelijke diensten en zelfs tussen nationale parlementen. Dat is nodig voor het gladstrijken van onnodige formele verschillen en het scheppen van onderling vertrouwen. Pas als ze belandt op het gebied van de inhoudelijke verschillen wordt het anders.

De lichte argwaan die men bij al dit harmonische verkeer toch kan voelen betreft een van de functies van het recht en de rechtspraak, namelijk het opengooien van verschil. Die functie dient meerdere belangen van publieke aard; een ervan is om buitenstaanders toegang te geven tot ontwikkelingen in het recht en dus in de werkelijkheid. Geen betere update immers van een verhouding en een situatie dan een kort gehouden maar scherp gespeeld conflict zoals een rechtsgeschil.

Bij de netwerkelijkheid tussen rechters en bij hun resulterende harmonieuze interpretaties zijn daarentegen vooral ingewijden gebaat. Die ingewijden zijn in Europa al wat te vaak in het voordeel.

Een stap verder gaat de samenwerking tussen de twee leidende Europese hoven in Luxemburg (EU) en Straatsburg (mensenrechten). Het verdrag van Lissabon dwingt de EU tot aansluiting bij de Europese Conventie voor mensenrechten. De landen onderhandelen nu over de verhouding tussen de twee gerechtshoven. Maar in januari bedisselden die twee onderling hoe zij de pijnlijke kwestie geregeld willen zien en maakten hun oplossing meteen wereldkundig.

In zo’n geval ben je geneigd te denken: rechter, blijf bij je zaak.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: